Banner

It Dockumer Lokaeltsje

Tonger

8.0
Guy Peters - 18 december 2017

Jaren na de hoogdagen van de Friese Bries, een generatie rockers die vanuit het noorden van Nederland een golf van onverstaanbare ongein afvuurde op de Randstad, keert It Documer Lokaeltsje, een van de vaandeldragers van de beweging, terug naar het voorplan met een plaat die de gekte verderzet alsof de voorbije kwarteeuw niet meer dan een ingebeeld kwartier was. En ook al is het in het Fries en verstaan we er bijgevolg geen bal van (nu ja, “neuken” en “stront” zijn blijkbaar wel redelijk universeel in de Lage Landen), toch is het een bruisende bom die het jaareinde de nodige kleur geeft.

Sytse J. van Essen (gitaar), Fritz de Jong (drums) en Peter Sijbenga (bas, zang) waren al bezig sinds 1980, maar It Dockumer Lokaeltsje ontstond officieel in 1985. In hun vijfjarige bestaan speelden ze twee vinylalbums (Wil Met U Neuken! en Moddergat) en een cd-compilatie (It Dockumer Lokaeltsje, eigenlijk hun verzameld werk tot dan) bij elkaar, maar die behoren achteraf bekeken wel tot de meest opvallende en excentrieke muziek die in de jaren tachtig bij onze Noorderburen aan de man gebracht werd. Hun derde album verschijnt, niet geheel toevallig, bij Makkum Records van Arnold De Boer, zanger-gitarist bij The Ex, maar ook een Fries die als Zea een troubadourbestaan leidt. Het was door De Boers versie van “Wurch” dat we op zoek gingen naar meer en belandden bij het werk van deze gesjeesde Friese bende.

Nu staan ze er dus weer, en veel lijkt er niet veranderd. De sound van deze opnames is een stuk potenter dan de muziek uit de jaren tachtig, dat wel, maar voor de rest bleven de drie bij hun credo: “Het moest anders. Het moest kort. En het moest in het Fries.” De referenties die bij het oude werk opdoken, zijn ook nu van toepassing, want met 18 eigenzinnige songs in 29 minuten, zit je al snel bij volk als Wire. Net als die band heeft It Dockumer Lokaeltsje niet zomaar een voorkeur voor korte songs, maar ook voor eigenaardige structuren, waardoor het ook aanvoelt als een commentaar op de muzikale praktijk. Dat hoorde je ook bij The Minutemen, nog zo’n band die er geen graten in zag om een compact punkbommetje af te ronden met een halve gitaarsolo.

Hier is het ook van dat: songs blijven soms hameren op één akkoord of zelfs een noot (“Armageddon Hoptille”), ze ontsporen en houden dan maar op (“Net Langer Dea”), en ze brengen vinnige punk, schuinsmarcherende hoempapa, lullige aftelrijmpjes en ander absurdisme bij elkaar. Volkse humor, kleurrijke personages, spitante commentaren en zelfrelativering gaan hand in hand in een reeks songs met rare kronkels, hakkende herhalingen en cowboystunten. De theatrale, paniekerige vocalen van Sijbenga sluiten perfect aan bij de verkrampende punk, terwijl flarden rockabilly, reggae en theater even snel opduiken als verdwijnen. De sound heeft hier en daar ook iets van Gang Of Four, maar nog meer dan dat wordt aangeleund bij Nomeansno (vooral dan door de punch van Sijbenga’s bas), met “De Leafde” dat haast klinkt als een ode aan de gloriedagen van het legendarische Canadese trio.

Ideeën worden tomeloos op een hoop gekapt met een combinatie van goedaardige krankzinnigheid, scatologie en refreinen die zich ook durven beperken tot het hoogstnoodzakelijke (of “Neuk, neuk”). Titels als “Haadkut”, “Skimerlap”, “Bonkerak” en “Kontmuzyk” krijgen exact de geinige nonsens die ze vragen. Kortom: It Dockumer Lokaeltsje gaat tekeer als een stelletje schelmen die de aanval blijven inzetten op de grijze middelmaat en de burgerlijke “doe-maar-normaal”-attitude. Dat je er soms het raden naar hebt waar ze ’t eigenlijk over hebben, voelt dan aan als een mop horen waarvan de pointe je ontgaat, maar de brede grijns, onstuitbare vitaliteit en schijnbaar eindeloze ideeënstorm maken veel goed. Heel veel.

Voor wie erbij kan zijn: de release party vindt op 23 december plaats in OCCII (Amsterdam).

E-mailadres Afdrukken