Banner

James Brandon Lewis & Chad Taylor

Radiant Imprints

Guy Peters - 16 januari 2018

Niets zo mooi als een boeiende, jonge muzikant volgen, zeker als die zich voorgenomen heeft om niet bij de pakken te blijven zitten. Tenorsaxofonist James Brandon Lewis is bezig aan een intrigerend parcours, dat nu halt houdt bij een volgende uitdaging: een duoplaat met meesterdrummer Chad Taylor. We mochten al voorbeluisteren.

We kregen vorig jaar een paar kansen om Lewis aan het werk te zien met zijn Trio, een band waarmee hij de zone tussen jazz (van hardbop tot de vrije variant), hiphop en rock moeiteloos overspande. Het ene moment met een onbedwingbare funky drive, maar net zo vaak met een statige, of zelfs spirituele ambitie. Het was een soort van culminatiepunt van eerdere albums Moments (2010), Divine Travels (2014) en Days Of Freeman (2015), waarbij elk album weer een stap verder ging in het opzoeken van vrijheid in een eigen afgebakende zone. Na No Filter (2016) van het trio volgt nu Radiant Imprints, en dat zowaar bij het Belgische Off-label. Daarop is Lewis te horen met Chad Taylor, van o.m. Digital Primitives, Chicago Underground Duo en bands rond uiteenlopende figuren als Eric Revis, Marc Ribot en recent ook Jaimie Branch.

Het sax/drums-duo neemt een unieke plaats in binnen de jazz, en al zeker binnen de vrijere vleugel. Het is het formaat dat op de kaart gezet werd door John Coltrane en Rashied Ali, waarvan Interstellar Space (opnames uit 1967 die zeven jaar later uitgebracht werden) nog steeds wordt beschouwd als een vroege standaard. Sindsdien hebben talloze volgelingen hun eigen draai gegeven aan die context. Het is de meest directe vorm van interactie, zonder de aanwezigheid van een bemiddelaar. Je bent overgeleverd aan jezelf, je muzikale gesprekspartner en de wederzijdse empathie die idealiter tastbaar gemaakt wordt. Komt de symbiose niet tot stand, dan is het zoeken zonder vinden, vonken zonder vuur. Bij toppers kan een discussie die niet alleen leiden tot een dialoog of krachtmeting, maar ook een spel van ideeën en intenties, waarbij de twee elkaar naar een hoger niveau tillen. Het is intimiderend en uitdagend tegelijk.

Zou je bij Lewis hiervoor misschien eerder denken aan een moderne Sonny Rollins, dan hoor je op Radiant Imprints hoe de geest van Coltrane doorheen de zeven stukken waait. Geen toeval, want hier en daar wordt geraakt aan een paar van ’s mans composities (de titels geven hier en daar al een hint). De muziek is niet helemaal vrij, want er wordt gewerkt met een handvol thema’s, maar die zijn ook maar dat: aanzetten, startplekken om achter te laten en terug op te zoeken, met daartussen een reeks melodieuze en ritmische variaties en uitweidingen, coherente verhalen die teren op vloeiende solo’s en collectief opgebouwde energie, maar ook op aardig wat repetitieve elementen die niet enkel de ritmische component in de verf zetten, maar ook voor de nodige houvast zorgen.

Opener “Twenty Four” is zo meteen het ideale visitekaartje: Taylor legt een lichtvoetig dansend ritme neer, Lewis reageert met een herhaald motiefje dat hij steeds verder van zich weg duwt, tot de link ei zo na vervaagt, de notenslierten steeds langer en hypnotischer worden. Stap voor stap hoor je de twee het vuur oppoken en vervolgens controleren, met Taylor die een solo uit de mouw schudt die vrij én funky aanvoelt, en het duo dat eensgezind afrondt. “Imprints” gaat ook al van start met zo’n oorworm en zoekt vervolgens het meest vrije terrein van het album op, een woelige zone van associaties die klinken als improviserend bergen beklimmen en afdalen. Fraai: in de tweede helft schakelt Taylor over op een eenvoudig tranceachtig ritme dat zijn kompaan inspireert tot een lyriek die herinnert aan zijn eigen “Lament For JLew”.

Een erg geslaagde combinatie van fragiliteit en energie hoor je dan weer in “Loved One”. In z’n kop en staart een smachtende, emotionele voorhamer, daartussen een schurende combinatie van botsende percussie en intens wentelende, expressief zingende tenorsax, die afrondt met een prachtig trappenspurtje over de toonladder. Zitten de meeste stukken rond een vrij compacte vier-vijf minuten, dan wordt iets meer tijd genomen in “Radiance”, waarin Taylor start met een ritualistisch aanvoelende solo, iets dat zodra Lewis erbij komt een rollende, dansende stuwing wordt. Lewis trekt het hele arsenaal open, van die repetitieve motiefjes waarbij je ‘m zo terplekke ziet trappelen, tot bruuske, bluesy intervalsprongen, jeremiërende gezangen en gierende slippartijen. Een kleine tour de force.

Ook heel geslaagd en ideaal als afwisseling, zijn de twee stukken waarin Taylor de drums inwisselt voor een mbira (duimpiano), die hij ook regelmatig hanteert bij Digital Primitives. Het geeft de muziek meteen een speelse en ongedwongen charme, en in combinatie met het saxspel ook een opvallende tederheid. Als Lewis door de stevige sessies met zijn Trio al het risico zou lopen om aanzien te worden als een krachtpatser, dat stelt hij dat beeld hier nog eens bij met delicate en naakte passages die ronduit mooi zijn. Zowel “With Sorrow Lonnie”, waarin een van Coltrane’s allermooiste stukken (“Lonnie’s Lament”) geciteerd wordt, als “First Born”, waarin de mbira klinkt als klokkengelui in een slaapliedje, zijn magnifieke dromerijen met een aandoenlijke, haast kinderlijke puurheid. Zoiets kan je niet veinzen.

Samen met de andere stukken tonen ze niet alleen aan dat Taylor en Lewis een uitstekende match gevonden hebben in elkaar, maar ook dat Lewis alweer een nieuwe uitdaging tot een goed einde gebracht heeft, zonder zijn eigen stijl (vol met rijke melodieën én roots-elementen) en herkenbare identiteit te verliezen. Radiant Imprints is een sterk, soulvol statement van muzikanten die beschikken over bagage en techniek, maar vooral ook over instinct, emotie en karakter. En daarmee spreek je niet enkel het hoofd aan, maar ook het hart.

Het duo stelt zijn album op 31/1 voor in het Palais des Beaux Arts van Charleroi. Meer info HIER. Het album verschijnt op 9 maart bij het Off label.

E-mailadres Afdrukken