Banner

H.C. McEntire

Lionheart

7.0
Bjorn Weynants - foto's: Heather Evan Smith - 26 januari 2018

Op haar eerste soloalbum probeert Heather McEntire -- frontvrouw van de alt.countryband Mount Moriah -- in het reine te komen met het opgroeien in de Deep South, waar haar “anders” zijn in het beste geval niet begrijpend, maar meestal vijandig werd bekeken.

Het Zuiden van de Verenigde Staten is een regio met een gespleten persoonlijkheid. Langs de ene kant was het de bakermat van de slavernij, waar racisme ook nu nog altijd welig tiert en de vlag van de Geconfedereerde Staten nog aan sommige overheidsgebouwen hangt te wapperen. Een regio waar racistische en reactionaire politici als Strom Thurmond en George Wallace decennia lang steeds weer herkozen werden. Of waar recenter een van pedofilie beschuldigde politicus nog bijna tot senator verkozen werd. Maar langs de andere kant is het de bakermat van talloze Amerikaanse muziekgenres en had de regio zo een buitensporige invloed op de ontwikkeling van de Amerikaanse cultuur. Van de blues in de Mississippi Delta tot de bakermat van de country in Nashville of de jazz in New Orleans, allen vonden ze hun oorsprong in de vaak moeilijke levensomstandigheden in de Deep South.

Het is daar, in North Carolina, dat Heather McEntire opgroeide in een gelovige familie van Baptisten. Al snel beseft ze dat uitkomen voor haar homoseksuele geaardheid in dat conservatieve klimaat geen vanzelfsprekendheid is. Haar uitlaatklep vindt ze in de muziek. Eerst in de punk van haar eerste band Bellafea en later in de alt.country van Mount Moriah. Het is daar dat ze aandacht trekt van artiesten van diverse pluimage als John Darnielle (The Mountain Goats), Angel Olsen (met wie ze vorig jaar op tournee ging en die hier ook meespeelt) en Kathleen Hanna (Bikini Kill, The Julie Ruin). Die laatste overtuigde haar om aan dit soloalbum te werken. Het resultaat is een persoonlijk album geworden waarin McEntire haar geaardheid en geloof probeert te verzoenen en en passant ook wil aantonen dat countrymuziek zich daar niets van hoeft aan te trekken.

Opener “A Lamb, A Dove” handelt meteen over de moeilijke relatie tussen haar religieuze opvoeding en haar ontluikende seksualiteit (“I have found heaven / In a woman's touch / Come to me now / I'll make you blush” staat er in contrast met Bijbelse verwijzingen). De minimalistische begeleiding maakt van het nummer een breekbaar kleinood. Het is een verhaal van proberen aanvaard te worden, maar steeds weer afgewezen te worden door je omgeving. “And the land I cut my teeth on / Wouldn’t let me call it home” klinkt het op “When You Come For Me” waar de Spaanse gitaar het nummer een licht exotisch tintje geeft.

“Quartz In The Valley” is pure country zoals Margo Price en Sturgill Simpson die tegenwoordig ook brengen. Soms zijn de country-invloeden echter subtieler aanwezig, zoals op “Baby’s Got The Blues” of het knappe “Red Silo”. Een van de hoogtepunten van het album is “Wild Dogs” met zijn heerlijk stapvoets schuifelend ritme. Al is er af en toe wel een minder moment op het album. “One Great Thunder” neigt naar Angel Olsen met zijn piano en breekbare strijkers, maar weet niet echt te beklijven. Aan hetzelfde euvel lijdt slotsong “Dress In The Dark” dat wat gezapig voortkabbelt.

Alles bij elkaar genomen is Lionheart echter een uiterst geslaagd debuut. Een album met thema’s die McEntire van zich af moest schrijven. Maar bovenal is het een mooi, gelaagd album geworden op het grensgebied van folk en country. Soms wil het wat grootster klinken, maar even vaak klinkt het klein en frêle. Wereldschokkend is het nergens, maar dat Mcentire een goeie song kan schrijven, bewijst ze hier wel.

E-mailadres Afdrukken