Banner

Bardo

Bardo

Guy Peters - 04 mei 2018

In 2016 stelde Gilles Vandecaveye-Pinoy zijn afstudeerproject Bardo voor tijdens Gent Jazz. Het was een beetje een vreemde setting, daar in die kleine tent, terwijl het uitgelaten getater wat verderop gewoon aanhield. Toch was het een intrigerende performance, met de kloppende intensiteit van een open wonde. Die heeft nu ook z’n weg gevonden naar een geluidsdrager.

Vandecaveye-Pinoy is een goed voorbeeld van een hedendaagse nieuwlichter. Hij is niet zozeer een artiest die zich profileert als jazzmuzikant: hij is iemand die uit verschillende tradities plukt wat hij nodig heeft en met een combinatie van geluiden en stijlen op zoek gaat naar een eigen geluid. Dat lukt behoorlijk goed, want met Steiger voegde hij een fraaie tint toe aan de Belgische jazz. Met Peenoise gooide hij het met broer Cesar De Sutter-Pinoy over een andere boeg, al draagt het ook duidelijk zijn stempel. Dat wordt nu verdergezet met Bardo, waarvoor de broers gezelschap krijgen van rietblazer Rob Banken, bassist Lieven Van Pee en drummer Elias Devoldere.

Die namen brengen een heleboel referenties met zich mee, waarvan ook sporen terug te vinden zijn in het geluid van Bardo. De jazz zit er nog in, al is het soms maar in korte intermezzo’s, zoals bij de pianosolo in “Red Walk”. Er wordt ook geleend bij donkere, instrumentale pop, de climaxwerking van de postrock, filmmuziek met een hoek af, en meer. Vaste elementen zijn bezwerende herhalingen, een broeierige, soms onheilspellende sfeer, en een paar kanjers van geluidserupties. In z’n meest intense momenten heeft Bardo dan ook iets van een turbulente duivelsuitdrijving. Een catharsis inderdaad.

Opener “It Is What It Is” zet de eigenheid van het vijftal meteen in de verf, met een herhaald pianomotief in de kop dat de aanzet is voor een stelselmatige spanningsopbouw. De bas ronkt traag en diep, de gitaar creëert contactgestoord gekraak, en de altsax jammert zich op gang. Woordeloze zang hangt als een nevel over de interactie, en zodra sax en gitaar unisono een noir-getinte melodie spelen, zit je dicht bij het geluid van Nordmann. Dat is echter voor korte duur, want in “Crater Hole” draait het resoluut rond de vlakke voordracht van de bandleider. Een wending stuurt het dan naar Peenoise-terrein. Steeds feller en intenser gaat het, tot het ei zo na uit elkaar barst met een gierende sirenegalm.

De resterende drie stukken hebben allemaal zo hun kookpunt, al bereiken ze die op andere manieren. Binnen “Stoned Catharsis” wordt eerst opnieuw naar binnen gekeerd, rondgewenteld in een sfeertje dat wat verwant is aan Inwolves ten tijde van Involves, met een ronkende basklarinet die het drama en expressieve gekletter nog eens aandikt. “Red Walk” vormt een spreidstand tussen een bijna minimalistische eenvoud met etherische stemgolven en een uit z’n voegen barstende bombast. Afsluiter “Bardo” komt dan weer via een pulserende synth even dicht in de buurt van Peenoise, en mondt uit in een ontsporende chaos van primal scream-therapie, geronk, gescheur en gerammel.

Bardo voelt een beetje aan als een reeks van bipolaire psychodrama’s die van het ene uiterste in het andere belanden, en dus niet zozeer als een album met slechts één grote, overkoepelende beweging. Toch komt het over als een hecht statement, niet in het minst doordat Vandecaveye-Pinoy duidelijk aan het roer blijft. Hij is bepalend voor de teneur van het album en neemt zijn goedgekozen kompanen én de luisteraar op sleeptouw voor een passionele rit door zijn innerlijke leefwereld. Dat levert 35 minuten origineel, emotioneel tumult op.

Het album verscheen enkel op vinyl (+ downloadcode).

E-mailadres Afdrukken
Tags: Bardo