Banner

William Eggleston

Musik

6.0
Guy Peters - 20 december 2017

Eenenveertig jaar geleden veroorzaakte fotograaf William Eggleston ophef in de kunstwereld. Zijn eerste tentoonstelling in het New Yorkse MoMa werd aanvankelijk te banaal bevonden door de culturele goegemeente, maar veroorzaakte snel een revolutie binnen de kunsttak. De kleurfotografie was eindelijk écht gearriveerd, en Eggleston groeide uit tot een van de meest invloedrijke fotografen van de voorbije halve eeuw (kreeg eerder dit jaar nog een expo in het Amsterdamse FOAM). Meer dan veertig jaar na dat sleutelmoment debuteert de intussen 78-jarige Eggleston als muzikant.

Al is het geen ‘echt’ debuut, want de opnames vonden al plaats in de jaren tachtig. Het was bovendien niet eens de bedoeling om een album uit te brengen, want de muziek was opgeslagen op een stel floppy disks die Eggleston in z’n Korg 01/W FD gestoken had (best wel voor een ironisch voor een fotograaf die zich altijd zou blijven verzetten tegen de digitale revolutie). Het was een model waarmee de muzikant een aantal sporen kon combineren en de resultaten daarvan opslaan. Via omwegen belandden een paar dozijn disks, goed voor zo’n zestig (!) uur muziek, bij de mensen van Secretly Canadian. Zij brengen een bescheiden greep daaruit, een uurtje, nu uit als Musik.

Dat het resultaat nogal ongewoon klinkt, zal voor wie het fotografisch werk van Eggleston kent, geen verrassing zijn. Je kon de man en z’n technieken van veel betichten, maar gebrek aan originaliteit hoorde daar niet bij. De ongewone perspectieven, revolutionaire dye transfer-techniek, en het vermogen om schijnbaar triviale beelden op te zadelen met suggestieve, cryptische betekenislagen, zetten hem meteen op de kaart als een uniek artiest. Ook William Eggleston’s Guide, het boek dat verbonden werd aan de legendarische expositie, maar slechts 48 foto’s bevatte, groeide uit tot een iconisch werk.

Eggleston beschouwde zich al die tijd ook als muzikant. Doordat hij was opgegroeid in old money, had hij op jonge leeftijd al toegang tot een piano, waardoor hij vroeg kennismaakte met klassieke muziek, maar ook met songs uit de gospel- en country-traditie. Het was het diepe Zuiden, met de rijke tradities die daarbij horen, high en low. De dertien stukken op Musik zijn op twee na geïmproviseerd en overspannen een behoorlijk breed terrein. Dat het synth-model bijzonder geschikt was om andere instrumenten te imiteren, weliswaar met een goedkoop, artificieel randje, speelt daarin mee. Gilbert & Sullivan’s “Tit Willow”, vooral bekend geworden dankzij The Muppet Show, lijkt zo even een hymne-achtig gitaarfolkstukje, waarvan de melodie herinnert aan “My Bonnie Is Over The Ocean”.

“On The Street Where You Live”, een fragment uit de klassieke musical My Fair Lady is dan weer verpakt in cheesy ‘strijkers’: spul dat zelfs niet met een ironische grijns te redden valt. De resterende stukken, een introductie en tien titelloze improvisaties met een duur tussen twee en zestien minuten, laten je alle hoeken van de kamer zien. Ze herinneren aan de dramatische orgelfuga’s van Bach, klinken als kil-synthetische scifi-muziek, puilen uit door een overkill aan banale, percussieve bombast, zweven rond in het ijle als romantische karamelsongs, of monden uit in symfonisch getinte navelstaarderij. En toch zit de kans er dik in dat je gefascineerd blijft luisteren naar deze kleurrijke, soms kinderlijk aandoende janboel, die lijkt vast te zitten in een stilistisch en emotioneel niemandsland. Net als bij Egglestons fotografie zal er voor de ene banaliteit of willekeur in zitten, en voor de andere umheimlichkeit of onheilszwangere spanning.

“Untitled Improvisation / FD / 6.9” is tenslotte misschien wel het beste nummer op het album, een dwalende verkenning van een kwartier, die nergens heen lijkt te gaan, maar er wel in slaagt om je op sleeptouw te nemen door een even ingetogen als rapsodische en minimalistische verkenning. Musik (de schrijfwijze is een ode aan Egglestons grootste held Bach) mist aldus een koers, een cohesie en een verhaal. De man kreeg duidelijk een zekere muzikale vorming, maar herinnert net zo goed aan een klein kind dat alle opties van een stuk speelgoed eens wil uittesten. Het is een fascinerend luisterspel, dat wel, maar net als heel wat andere gevallen in de outsider-bak van de platenwinkel heeft het vooral waarde als curiositeit, als anomalie in een wereld die doorgaans zweert bij duidelijker codes. Een hebbeding voor Eggleston-fans en liefhebbers van muzikale vrijbuiterij, al zouden we zelf vooral een vinylversie willen voor de prachtige foto die Alec Soth (misschien wel de Eggleston van vandaag) in 1999 van de meester maakte.

E-mailadres Afdrukken