Banner

Dream Wife

Dream Wife

5.0
Sylvia Eeckman - 21 maart 2018

Alles komt terug, soms van nooit echt weggeweest. Om de zoveel tijd verschijnt immers een verse lading “meiden met gitaren” ten tonele en doet iedereen die ooit de Riot Grrrl-beweging genegen was alsof ze dit nog niet eerder en snediger hebben gehoord. Eerlijk? We verdienen beter, zeker zo kort na Vrouwendag.

Rakel Mjöll (zang), Bella Popadec (bas) en Alice Go (gitaar) vormen de kern van dit IJslands-Britse trio: drie art school kids uit Brighton die een “fake girl band” uit de grond stampten als uit de hand gelopen schoolproject. Nu vormt het hun, en onze, realiteit. De naam Dream Wife leenden ze van de gelijknamige film uit 1953, een satire waarin Deborah Kerr een – o horror – intelligente vrouw vertolkt die haar feministische boodschap met andere vrouwen deelt. Een als komedie verpakte waarschuwing voor arme mannen die menen hun droomvrouw gevonden te hebben. Iets wat, net als de droomman, gewoonweg niet bestaat.

Zo vinden deze rebel girls ook van zichzelf dat ze niet passen in het beeld van “een vrouw in de muziekwereld”. Vrouwen zijn immers complexe wezens – weet je wel – en Dream Wife wil inspireren door die verschillende gezichten te tonen. Tot zover de theorie. In de praktijk verlenen ze vooral een smoel aan jonge, westerse, arty vrouwen met een voorliefde voor relmeiden uit de jaren negentig en het begin van de jaren tweeduizend. Een luchtige blend van invloeden als Le Tigre, Yeah Yeah Yeahs, Be Your Own Pet, Sleater-Kinney en The Spice Girls, maar dan ontdaan van urgentie, leuke teksten of hooks die bijblijven.

Maar eerlijk is eerlijk: Dream Wife begint nog leuk met “Let’s Make Out” – de titel dekt de lading – waarin de stem van Mjöll lekker hysterisch schreeuwt en “ooohoooos” en handgeklap de meezingfactor opkrikken. “Fire”, geïnspireerd door het astrologische vuurteken dat het trio verbindt, is het meest suikerzoete, popgevoelige nummer. Met zijn glanzende achtergrondkoortjes, “hey hey heys” en catchy gitaarriffs wordt “Hey Heartbreaker” geheid een hit op de indiedansvloer.

Daarna houdt de fun echter snel op. “Somebody” probeert een punt te maken over de verkrachtingscultuur (“you were a cute girl standing backstage/it was bound to happen”) en verheft de slogan “I am not my body/I am somebody” tot mantra waardoor vrouwen zich bevrijd moeten voelen. En wij maar denken dat lichaam en persoonlijkheid mooi hand in hand konden gaan. Is dit empowerment? Komen hiervoor vrouwen op straat tijdens een Slut Walk om hun vrijheid in elke verschijningsvorm te verdedigen? Er is nog werk aan de winkel als we niet verder staan dan holle, simplistische leuzen. Een staccato zangstijl en veelbetekende blik richting publiek verlenen niet noodzakelijk meer gewicht of betekenis aan de woorden.

Recensenten hebben naast de feministische inslag al gauw de mond vol van rauwe energie en dynamische songs, maar ook dat viel ons tegen. We hoopten op een soort van Riot Spice Grrrl, maar kregen lauwe, heropgewarmde kost geserveerd. Het merendeel van de nummers valt ten prooi aan eentonigheid met een melodie die tekortschiet en een structuur die te veel vasthangt aan de refrein-strofeformule. De hemeltergend oninteressante, stagnerende strofes bewerkstelligen vooral een verlies aan directheid en momentum. Met andere woorden: de verveling slaat toe. Al kan dat ook liggen aan de vaak nietszeggende teksten. In een genre dat het moet hebben van zijn energie en repetitieve zinnen, kan je maar beter iets interessants te vertellen hebben en deze twintigers schrijven vooral over wat ze kennen: zichzelf. Dat blijkt heel wat minder verfrissend, badass of verhelderend te zijn dan ze zelf denken.

In een tijd waarin vrouwen hun beste en sterkste beentje voorzetten, is dit al bij al een teleurstellend zwaktebod. Komaan dames, en compleet genegeerde heer achter de drums: we kunnen beter dan dit. Albumafsluiter “F.U.U.” vertoont uiteindelijk nog het meeste oerkracht en fun met de rauwe vocals en gitaren als cirkelzagen. Er is zelfs plaats voor humor. Tekstregels als “I’m gonna fuck you up/gonna cut you up” doen je misschien dun door de broek lopen, maar uiteindelijk blijken de dames gewoon een kappersbeurt aan te bieden: “I’m gonna cut your hair”. De tongue zit af en toe redelijk ver in de cheek.

We begrijpen waarom sommigen dit leuk vinden. Er vallen ook écht wel enkele fijne nummers te rapen, maar het wordt nooit echt meer dan dat. Ze klinken te veel als de “fake girl band” die ze pretenderen niet te zijn: meer pose dan inhoud. De meisjes in de moshpit wensen we oprecht veel plezier toe. Wij leggen ondertussen onze ballen op tafel, keren terug naar ons breiwerk en draaien Savages’ “Fuckers” er nog eens door.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Dream Wife