Banner

Schmutz

Pillow Talk

6.0
Matthieu Van Steenkiste - 21 mei 2018

In de nineties deemsterden ze weg wegens passé. De nillies werden undercover doorgebracht, als relieken uit een ver verleden, en trouwens: er was een familie op te voeden. Met het einde van de jaren tien in zicht roeren de fossielen uit de Belgische jaren tachtig zich echter. Het kriebelt opnieuw en nu de kinderen het huis uit zijn, is er tijd. Verrassend genoeg is het synthpopgroep Schmutz die de kans grijpt om nog één keer te knallen. Dat lukt, mits de nodige dosis nostalgie in acht genomen wordt.

Schmutz. Meer dan een voetnoot in de geschiedenis van de Belpop is het niet, maar soms zijn net daar de leukste verhalen te sprokkelen -- vraag maar aan Jan Delvaux. Het waren de eighties, toen Vlaanderen eindelijk de langverwachte spurt inzette en met veel enthousiasme de rest van de wereld inhaalde. Rockmuziek had ons land betreden middels het medium dat Raymond van het Groenewoud was, The Kids leerden Vlaamse ouders hoe punk klonk, De Brassers hoe zwartgallig dat kon worden.

Aan de andere kant van het gangpad waren er pientere jongens en meisjes die wel de lichtknop vonden en iets hoorden in die popmuziek die ook van over het kanaal kwam. Ze woonden in Limburg, zo bleek, en konden wel weg met gitaar en synth. "Love Games" was het hitje dat je met epauletten in een neonkleurige Top Of The Pops-aflevering van toen had willen horen, als daar niet het accent van Guy Peeters was geweest. Dat was helaas niet weg te denken, maar bijna vijfendertig jaar na datum wordt Engels in vele talen gezongen: "Love Games" is een briljante popsong die niet genoeg krediet krijgt in deze schaamlap aan de Noordzee.

Meer dan één plaat was het gezelschap echter niet beschoren. Modes kwamen en gingen, synths werden hopeloos oudmodisch en van Schmutz-toetsenist Carlo Peeters moest veel te vroeg afscheid worden genomen. Toch bleef de groep ergens in de luwte bestaan. Als een hobbyproject dat langzamerhand opnieuw onder stoom kwam. Een optreden op Nostalgie Beach haalde de groep uit de marge; er bleek naast dat strand nog een circuit met hang naar het verleden te liggen. En zo werd Schmutz de laatst jaren opnieuw een going concern.

Wie repeteert, probéért op zijn minst. En wie probeert, loopt de kans dat er al eens iets werkt. Acht nieuwe songs vormen samen een nieuwe plaat, een selectie oude nummers -- nooit op cd verschenen, meneer -- introduceert het verleden. Pillow Talk is het kleinood dat Schmutz aan een zwaar veranderde wereld herintroduceert. De band haalt zijn schouders op en pikt de draad op ergens rond 1985. Het werkte toen, dus dat moet het nu ook maar doen.

Aan het geluid van Schmutz is in al die jaren geen bal veranderd: net te alternatief voor wat toen mainstream was en veel te aanstekelijk voor de New Wave die de underground bepaalde. "Their music can be situated somewhere in between the lines of the Cure and A-ha", leest het betreurde Belgian Pop & Rock Archives -- schandalig overigens dat daar nooit meer mee is gebeurd nadat Muziekcentrum.be het overkocht -- en dat is niet ver bezijden de waarheid. Bewijsstuk A: het over een huppelende pianolijn dansende "Against The Wall", waarin Peeters het drama in een aanstekelijk refrein als gewoonlijk opzoekt. Bewijsstuk B: "Heart Of The Matter", waarin de synths net dat tikje harder schuren. Topsongs, maar dat Peeters tekstueel niet voorbij de clichés raakt, is jammer.

”Demons” bewijst dan weer dat een oude rot uit de jaren tachtig altijd wel één oog op U2 houdt en daarbij al eens te hard in zijn collectief geheugen gaat graven. Kennen we die gitaar dus? Jaha. Hebben we al eens iets over een "thorn twist in my side" gehoord uit dezelfde hoek? Ook al. Andere song, dat wel, we kunnen hoogstens het soort criticus uithangen dat zeurt over invloeden die er een beetje te dik op liggen. Willen we dat? Een beetje, maar dan vooral omdat "Demons" niet eens een erg goeie song is.

Meer U2 -- of nog eerder: The Edge -- in "Holding On". Alweer een goed nummer waarin niet te veel wordt gedaan; soms is een baslijn meer dan genoeg. Het moeten niet altijd gierende synths zijn, al doet opener "On The Edge" het op dat vlak best goed. "One Way World" sukkelt dan weer op een erg belegen tekst en ook "Hand That Feeds" heeft niet het je-ne-sais-quoi van wat vooraf ging. "Running On Empty" heet de afsluiter van het nieuwe materiaal en zo voelt het ook. Het contrast met de nog steeds opwindende riedel van "Love Games" (huistip: draai er Chvrches voor en je voelt niet eens dat het 34 jaar oud is) nadien is groot, wat in 1984 nog is blijven liggen, leert u nadien; voor het eerst op cd dus.

Dat Schmutz terug is, er ligt ongetwijfeld geen puber van wakker, maar dat is oké. Dit is een plaat die gemaakt is uit goesting, en dat is meer dan genoeg. Pillow Talk laat horen dat deze Limburgers hun mojo niet kwijt zijn en nog een prettig fin de carrière kunnen beleven. Het weze hen gegund.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Schmutz