Django Django

Marble Skies

7.0
Matthieu Van Steenkiste - 09 februari 2018

Zullen we Django Django dan maar bevrijden van de stempel "one hit wonder"? Twee platen na dat "Default" klopt de Schotse groep aan met een derde plaat, en die heeft net genoeg in de rugzak om uw aandacht te verdienen.

Alle kanten op, en als het moet: alles tegelijk. Dat was het devies van Django Django bij de sessies voor Marble Skies. Drummer, producer en notoir mens-zonder-geduld Dave McKean werd naar huis gestuurd, Anna Prior van Metronomy mocht zijn plek achter de trommels innemen voor een lange jamsessie die de basis voor deze plaat vormde. En natuurlijk mocht de baas van op afstand nog steeds zijn ding doen: af en toe kreeg hij een brokje toegeworpen waar hij dan op zijn computer loos mee mocht gaan.

Zo, ergens te midden van die twee stromen ontstond Marble Skies, die zo belangrijke derde van Django Django. Het tekent een plaat die de ongemakkelijke spreidstand tussen live en elektronisch huppelend van het ene been op het andere volhoudt. Belangrijkste vaststelling: in de meeste nummers zit leven, wat meer is dan we over de steriele voorganger Born Under Saturn kunnen zeggen, de plaat die ons bijna "one hit wonder" liet schrijven.

Er zijn de rubberen groove tracks waarmee de band elk feestje aan de gang houdt. "Champagne", bijvoorbeeld. Minder bruisend dan het goedje dat Millionaire doorgaans rondspuit, maar minstens zo goed als een dolce spumante. In "Further" wordt zwaar aan het elastiek getrokken, en ook single "Tic Tac Toe" jakkert aan een tempo dat "Default" x 2' spelt. Het spelletje "raad de inspiratie" mag u zelf spelen. Keuzemogelijkheden: rockabilly, krautrock, dub reggae, synth pop, surf, en ga zo maar door.

Want ja, van bij de titeltrack zit er behoorlijk wat tempo in Marble Skies. Er mag gedanst worden, en op "Surface To Air" is dat op een reggaetonbeat waarop het aardig kontschudden is. Slow Club-zangeres Rebecca Taylor mag voor één keer de microfoon overnemen, en doet dat tot ieders bevrediging. Zeggen wij: mag op de iPod met liedjes voor in de auto, want dat is waar de beste popliedjes van het moment naartoe gaan.

Vervelend dus, hoe Marble Skies in zijn tweede helft vaart verliest. Voor het al te psychedelische "Sundials" moest een part schrijfcredit naar eighties synthicoon Jan Hammer (Miami Vice), wiens "The Seventh Day" duchtig geplunderd wordt. Het doet het nummer geen goed, maar we vrezen dat niets had geholpen om dit muzikaal equivalent van véél te veel joints wat peper in de kont te geven.

"Beam Me Up" is maar een béétje interessanter, dreint ook al door aan een suf slakkengangetje, over een synthbas die er weinig zin in lijkt te hebben. In "Real Gone" doen de toetsen iets huppelend dat in de jaren tachtig de rigueur du jour was, en nu hopeloos gedateerd. De etherische zanglijn die in een mist van echo verloren loopt, hélpt ook niet. Als wij toeters willen roken, dan roken we die wel zelf, de muziek moet niet volgen.

Drie platen ver verkoopt Django Django Marble Skies als een soort van nieuwe start; een synthese van plaat één en twee. Het heeft niet altijd dat beste van twee werelden opgeleverd dat die promopraat belooft, maar op zijn best gelukkig wel. Dat horen we nog eens in afsluiter "Fountains", waarin die typische dubbele vocalen als vanouds hoog boven de groove zweven. Geen perfecte plaat, wel een geslaagde comeback.

E-mailadres Afdrukken