The Soft Moon

Criminal

6.0
Sylvia Eeckman - 02 februari 2018

Dagen zonder zon. Het is niet enkel de Vlaamse kwaal bij uitstek, maar ook het officieuze onderschrift bij het in miserie gedrenkte geluid van Luis Vasquez, posterboy van de gloom en opperhoofd van The Soft Moon. Dat Californië niet enkel Beach Boys voortbrengt, bewijst zijn gitzwarte draaikolk van darkwave en industrial. Kwestie van 2018 positief in te zetten, laat hij de donkere wolken nog eens samenpakken op Criminal.

We maken ons al sinds 2010 oprecht zorgen over de mentale toestand van Vasquez, die telkens laat verstaan dat hij niet uit doorgedreven retromania, maar uit pure innerlijke noodzaak vreugdeloze klankpaletten voortbrengt. Muziek als therapie voor innerlijke kwelduivels en een traumatische jeugd, een kwestie van zowel introspectie als een nood aan escapisme. Het verleent hem een aura van oprechtheid. Je voelt dat hij niet leurt met een gimmick om munt te slaan uit liefhebbers van zwarte kledij, maar easy listening wordt het nooit. Op dat ijzige debuut The Soft Moon meurden die zielenroerselen nog hevig naar de kale, grijze, industriële jaren tachtig met repetitieve synth progressies en strakke, uit de krautrock geleende motorik ritmes. Als zijn stem al aan bod kwam, was het in de vorm van gehijg of gefluister, goed verscholen onder een dikke laag galm. Zeros (2012) bracht meer van hetzelfde, maar leed ondanks hitsige single “Die Life” toch wat aan bloedarmoede. De definitieve ontbolstering kwam in 2015 met het minder klinisch klinkende Deeper. Daar ligt de aandacht op compositie - het schrijven van ‘nummers’- in plaats van op het louter creëren van atmosfeer. Diepe baslijnen, synths en gitaren die afwisselend huilen en kraken vormen nog steeds de dragende kracht, maar Vasquez diept zijn bijwijlen catatonische “coldwave” uit door geëxperimenteer met noise en industrial elementen. De keurig verpakte nachtmerries teren minder op een gevoel van oneindigheid, maar krijgen klassiekere songstructuren waarbij je bijna kan spreken van een refrein.

Het is op dit elan dat Criminal verdergaat. Het veelbelovende “Burn”, met zijn new wave baslijn en krijsende gitaren, is een verschroeiende meestamper waarin de geest van Trent Reznor (op een mindere dag) lijkt rond te waren. Dat laatste geldt ook voor “Choke”, met een slepende riff die sommigen zouden omschrijven als hypnotiserend, maar op ons toch eerder drammerig en licht ongeïnspireerd overkwam. Wij meenden dat het nummer over drugs ging (“I live high/drown the lights”), maar naar verluidt liet Vasquez zich inspireren door nachtelijke dwaaltochten doorheen de straten van Berlijn. Geef ons dan toch maar “The Pain” dat met zijn jengelende synthlijntje zweemt naar Sisters Of Mercy of “It Kills”, zwaar uitgevallen synthwave waarop Vasquez zijn zelfdestructieve neigingen bezingt: “I ache for anything that tears me down”. Wie een soundtrack zoekt om zijn dansfeestje op een verlaten industrieterrein op te leuken, kan terecht bij het met een technobeat geïnjecteerde “Like A Father”, terwijl het instrumentale “Ill’ klinkt als een machinekamer in alarmfase rood. Industrial music for industrial people, heet dat dan. Of hoe laag, knarsend gedreun best relaxerend kan zijn.

Volgens de perstekst moeten we Criminal opvatten als de schuldbekentenis van iemand die overloopt van zelfhaat, schaamte en schuldgevoel en continue met zichzelf in de knoop zit. Is er ook zoiets als te veel introspectie? Waar Vasquez’ stem op de eerste twee platen nog knus tussen de andere geluidslagen verweven zat, treedt die nu nadrukkelijker op de voorgrond: we krijgen variaties op hijgend gefluister, staccato parlando of rechttoe rechtaan – nou ja – zingen. Het zijn echter de teksten die ongewild opvallen door hun soms dubieuze kwaliteit. Ze komen ongetwijfeld recht uit het hart, maar neigen heel vaak naar simplistische tienerpoëzie. “You give something/when I give nothing” of “How can you love someone like me” bewandelen de fijne lijn tussen zelfhaat en zelfbeklag. Even denk je dat Luis een nieuwe afslag neemt in zijn innerlijke labyrint met mogelijke lichtpuntjes als “changing my way/not sick for the first time” (“Young”) of “born like this/no more of it” (“Born Into This”). Jammer genoeg leunen net die nummers het dichtst bij de verveling aan. Al kan dat ook liggen aan het feit dat de vermoeidheid toeslaat iets over de helft van de plaat, een ziekte waar ook Deeper enigszins aan leed.

We voorspellen dat dit album een splijtzwam zal vormen onder fans. Na dik veertig minuten overheerst een gevoel van nét niet. Wij misten de smeulende shoegaze touch van een “When It’s Over”, de door merg en been snijdende statische ruis van “Being” of de pulserende duisternis van “Black”. Criminal heeft dan wel een hoger meezinggehalte, maar moet het vaak stellen zonder die thousand mile stare of dat heerlijk claustrofobische gevoel dat je nekharen overeind doet staan. Diep zwart maakt plaats voor een iets minder prikkelende tint grijs.

The Soft Moon staat op zaterdag 17 februari in de Botanique (Orangerie).

E-mailadres Afdrukken