Banner

Bugge Wesseltoft

Everybody Loves Angels

Guy Peters - 22 februari 2018

Twintig jaar nadat hij met It’s Snowing On My Piano tekende voor het meest succesvolle album uit de ACT-catalogus, gaat de Noorse pianist, labelbaas en bruggenbouwer Bugge Wesseltoft terug naar zijn wortels voor een vervolg. Een terugschakelbeweging in een op hol geslagen wereld.

Niet dat Wesseltofts album destijds zo vernieuwend was – op ECM en een handvol andere labels waren al wat verwante dingen uitgekomen – maar hij wist blijkbaar de juiste snaar te raken. In 2018 wordt nog altijd herhaald, alsof het een mantra is, dat niemand de stilte zoveel kleur kan geven als hij. Heel wat artiesten zouden er vervolgens een carrière op gebouwd hebben, maar niet Wesseltoft, want die richtte z’n eigen label Jazzland op, om het vervolgens te zien uitgroeien tot een van de belangrijkste Scandinavische voor progressieve jazz en aanverwanten. Hij maakte zelf behoorlijk wat furore met zijn band en albumreeks New Conception Of Jazz, waarmee hij de Europese jazz definitief de 21ste eeuw in kegelde met een toen vernieuwende combinatie van akoestische en elektrische elementen, vrij rondgestrooide beats en meer. De man schopte het zelfs tot op dancefestivals en werd een cross-overartiest die in één adem genoemd wordt met volk als Nils Petter Molvær, Arve Henriksen en Jan Bang.

Maar in Noorwegen, waar ze zich voortdurend bewust blijven van de ruwe onherbergzaamheid én de oogverblindende perfectie van de natuur, daar kennen ze het belang van je wortels, van een terugkeer naar je mentale en/of fysieke geboortegrond op gezette tijdstippen. De liefde voor bodem en de traditie is er ook geen daad waar foute dingen bij gedacht worden. Wesseltoft en ACT-baas/producer Siggi Loch trokken naar de archipel Lofoten in het Hoge Noorden van Noorwegen en geboortestreek van Wesseltofts grootvader. Je vindt er ook LofotKatedralen, de grootste houten kerk van het land, die de locatie voor Everybody Loves Angels vormde.

De kerstsongs van toen werden deze keer vervangen door een paar bewerkingen van sacrale stukken, een stevige portie popsongs en een eigen compositie. Wat bij de eerste beluistering al zal opvallen, is dat de songs onderling niet zo heel veel verschillen van elkaar. Dat is op zich geen punt van kritiek, niet bedoeld om te suggereren dat de man er een homogene pap van maakt. Het duidt vooral aan dat hij erin slaagt om iets uit de songs te halen (of net dat te benadrukken) wat hen enigszins verwant maakt. “Es Sungen Drei Engel”, een traditioneel stuk waar Mahler weg mee wist, zet meteen de toon. Deze muziek rolt of springt niet zozeer, maar glijdt en zwiert zachtjes, schrijdt met, tja, engelengeduld.

”Koral” laat Bach horen in z’n meest ontbeende vorm, terwijl “Salme” van de negentiende-eeuwse Deense componist Christoph Ernst Friedrich Weyse in z’n eerste vijf seconden al vergelijkingen met Satie zal oproepen. Het is een parelende uitvoering die de bijzondere akoestiek van de ruimte en de melodieuze elegantie van het stuk erg mooi weet uit te spelen. Ook Wesseltofts eigen “Reflecting”, waar even een elektronische toon door lijkt te waaien, speelt duidelijk in op de ruimtelijke mogelijkheden met die afwisseling van lage golven en twinkelende pasjes aan de andere kant van de horizontale ivoorladder.

Wat Wesseltoft met de popsongs doet, is geen grondige deconstructie en evenmin een oefening in vet wegsnijden die enkel de bekende kern van de stukken overeind laat. Integendeel: hij neemt er z’n tijd voor, tekent geduldige introducties uit, waardoor het soms even duurt voor je beseft waarnaar je aan het luisteren bent. Het gaat om klassiekers die iedereen, behalve misschien de jongste generatie, vanbuiten kent. “Bridge Over Troubled Water” (Simon & Garfunkel), “Angel” (Jimi Hendrix), “Morning Has Broken” (Cat Stevens), “Blowing In The Wind” (Dylan), “Angie” (The Rolling Stones) en “Let It Be” (The Beatles). Songs waar generaties succesvolle en afgewezen verliefden op gemijmerd hebben, die schalden door talloze tienerkamers en op trouwfeesten, eindeloos bleven opduiken in Tijdloze- en andere lijsten, braderijen en bij wanstaltige coverbands. Liedjes waar generaties smaakagenten hun neus voor blijven ophalen. Dat weet Wesseltoft ook. Misschien wordt zijn beslissing om er toch mee aan de slag te gaan daardoor nog moediger.

Sommige van die melodieën zijn zo goed als kapot gespeeld, gefloten en geneuried, maar de manier waarop Wesseltoft ze voor het licht houdt, delicaat rondwentelt in z’n vingers en vrijwaart van onnodige bombast, getuigt van een tederheid die de kleffe behaagzucht moeiteloos overstijgt. Om nog maar te zwijgen van “Locked Out Of Heaven” (Bruno Mars): een paar jaar geleden zo’n irritant catchy onding dat met geen stokken uit je kop (of van de radio) te krijgen viel, en dat wordt hier ineens een oorwurm die ei zo na het origineel doet vergeten. Misschien is het feit dat hij al deze songs -- die zo beladen zijn met geschiedenis, overexposure en soms foute connotaties -- toch nieuw leven weet in te blazen, nog wel het mooist van al. Het mag dan geen vernieuwing opleveren; het is wél een plaat die hier wat rondjes gedraaid heeft en ons – enigszins schoorvoetend, we geven het toe – helemaal over de streep getrokken heeft.

Wesseltoft speelt een paar keer in ’t land: 24/2 in Flagey (uitverkocht), 25/2 in Alter Schlachthof (Eupen) en 27/2 in CC De Bogaard (Sint-Truiden).

E-mailadres Afdrukken