Yedo Gibson & Vasco Trilla

Antenna

Guy Peters - 22 januari 2018

We zijn duidelijk niet de enigen die in de mot hebben dat er al even wat beweegt in het zuidwesten van Europa. Een paar labels en artiesten schopten het intussen tot internationaal gelauwerde vertegenwoordigers van de jazz en improvisatie, en er komt voorlopig geen einde aan de bloeiperiode. Een opmerkelijk initiatief kwam onlangs uit het oosten van Europa, waar het Poolse Multikulti Project een nieuwe reeks oprichtte, onder de naam Spontaneous Music Tribune Series, om exclusief vrije muziek van het Iberische schiereiland op uit te brengen. Zo verscheen onlangs een tweede duoalbum van rietblazer Yedo Gibson en drummer Vasco Trilla.

De Braziliaan Gibson woonde en werkte jarenlang in Nederland, tot hij een paar jaar geleden verkaste naar Portugal. Trilla is een Catalaan met wortels in hetzelfde land. Vooral de voorbije twee jaar zijn de twee erg actief geweest, en doorgaans in elkaars nabijheid. Zo verscheen begin 2016 al Inherent Chirality bij het Gentse El Negocito, maar was vooral 2017 een boerenjaar voor de twee. Trilla viel te horen op releases van minstens vijf labels en een handvol releases met Gibson en goed volk als Hernâni Faustino, Ernesto Rodrigues, Luís Lopes en Miguel Mira, stuk voor stuk cruciale figuren uit de bruisende scene van Lissabon.

Met Antenna bezegelen de twee nog eens hun vriendschap, en dat gebeurt op behoorlijk indrukwekkende wijze. Doorheen zes improvisaties geven ze volop bewijzen die Trilla’s claim dat ze fungeren als één orgaan, kunnen ondersteunen. Gibson verkiest hier sopraansax, maar hanteert ook de baritonsax, terwijl Trilla ook behoorlijk wat variatie aan de dag legt. Hoewel er links zijn met de freejazztraditie, zit deze muziek vooral verankerd in de traditie van de Europese vrije muziek, waardoor ook regelmatig in de abstractie gedoken wordt, en de muziek ritmisch niet zozeer swingt, als voortdurend transformeert. Het is Gibson die soms het laken naar zich toetrekt met een imponerende techniek, maar Trilla countert eigenwijs, door de nadruk te leggen op resonerend metaal, eigenaardige texturen of een densiteit die een pak lager ligt dan die van zijn collega. Het leidt tot opvallende contrasten.

In opener “Aparture” start Trilla met belletjes, Gibson antwoordt met neuzelende motieven. Een ontwakende wereld van klanken die aanvankelijk nog zachtaardig en in zichzelf gekeerd lijkt, maar stapsgewijs openvouwt met steeds langere, repetitieve en intensere notenslierten, die haast doen denken aan Rimski-Korsakovs De vlucht van de hommel. Opvallend: voor Trilla blijft de focus erg lang op het metaal liggen, met roterende, rinkelende, ratelende bewegingen, terwijl Gibson blijft intensifiëren tot het boeltje op springen staat. Meteen erna wordt de diversiteit benadrukt met “Dipole”, waarin het de trommels zijn die een organisch, ongeforceerd verhaal vertellen tegen het geweeklaag van de zeurende sopraansax.

Het is een contrast dat iets verderop in de plaat nog eens opduikt, met “Whip” dat vooral inzet op percussief gerinkel en gekraak, en de sopraansax die vooral vreemde, vaak gevocaliseerde texturen uitspuwt. “Array” start vervolgens botsend en stotend, met een ongedurige start/stop-dynamiek, maar ontpopt zich al snel tot een bevlogen tour de force die zelfs “Aperture” achter zich laat. Het is een ontketende Gibson die je te horen krijgt, met eindeloos aangehouden, denkbeeldige heuvels op- en afsnellende spurtjes die maar blijven draaien en keren en razen en kronkelen met een verzengende vurigheid. De laatste minuut, waarin Trilla al opgehouden is met spelen, is van een ronduit delirische heftigheid, die zelfs niet bereikt wordt met de bronstig ronkende baritonsax van “Fractal”, hoe indrukwekkend die ook klinkt tegen die achtergrond van aanzwellende metaalachtige golven.

In slotstuk “Isotropic” zoeken de twee de grenzen van de akoestische mogelijkheden op, met een exploratie van geluiden die resoluut naar abstractie overhelt en neigt naar het speels-mechanische samenspel dat John Butcher en Gino Robair ook zo fraai laten horen. Alsof ze met het gewrijf, geritsel en geplof willen tonen dat er nog een hele wereld te verkennen valt naast die van standaardtechnieken. Misschien iets voor een vervolg, al is de lat wel gelegd met dit straffe plaatje, dat door die afwisseling en cohesie een uitdaging biedt, zonder daarom onverteerbaar te worden.

E-mailadres Afdrukken