Banner

Ryley Walker

Deafman Glance

7.0
Maarten Langhendries - 23 mei 2018

Ryley Walker had er genoeg van: van zichzelf, zijn muziek, zijn levensstijl. Op zijn nieuwe plaat probeert hij dat allemaal van zich af te schudden. Het levert een album op dat soms vooral belangrijk lijkt voor de muzikant zelf, eerder dan voor de luisteraar. Gelukkig biedt het ook voldoende sterke songs om op zichzelf te staan.

Jarenlang was Ryley Walker het toonbeeld van de bohemienfolkie: warrig haar, rode ogen, de vingers bruin van de sigaretten. De op plaat nog relatief beschaafde folknummers – denk Bert Jansch, denk véél John Martyn - durfden live meer wél dan niet te ontsporen tot lange jazzjams. Zijn snelle fingerpickingstijl joeg de nummers voort alsof de duivel hem op de hielen zat. Zijn frisse aanpak, met één been in het verleden en één in het heden, leverde hem met de sterke albums Primrose Green en Golden Sings That Have Been Sung (ook al denkt hij daar zelf nu anders over) terecht een bescheiden doorbraak op. In de aanloop naar zijn nieuwe plaat Deafman Glance, nummer vier alweer, kon de zanger één ding echter niet genoeg benadrukken: dat was “old Ryley”. Deze nieuw plaat moet een tabula rasa brengen, een breuk op zowel muzikaal als persoonlijk vlak.

Zoals wel vaker valt het met die breuk best wel mee. Ja, fingerpicking is wat naar de achtergrond verdwenen, en er sluipen hier en daar wat vreemde geluiden, prog en fusion in de nummers en de elektrische gitaar heeft aan belang gewonnen, maar toch blijft folk de lijm die alles bij elkaar houdt. Zeker de dwarsfluit die mee het karakter van nummers als “In Castle Dome” en “Telluride Speed” bepaalt, brengt heel sterk het bucolische Engeland van de vroege jaren ’70 in gedachten. En ook in zijn gitaarspel zal Walker nooit zijn grootste invloeden volledig kunnen wegsteken. Wat wél meteen opvalt: het gaspedaal wordt niet meer voortdurend ingedrukt. Opener “In Castle Dome” komt lijzig binnengewandeld, dagdromend zonder klef te worden. Het heerlijk jazzy “22 Days” speelt inventief met vreemde akkoorden en tempowissels in ritme en gitaar, maar blijft wel de brug slaan naar nummers als “The Halfwit In Me”. Bovendien is Walker hier uitstekend bij stem.

”Accomodations” daarna is echter te veel gekte zonder diepgang. Walker lijkt willekeurig op allerlei muzikale knopjes te duwen zonder ooit iets te vinden dat echt wérkt. Het nummer kondigt daarmee het zwakkere midden van de plaat aan. “Can’t Ask Why” sleept zich eindeloos voort zonder ergens naartoe te gaan en een doel te ontwikkelen. “Opposite Middle” weet al wat meer te boeien, maar is met zijn rechttoe-rechtaanmelodie te doorsnee om veel naar terug te grijpen. Dit is het geluid van Walker die op zoek is naar iets nieuws, maar het niet vindt en aan het zwalpen slaat.

Gelukkig herpakt hij zich op de tweede helft van Deafman Glance, waar net als op de eerste nummers de verandering wél werkt. Uitstapjes naar progrock maken van “Telluride Speed” een stuiterende schizofrene trip die zowel romantiek als paranoia brengt. “Expired” verlaagt opnieuw het tempo, maar weet in tegenstelling tot “Can’t Ask Why” wel te boeien door zijn afwisselende gitaar- en zangpartijen. Naar het einde toe keert Walker vervolgens dan toch nog even terug naar zijn roots. Afsluiters “Rocks on Rainbow” en “Spoiled With The Rest” zullen het hart van de traditionele folkfan het hardst doen slaan. De sierlijke, meeslepende gitaarpartij van die laatste, jazzfolk die beide genres op hun wenken bedient, is tout court van het beste dat Walker al geschreven heeft. Uitstapjes naar bassolo’s en occasioneel riffwerk maken de song alleen maar krachtiger.

Ook al gooit Walker hier niet al zijn bagage overboord, toch is Deafman Glance misschien niet de plaat waar sommige van zijn oude fans op gehoopt hadden. Dit vierde album is in ieder geval veel moeilijker in één vakje onder te brengen. Het is duidelijk een overgangsplaat, eentje waarop Ryley Walker zowel tekstueel als muzikaal grenzen aftast en oversteekt. Af en toe leidt dat tot niets, maar het album biedt genoeg schoonheid en is een geslaagd experiment. En of Walker er zelf tevreden mee is? Zijn creatieve honger kennende durven wij te wedden: over twee maanden al niet meer. Dan is het weer tijd voor iets anders.

E-mailadres Afdrukken