Banner

Yungblud

Yungblud

7.0
Erwin Knieper - 01 februari 2018

Het jaar is nog niet goed en wel op gang getrapt en daar worden de eerste vlaggen al geplant. Was het in 2017 nog net te vroeg om het over de doorbraak van Yungblud te hebben, dan kan je nu alvast niet meer om de jonge Brit heen.

“We have seen the future and it looks like Yungblud”; met die woorden werd Dominic Harris in een van de laatste maanden van het vorige jaar bewierookt door NME, het toonaangevende Britse onlinemagazine voor zowat alles dat je tegenwoordig onder de noemer “populaire cultuur” kan plaatsen. Dat de verwachtingen voor Yungblud -- de eponieme EP -- hooggespannen waren, is dan ook wel het minste dat je kan zeggen. Harris verliet de schoolbanken op zijn zestiende op zoek naar het succes dat puistigere pubers als Jake Bugg of Alex Turner in de schoot werd geworpen. Erg lang heeft hij alvast niet moeten zoeken; op dit moment trekt hij voornamelijk de aandacht met korte maar bijzonder krachtige optredens die bol staan van pittige verwijzingen naar alles dat net iets te alledaags of modaal lijkt.

“I Love You, Will You Marry Me”, het nummer waarmee Harris ook in Vlaanderen radiotijd mee wist af te dingen, vertelt zo het verhaal van twee jonge geliefden die barsten onder het juk van de spreekwoordelijke zwaarte van het bestaan. Au fond gaat het nummer over niets anders dan een stuk graffiti waar net iets te veel aandacht aan wordt besteed, maar de lichtvoetige manier waarop Yungblud het verhaal verkoopt -- makkelijke rhymes, snedige gitaren en een spreektempo dat zelfs de meest getrainde anglist niet kan volgen -- maakt het nummer onweerstaanbaar, maar doet meteen ook afbreuk aan de onderliggende boodschap. “King Charles” geeft je van hetzelfde laken een broek, al ligt het tempo hier net wat lager en voel je de onderliggende bassen wat nadrukkelijker op de voorgrond treden. Ook hier merk je na enkele luisterbeurten dat het nummer een duidelijk punt probeert te maken dat door de inherente vrolijkheid wat teniet wordt gedaan.

“Polygraph Eyes” en “Anarchist” zijn dan weer de nummers waarbij het geluid wel duidelijk aansluiting vindt bij het beeld dat Harris probeert weer te geven. Een loodzware boodschap wordt tot twee keer toe gekoppeld aan een lager spreektempo waarbij de lyrics ook effectief worden gezongen. De woede die Harris tijdens eerdere nummers weergaf door zijn teksten haast brutaal af te ratelen, wordt nu ingeruild voor muzikale rustpunten die de zwaarte van de boodschap nog wat extra in de verf zetten. Gaat “Polygraph Eyes” over het vraagteken dat vaak schuilgaat achter het vrijwillige aspect van een one night stand, dan krijg je in “Anarchist” het relaas van een eenzaam en verwaarloosd buitenbeentje. “Locked me in a room since I was young/I’ve never seen a morning sun come up/I’m employee of the month at a Ritalin club”; hoe dichter je bij het einde van het album komt, hoe somberder het geheel.

Muzikale maatschappijkritiek door iemand die amper van het leven heeft geproefd; wat moet je daar nu mee? Bekijk je Yungblud enkel vanuit het muzikale perspectief, dan leidt de optelsom tot een aangenaam geheel van frisse beats en aangename passages die dwingen tot voorzichtige danspassen. Hou je rekening met het punt dat Harris keer op keer probeert te maken, dan verbleekt de voorgaande stelling in het niets en wordt het erg moeilijk om het album enigszins te kunnen recenseren. Een voorzichtige voorspelling om af te ronden: als Yungblud effectief nog even wil meegaan, dan is het geen slecht idee om net iets meer in te zetten op het muzikale aspect. Bij NME kennen ze vast wel iemand die kan helpen om de teksten wat op te leuken.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Yungblud