Banner

Dillon

Kind

8.5
Tom De Moor - 22 december 2017

De in Brazilië geboren en in Duitsland gevestigde Dominique Dillon de Byington is op zes jaar tijd van een alleraardigst tussendoortje blijven evolueren tot een intrigerende artieste met een eigen muzikale en visuele signatuur. Waar ze op This Silence Kills begon als zoetgevooisde singer-songwriter van vaak nog wat dertien-in-een-dozijnerige indiemelodietjes, heeft ze tegen plaat nummer drie een intrigerend eigen geluid ontwikkeld, dat aan een aantal indrukwekkende namen refereert met een eigen twist.

Voor The Unknown verkende Dillon al intensiever de elektronica die haar thuisbasis Berlijn zo sterk beïnvloedt. Deze vindt nog steeds zijn weg naar dit album, zij het dan op een nog subtielere wijze en rijker afgewisseld met organische klanken. De uitgepuurde, soms eigenzinnig geïsoleerde beats en effecten van mysterieuze opener “Kind” doen denken aan Arca’s producties voor Björk. De IJslands-Venezolaanse tandem komt meermaals in het achterhoofd -- iets verder nog in het klankschalenwerk van “Lullaby” -- maar wordt tot minder cerebrale, knussere songs verwerkt. Dillons karakteristieke stem met hoog register en rokerige kraak blijft plaat na plaat aan emotionele lading groeien. Het voorgenoemde wiegelied en de aan CocoRosie refererende minisong “Te Procuro” lijken intiem in het oor gezongen. Door niet te overdrijven met elektronica, geeft dit de songs een interessant spanningsveld van warm en koud.

Op Kind blijft Dillon dus de grote effecten schuwen en bouwt ze met een coherent klankpalet stap voor stap op naar het explicieter clubgerichte orgelpunt “Contact Us”, dat met zijn harde elektronica terugblikt naar “Abrupt Clarity”, het prijsbeest en de vreemde eend in de bijt van haar debuutplaat. Het hele parcours is echter minutieus gecomponeerd. “Stem & Leaf” wordt open geblazen door een kopersectie die niet misstaan had op Florence and The Machine’s How Big How Blue How Beautiful, hoewel de compositie minder groots opzwelt, maar door een ritmische beatsectie eerder tot een midtempo gedragen wordt. Een sidderende bridge doorklieft het sacrale sfeertje van het nummer, alvorens die een laatste lichte tempoversnelling ingaat vanwaar een segue het naadloos laat overvloeien in “Shades Fade”. Op deze track, en verderop in het al meer beatgedreven “Regular Movement”, maakt de blazerssample opnieuw zijn opwachting. Het effect verweeft de nummers hechter met elkaar, maar wordt steeds in een andere sfeer geïntegreerd.

De titeltrack keert in de staart nog eens terug in een stevig gedeconstrueerde versie als “2.Kind”. Deze boeksteunen reflecteren meteen ook de uitersten van het hele werk: van sober en knus tot een killere elektronische mix, maar in beide gedaantes even intrigerend. Dergelijke effecten zijn de kers op de taart die de aanhoudende groei van Dillon als artieste tonen. Probeer haar met dit materiaal ook live te checken, waar ze de sfeerschepping steevast complementeert met een uitgekiende lichtcompositie en in thuisland Duitsland, waar ze een groter publiek en dus ook dito zalen weet te bereiken, zelfs experimenteert met hertaling naar nieuwe bezettingen (orkesten en koorpartijen) en omgevingen (opera en theater).

E-mailadres Afdrukken
Tags: Dillon