Banner

John Prine

The Tree Of Forgiveness

8.0
Bjorn Weynants - 27 april 2018

De foto op de hoes toont een man waarvan de levenskilometers op het gelaat te zien zijn. Iemand die de dood in de ogen gekeken heeft. Maar het is tegelijk een guitige blik. John Prine brengt voor het eerst in dertien jaar nieuw werk uit en het is een vintage Prine geworden.

Bij het grote publiek heeft John Prine misschien wel niet dezelfde renommée als sommige van zijn leeftijdsgenoten, toch hadden collega’s van Bob Dylan over Bonnie Raitt tot Johnny Cash vroeger al lovende woorden over voor de songschrijver die ondertussen al lang in Nashville verblijft. In de jaren 70 bracht hij een reeks klassieke albums uit die ondertussen behoren tot het canon van de country en folk. Hoewel Prine -- zoals wel meerdere lotgenoten -- eerst als de zoveelste “nieuwe Dylan” werd aangekondigd, is zijn muziek minstens even schatplichtig aan Hank Williams of Randy Newman, met wie hij de gave van het sarcasme deelt. The Tree Of Forgiveness is de eerste plaat van John Prine met eigen werk sinds Fair & Square uit 2005, al was er in de tussentijd wel een album met bluegrasslegende Mac Wiseman (Standard Songs For Average People) en een coveralbum gevuld met duetten met vrouwelijke artiesten (het vorig jaar verschenen For Better, Or Worse).

De voorbije jaren waaide er een frisse wind door de country-scene in Nashville met artiesten die hun respect en bewondering voor Prine niet onder stoelen of banken steken. Zo gaan Sturgill Simpson en Jason Isbell regelmatig samen met hem op tour en schreef Prine ook mee aan nummers op de recentste soloplaat van Black Key Dan Auerbach. Die laatste bedankte met een wederdienst en schreef mee aan een aantal nummers op dit album. Ook Brandi Carlile, Jason Isbell en diens echtgenote Amanda Shires kregen een gastrol op deze The Tree Of Forgiveness. Met Dave Cobb haalde Prine niet alleen de meest gelauwerde country-producer van de laatste jaren binnen, maar ook iemand die als geen ander weet hoe hij de muziek van Prine volop tot zijn recht kan laten komen met een warm, akoestisch en sober geluid.

Zijn tweede confrontatie met kanker een paar jaar geleden heeft er ongetwijfeld toe geleid dat Prine op dit album regelmatig stilstaat bij het ouder worden en zijn eigen mortaliteit. Al mag er meteen bij gezegd worden dat Prine al op zijn titelloze debuutplaat uit 1971 met “Hello In There” een nummer over ouderdom en dementie bracht. Opener “Knockin’ On Your Screen Door” neemt je mee naar de front porch ergens in het platteland van Tennessee op een mooie zomeravond. Een gammel ritme met een mijmerende Prine over eenzaamheid (“I ain’t got nobody hangin’ ‘round my doorstep”) zet meteen de sfeer. Iets scherper gaat het er aan toe in “Egg & Daughter Nite, Lincoln Nebraska, 1967 (Crazy Bone)”, dat niet alleen muzikaal wat pittiger is, maar waar Prine (“You’re half out of your head / And you prob’ly pissed the bed”) bijna een halve eeuw later een update brengt van het klassieke “Hello In There”.

Weemoed en melancholie hangen als een zacht deken boven dit album. “Summer’s End” is een knappe mijmering over verloren liefde, maar op een berustende manier. Waar Prine op vorige albums soms expliciet de politieke toer op ging, blijft dat hier op de achtergrond. Het is misschien verleidelijk om een nummer met een titel als “Caravan Of Fools” zo te interpreteren, maar het is vaag genoeg om dat in het midden te laten. Hetzelfde geldt voor “The Lonesome Friends Of Science” -- het nummer is even goed als de titel -- dat toch vooral de humor in Prines werk tot uiting brengt (“Poor ol’ planet Pluto now / He never stood a chance no how / When he got uninvited to / The interplanetary dance”).

“God Only Knows” is een nummer dat Prine al in de jaren 70 met Phil Spector schreef, maar dat nu pas op een album verschenen is. Het doet vooral de vraag rijzen waarom dat zo lang geduurd heeft. Helemaal op het einde is er nog een hoogtepunt met “When I Get To Heaven”, dat afwisselt tussen parlando en barroom country en waarin Prine vooral uitkijkt naar al de leuke dingen die hij opnieuw zou kunnen doen in de hemel (“I’m gonna smoke a cigarette that’s nine miles long”). Deze plaat ademt nostalgie, maar toch sijpelt de levensvreugde er regelmatig in door.

Met The Tree Of Forgiveness levert John Prine een kort, maar sterk en consistent album af dat naadloos aansluit bij zijn ouder werk en dat nogmaals bewijst dat Prine na bijna vijf decennia niet verleerd is hoe hij een song moet schrijven. Benieuwd of er een leeftijdsgenoot is die dit jaar nog een evenwaardige plaat zal uitbrengen.

E-mailadres Afdrukken