Banner

Marker

Wired For Sound

Guy Peters - foto's: Archief Enola / Geert Vandepoele - 22 december 2017

En stilaan worden de rollen omgekeerd. Speelde Ken Vandermark jarenlang regelmatig met pioniers van de vrije muziek en andere vertegenwoordigers van z’n eigen generatie, dan is de 53-jarige rietblazer intussen een artiest die zélf jongeren op sleeptouw neemt. Sterk voorbeeld is het nieuwe kwintet Marker, waarvoor hij zich omringt met jong talent uit thuisstad Chicago.

Ad-hoc-combinaties zijn schering en inslag binnen de vrije muziek, maar je hebt hier ook te maken met een band als het DKV Trio (onlangs nog het absolute hoogtepunt op de slotdag van Sonic City), met een rijke geschiedenis die meer dan twintig jaar teruggaat, of Lean Left, het explosieve kwartet waarmee hij intussen ook een mooi palmares bij elkaar speelde. Working band Made To Break markeerde misschien wel een keerpunt, vooral ook door de aanwezigheid van Amsterdammer Jasper Stadhouders, die intussen een frequente speelpartner werd en ook opdook bij Shelter en de pas verschenen Momentum-release. Met Marker trekt de man van Chicago de lijn door: hier wordt hij omringd door muzikanten die, zeker aan deze kant van de plas, nog relatief onbekend zijn.

Steve Marquette (gitaar) en Macie Stewart (viool, keyboards) kennen we intussen van het prima trio The Few. Zij worden verder aangevuld met tweede gitarist Andrew Clinkman, die al van zich liet horen aan de zijde van Tim Daisy en drummer Phil Sudderberg, ook voor ons de grote onbekende. De vijf startten in 2016 met repetities en de bedoeling om van Marker een echte band te maken. In 2017 kwamen de dingen al in een stroomversnelling terecht, met een residentie in de befaamde club The Sugar Maple in Milwaukee, een plaats waar de band erg toepasselijk in de weer was met het werk van Chris Marker, waaronder een livesoundtrack bij diens legendarische fotoroman La Jetée.

Marker is een typisch Vandermark-project, in die zin dat de leider ermee op zoek gaat naar manieren om gecomponeerde cellen op zo’n manier te organiseren dat er een maximale spontaniteit en vrijheid bewaard blijft. Daardoor krijg je bij een goed geoliede band als deze regelmatig passages voor de kiezen die met zo’n verve gecombineerd worden, dat er een voortdurende spanning werkzaam blijft tussen compositie en improvisatie, waarbij dat eerste element vaak ontglipt en het tweede kan fungeren als een tijdelijk rookgordijn. Soms met de suggestie van schijnbare chaos, maar altijd gestuurd met een consistente focus.

Vandermark voorzag meer dan een dozijn stukken, die worden samengesmolten in drie langere, suite-achtige constructies, die een enorme stilistische reikwijdte aandoen. De rietblazer wisselt binnen elk stuk niet enkel meerdere malen van instrument (tenor- en baritonsax, klarinet en basklarinet), maar het kwintet ontpopt zich als geheel tot een wendbare eenheid. Vanaf opener “Okinawa Bullfight”, opgedragen aan de Belgische cineaste Chantal Akerman, wordt dit geïllustreerd met een combinatie van energie en fijnzinnigheid. Strakke, funky grooves, waarvoor de band zich naar eigen zeggen liet inspireren door Bernie Worrells werk bij Parliament Funkadelic, maar ook elementen als afro-beat en het gitaarwerk van The Ex en Wire worden naadloos aan elkaar genaaid.

Het blijft opvallend lenig en lichtvoetig, met passages vol dik ronkende baritonsax die plaats ruimen voor abstracte momenten met schrille klarinettexturen, zwalpende gitaarinteracties en droney elementen. Mechanisch rollende bewegingen, Afrikaanse tinten, kamermuziekelegantie en schurende gitaarfurie in een evenwicht. Een vergelijkbaar verhaal volgt in “Every Carnation” (opgedragen aan choreografe Pina Bausch) en “Doctors In The Shot” (voor Anthony Braxton en Bernie Worrell): lange bewegingen waarin spelletjes met springerige interactie vol kwieke intervallen afgewisseld worden met dissonante uitspattingen, emotionele saxkreten, knap gitaarpointillisme en een moment vol zoemende orgelklanken van Stewart dat Vandermark meer dan ooit tevoren naar het terrein van de classic rock stuwt. Bijna daar.

Maar een eenduidig label blijft hier ontglippen, want er wordt ook gespeeld met frivole, hedendaags getinte muziek, slepende melancholie en zelfs een elegisch moment, dat natuurlijk terzijde geschoven wordt voor een van de vele spinachtige, hoekige, maar toch in elkaar passende grooves, met als meest opvallende vaststelling dat het allemaal gebeurt met sprekend gemak. Het is daarmee niet alleen een zoveelste toevoeging aan een rijk oeuvre, en een geluid dat herkenbaar én nieuw is, maar ook – en dat is op langere termijn misschien nog het belangrijkst – een kennismaking met een aanstormende generatie improvisatoren die onder leiding van een veteraan z’n visitekaartje afgeeft.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Marker