Efrim Manuel Menuck

Pissing Stars

8.0
Maarten Langhendries - 11 februari 2018

”I’m not speaking from a safe place” zingt Efrim Menuck ergens op zijn tweede soloalbum. Ook zonder dat tekstueel statement kon je wel al zoiets vermoeden. Door de inktzwarte drones bijvoorbeeld, of de van iedere levensvreugde ontdane zang. Om maar te zeggen:

Efrim Menuck is natuurlijk in de eerste plaats bekend als één van de snarendrijvers van Godspeed You! Black Emperor en als frontman van A Silver Mt. Zion. Maar waar die tweede al een aantal jaar stil ligt en Godspeed vorig jaar zowaar een plaat opnam die je op een goede dag als “optimistisch” zou kunnen omschrijven, brengt Menuck nu een soloplaat uit die iets meer aansluit bij de wereld zoals ze er vandaag bijligt: ontdaan van elke hoop, waarbij de kleintjes hun vuisten amper nog de lucht inkrijgen. “Trapped in the belly of this horrible machine/ and the machine is bleeding to death”: het sombere toekomstbeeld uit de “Dead Flag Blues” staat nog steeds. De gitarist zelf haalt het absurde liefdesverhaal van Mary Hart en Mohammed Khashoggi, respectievelijk een Amerikaanse televisiepresentatrice en de zoon van een Saoedische wapenhandelaar, aan als inspiratie. Daarnaast waren 2016 en 2017 blijkbaar geen topjaren voor de man (“a very rough pair of years, shot thru with fatigue, depression, despair, and too many cigarettes and too much booze”). Maarja, voor wie wel? En uiteindelijk is bij Menuck het persoonlijke ook altijd het politieke (zie “The Beauty of Children and the War Against the Poor”). Dat bewijst hij met deze plaat misschien meer dan ooit tevoren, door bijvoorbeeld in de langzaam aanzwellende dronewolk die opener “Black Flags Ov Thee Holy Sonne” is zijn eigen bleke gezang te doorbreken met de krachtdadige kreten van zijn zoon. Je ziet het kind haast op de schoot van zijn terneergeslagen vader, moe van het vechten, kruipen om deze te troosten.

Voor de rest valt er immers weinig hoop te rapen op Pissing Stars. Muzikaal piept en kraakt het openingsnummer in het zwartste zwart. Langzaam trekt het nummer je zo mee in de afgrond. Dit is het geluid van kapotte steden in een afgeleefde eeuw, een requiem voor Grenfell Tower. Naadloos vloeit het nummer over in “The State and Its Love and Genocide”, dat op een vreemde manier aan het donkerste van The Terror van The Flaming Lips doet denken. Diezelfde zang met een bezorgde blik op oneindig, begeleid door een hamerende repetitiviteit leiden je door zwartgeblakerde ruïnes en kapotte ruiten. Het krakershart bonkt zoals in de jaren ‘90. Laat ook duidelijk wezen: fans van gemakkelijke spanningsbogen en grandioze erupties hebben hier weinig te zoeken. Hier heerst enkel de drone, de zenuwslopende tussenstukken van Allelujah! Don’t Bend Ascend en Asunder, Sweet and Other Distress, net zoals dat ook al was op Efrims eerste plaat plays “High Gospel”. Daarmee ligt zijn muziek veel meer in het verlengde van pakweg Hiss Tracts, zonder daarbij al té abstract te worden. Meer dan plays “High Gosepl” echter vormt Pissing Stars een echt geheel met één allesoverheersende, ijzige sfeer die veel deprimerender is dan Efrims solodebuut. Zeker de eerste helft voelt aan als een langgerekt klanktapijt dat nergens aan kracht inboet. “The Lion-Daggers of Calais”, de stemmensample “Kills v. Lies” en “Hart_Kashoggi” zijn pijn en verdriet in ruis gegoten.

Daarna volgt echter hét verrassingsmoment van de plaat, “A Lamb in the Lnd of Payday Loans”: dichter bij een soort gemuteerde popsong is Menuck nooit geraakt. Opgejaagd trekt hij een sprintje naar de eindmeet, tussendoor vloekend op een corrupt systeem dat mensen blijft vermorzelen. Eerlijk? Voor ons had het niet gehoeven op deze Pissing Stars. Zeker niet omdat “LxOxVx/ Shelter in Place” daarna alle hoop toch de nek omwringt. Het nummer vormt misschien wel het kloppend hart van de plaat, met zijn eenzaam prevelende Menuck die langzaam overspoeld wordt door een golf van drones en een eenzaam huilende gitaar. Het grijpt terug naar het openingsnummer, maar dan zonder de troost van zijn zoon.

”The Beauty of Children and the War Against the Poor” lijkt daarna het hoofd te buigen, weliswaar op de tonen van een bloedmooie melodie (in zoverre je daar hier van kan spreken) van melancholisch echoënde klanken. Het titelnummer toont echter een recht krabbelende Menuck, een anarchist die nog niet dood en begraven is, maar misschien enkel nieuwe uitwegen zoekt. Het album vertelt zo een verhaal van uitzichtloosheid, met een tikkeltje hoop op het einde. Een uitzichtloosheid waarin het koesteren van onze dierbaren misschien het enige is wat overblijft om zin te geven aan het bestaan wanneer de woede is uitgedoofd, platgetrapt door de teleurstelling van betogingen die niets uithalen en hopeloos activisme. Het persoonlijke als politiek, vertaald in een krachtige plaat die zich als een ijzersterk geheel laat luisteren en blijft boeien, ook al vormt ze misschien in eerste instantie vooral een harde noot om te kraken. Voor wie zich echter laat meeslepen door de drones, het lawaai trotseert en de bitterheid omarmt, vormt Pissing Stars een indrukwekkende soundtrack bij “buildings tumbling in on themselves”. Een soundtrack die tot het beste behoort wat Menuck in jaren gemaakt heeft.

E-mailadres Afdrukken