Banner

Manic Street Preachers

Resistance Is Futile

6.5
Matthieu Van Steenkiste - 23 april 2018

Just when you thought they were out, they were back in. Hadden Manic Street Preachers met Futurology eindelijk een boeiende nieuwe richting gevonden, keren ze terug naar de formule van weleer. Op dertiende album Resistance Is Futile is het dus opnieuw episch breedbeeldrocken als vanouds. Hoe langer je luistert hoe beter dat wordt, maar verrassen doet het niet meer.

Heel even, een fractie van een jaar lang, leek het alsof Manic Street Preachers het roer dan toch had omgegooid. Eerst was er het semi-akoestische Rewind The Film, daarna het met krautrock doorspekte Futurology; een dubbelslag die in 2013-14 de kussens opschudde; wég met die suffe violenrock, uit met die epiek-om-de-epiek. Het was vals alarm, dat bewezen concerten waarin die nieuwe platen zo goed als afwezig waren, en die tour voor de twintigste verjaardag van Everything Must Go, het album dat het cinematoscopische geluid vol violen ooit had gedefinieerd.

"From despair to where?" was ooit een vraag die James Dean Bradfield passioneel uit zijn strot kreet, deze keer was de vraag waar het heen moest na die voorzichtige poging tot vernieuwing. Tekstschrijver-bassist Nicky Wire worstelde met zijn writer's block, liet in een interview vallen dat er waarschijnlijk geen nieuwe Manic Street Preachersplaat kwam. Het bericht dat de band in de studio zat volgde geen maand later; voor zijn beurt gesproken.

Wie de laatste twintig jaar al eens een Manic Street Preachersplaat heeft opgelegd, zal deze herkennen. Van bij opener "People Give In" loeien de gitaren, stijgen strijkers op, rukken refreinen de gordijnen open, en wil de zang het liefst van al een plein ter grootte van dat voor Sint-Pieters in Rome omarmen. Van op een balkon, dat spreekt. De drive van single "International Blue" wordt in de Britse pers dan weer naast die van doorbraakhit "A Design For Life" gelegd, maar dat is toch wat te veel eer. Niet erg veel te veel, want het is een goeie single, maar toch; we moeten een zin voor proportie bewaren.

Hebben we ook geen klachten over: het duet "Dylan & Caitlin" waarin de Welshe zangeres The Anchoress Bradfields Dylan Thomas van vrouwelijk weerwoord voorziet dat moeiteloos zijn voet naast dat oude duet "Little Baby Nothing" kan zetten. De roffelende drumintro en de wild aan de ketting snokkende gitaar van "Broken Algorithms" roepen echo's van de begindagen op, toen de band nog wild in alle richtingen stampte. En de door Wire gezongen afsluiter "The Left Behind" is niet alleen zijn beste zangprestatie die we ooit hoorden, maar ook een erg pakkend nummer.

Verder zit het hem op Resistance Is Futile – geweldige titel overigens – in momenten. "Liverpool Revisited" is een weinig memorabele, doch aangenaam jengelende song over Wire die in de Noordelijke industriestad plots moet terugdenken aan de slachtoffers van het Hillsboroughdrama, tot de finale eindspurt onweerstaanbaar tot vuistpompen uitnodigt. Hetzelfde met "Hold Me Like A Heaven": alweer doorsnee, maar wat een mooie "Ooohoohooh’s"! Verzet is inderdaad onmogelijk.

Resistance Is Futile is een competente plaat. Een fucking competente plaat, maar ook versie 7.3 daarvan. We hebben het allemaal al eens gehoord, in legendarischere songs. Het is niet erg, want er valt voor de fans wat nieuws mee te brullen. Het is wel erg, want deze band zou meer visie moeten hebben. Dat hopen we toch, maar we twijfelen. Wanneer Bradfield in "Distant Colours" vraagt "Are we living in the past?" neigen we vandaag toch naar "Misschien wel, ja."

E-mailadres Afdrukken