Banner

Sunflower Bean

Twentytwo In Blue

7.0
Bjorn Weynants - 23 maart 2018

De drie jonge New Yorkers van Sunflower Bean zweren ook op hun tweede album bij een geluid dat dicht aanleunt bij de rock en new wave van de jaren zeventig en tachtig, overgoten met een flinke dosis energie en enthousiasme.

De drie jonge hemelbestormers uit Brooklyn debuteerden twee jaar geleden met Human Ceremony. De band ontstond toen schoolvrienden Nick Kivlen (zang, gitaar) en Jacob Faber (drums) samen muziek begonnen te maken. Spoedig kregen ze het gezelschap van Julia Cumming -- muzikante en tevens fotomodel -- die niet alleen basgitaar speelt, maar ook mee de zang voor haar rekening neemt. Dat debuut was misschien wat onevenwichtig, maar toonde tegelijk een band die met passie speelde en een voorliefde had voor rockmuziek waar de echo’s van de jaren zeventig en tachtig in doorsijpelden.

De titel van het album is een verwijzing naar de leeftijd die alle drie de leden van Sunflower Bean hebben op het moment van de release van het album. Tweeëntwintig, een leeftijd op de drempel van volwassenheid, maar waar de jeugdige onbezonnenheid nog even haar staart kan roeren. “Independent, that's how you view yourself/ Now that you're twentytwo, twentytwo”, zo beschrijft Cumming het in “Twentytwo”. Wat echter meteen opvalt is hoe volwassen Twentytwo In Blue klinkt. In tegenstelling tot het debuut klinken de nummers hier beter uitgewerkt en uitgebalanceerd waardoor het soms lijkt alsof je naar een band zit te luisteren die al vele jaren bezig is.

De invloeden die op het eerste album prominent aanwezig waren (gaande van Blondie tot Fleetwood Mac) zijn ook hier nog altijd duidelijk waar te nemen zonder dat het stoort. Nummers drijven soms op het energieke gitaarspel van Kivlen (“Burn It”, “Puppet Springs”), terwijl de band op andere momenten dichter bij etherische dream-pop aanleunt (“Twentytwo”, “Only A Moment”).

“Any Way You Like It” is misschien wel erg schatplichtig aan Lou Reed, maar dat stoort niet. De band weet goede, catchy songs te schrijven en dat blijkt meermaals uit dit album. “Human For” heeft wat vervreemde effecten meegekregen, maar blijkt toch vooral een onweerstaanbare melodie te hebben. Het rustige “Memoria” of het poppy “Sinking Sands” lijken nummers die er altijd al geweest zijn, maar waar je toch niet meteen het gevoel hebt dat de band te opzichtig leentjebuur is gaan spelen.

Net zoals veel van hun leeftijdsgenoten willen ze niet bij de pakken blijven zitten wat betreft de huidige politieke toestand in de Verenigde Staten (denk aan de Parkland schietpartij en de daaropvolgende discussies over strengere wapenwetgeving). In de stampende new wave-rocker “Crisis Fest” leggen ze de vinger op de wonde van de politiek in hun thuisland (“2017 we know/ Reality's one big sick show/ Every day's a crisis fest”).

Voor vernieuwing moet je niet bij Sunflower Bean zijn. Dit is muziek die evengoed enkele decennia geleden had kunnen gemaakt zijn, maar die door de energie en bezieling van de jonge New Yorkers toch ook heel erg van het hier en nu is. Tel daarbij dat ze weten hoe je een goede, catchy song in elkaar steekt en het zou ons niet verbazen dat ze met dit album ook op grotere schaal hoge ogen gooien.

Sunflower Bean treedt op 10 april op in Trix.

E-mailadres Afdrukken