Banner

Noel Gallagher’s High Flying Birds

Who Built The Moon?

8.0
Kim Timperman - 21 december 2017

Als we de Britse pers moeten geloven, is er sinds Kaïn en Abel geen broederstrijd meer zo bloedig geweest als die tussen Noel en Liam Gallagher. Maar over wie de bovenhand haalt in dit duel kan weinig twijfel bestaan. Op Who Built The Moon? tast Noel zijn grenzen af, verlegt ze, en overklast zo moeiteloos zijn jongere broer.

“Was dat echt Noel?!” Groot was onze verbazing toen we voor het eerst een flard van “Holy Mountain” opvingen. Het leek alsof de man nog nooit zo modern en in your face had geklonken. Voorzien van elektronisch gemanipuleerde drums klinkt het nummer potig genoeg om een hele kudde olifanten omver te blazen. Maar eens de wervelwind is gaan liggen, besef je dat dit natuurlijk alleen maar Noel Gallagher kan zijn. Wie anders kan zo nadrukkelijk de archieven van de popmuziek plunderen en er toch mee wegkomen? Want we vertellen u waarschijnlijk niets nieuw als we zeggen dat hij zowel “Ça Plane Pour Moi” van Plastic Bertrand als “Diamond Dogs” van David Bowie en “She Bangs” van Ricky Martin door de mangel haalt? (Dat van Ricky Martin hebben we maar van horen zeggen. Uiteraard.) Hoe het ook zij, het resultaat is gewoon dikke fun. Schudden met hoofd en heupen, en verder niet te veel nadenken.

U hoeft dan ook geen seconde te geloven dat er van Who Built The Moon? een diepgaand maatschappelijk engagement uitgaat, ook al beweert Gallagher dat hij met deze plaat IS kan verslaan en Trump kan bekeren. Goed, wie dat echt wil, kan in “Be Careful What You Wish For” een aanklacht tegen sociale ongelijkheid ontwaren. (Of wat dacht u dat hij bedoelt met: “They want you to be like them/But you can never be the same/’Cause you’re standing on the outside/They’ll never let you in/They’ll let you play the game son/But they’ll never let you win”?) Maar verder moeten teksten vooral goed klinken. Als daar iets uit voortkomt als “I sing a song of love/And you can teach me what you know of death”, des te beter. Levert dat alleen maar nonsens op als “She had a look you will find in no book/And she smelt like 1969”, dan is dat even goed.

En toch sijpelt de tijdsgeest tijdens “It’s A Beautiful World” heel even binnen, als een omroepstem in het Frans het einde van de wereld aankondigt en Gallagher dat countert met een eenvoudig refrein: “It’s a beautiful dream/It’s a beautiful night/It’s a beautiful world/When we dance in the light/And all that is real/And all that is right is mine”. Hij wil wel toegeven dat we in een fucked up wereld leven, maar weigert daar grote statements aan vuil te maken. Als er al een statement wordt gemaakt, dan gebeurt dat via de muziek zelf. Zo lijkt “If Love Is The Law” uit elkaar te zullen spatten van optimisme als Johnny Marr in weeral een geniale gastrol uithaalt met zijn mondharmonica. Elders stralen “Black & White Sunshine” en “She Taught Me How To Fly” datzelfde optimisme uit.

Als er iemand verantwoordelijk is voor dat optimisme en de bijhorende spontaniteit, dan is het wel producer David Holmes. Die verbood Gallagher om zelfs maar een idee voor een song mee de studio in te nemen en alles wat ook maar een beetje naar een Oasis- of High Flying Birds-refrein rook, kieperde hij ongenadig de vuilbak in. Om Gallagher uit zijn comfortzone te lokken, wierp Holmes hem de meest uiteenlopende platen toe met de opdracht: “Doe iets zoals dit”. Voor opener “Fort Knox” werd bijvoorbeeld “Power” van Kanye West als blauwdruk gebruikt. In het eindresultaat is die invloed nog altijd hoorbaar, maar bizar genoeg klinkt het nummer ook gewoon als een update van “Fuckin’ In The Bushes”.

Zoiets doet een mens heel even twijfelen: “Is dit nu de grote vernieuwing die ons beloofd werd?” Maar de aanpak van Holmes heeft zijn effect wel degelijk niet gemist. Weg is de midtempo-sixties-fixatie die Gallaghers solodebuut plaagde. Tijdens de hele eerste helft wordt het tempo hoog gehouden. Na “Fort Knox” en “Holy Mountain” volgt een jachtig “Keep On Reaching” (volgens Gallagher geïnspireerd door Sly & The Family Stone) en daarna flirten “It’s A Beautiful World” en “She Taught Me How To Fly” met de jaren tachtig (meer bepaald in de vorm van New Order en Blondie).

Als Who Built The Moon? ondanks alles toch soms het gevoel geeft tekort te schieten, dan ligt dat misschien aan het feit dat er een prijsbeest van het kaliber “Ballad Of The Mighty I” ontbreekt. Al komt “The Man Who Built The Moon” -- een themanummer van een Bond-film die nog moet gemaakt worden -- wel dicht in de buurt. Rouwig hoeven we daar niet om te zijn, want Gallagher heeft grenzen verlegd. Nu is het afwachten of hij volgende keer nog verder durft te gaan.

E-mailadres Afdrukken