Banner

Wouter Dewit

Still

Guy Peters - 05 december 2017

Wat Wouter Dewit met zijn in eigen beheer uitgegeven debuutalbum Everything, You See maar moeilijk lukte – wat persaandacht krijgen en een breder publiek vinden – zou Still wél moeten klaarspelen. Dewit belandde via Illuminine bij het fijne Zeal Records, thuishaven van Marble Sounds, Astronaute, Mad About Mountains en ander goed volk uit de ingetogen flank van de Vlaamse muziek. En terecht, want ’s mans tweede speelt het spel misschien wel volgens de regels, maar op een valse noot valt hij niet te betrappen.

Eerst en vooral misschien een paar olifanten de kamer uit pegelen. De eerste heet nog altijd Jan Swerts. Net als Dewit een Limburgse pianist met een job in het onderwijs en een duidelijke voorliefde voor melancholie en Wim Mertens, maar intussen zijn ze paden gaan bewandelen die niet meer zo parallel lopen. Heeft Swerts door een combinatie van persoonlijke tegenslag en creatieve eigenzinnigheid heil gevonden bij het high concept-verhaal van Schaduwland, dan is Dewit (nog) meer op de lijn van de buitenlandse voorbeelden komen te liggen. Had je ’t vroeger bij dit soort ontmantelde muziek vermoedelijk vooral over Mertens, Einaudi en Satie, dan is er intussen een hele industrie ontstaan rond de stroming die we gemakshalve maar “post-klassiek” zullen noemen, met Max Richter en Jóhann Jóhannsson als felst aanbeden roergangers, gevolgd door Nils Frahm, Peter Broderock, Dustin O’Halloran, A Winged Victory For The Sullen en vermoedelijk nog een resem duffe IJslanders.

Door en door stemmingsmuziek dus, vol mineurakkoorden, trage tempo’s en melancholisch zwijmelende strijkers, ideaal als pakkende soundtrack bij tv-series (The Leftovers, Zuidflank …) die een combinatie van emotie en stijl moeten uitdragen. Wat ons betreft is het punt van verzadiging intussen al lang bereikt en maken figuren hun intrede die soberheid nogal eens durven verwarren met geen bal te vertellen hebben. Anderzijds: gekke dingen verwachten binnen deze context is natuurlijk a case of missing the point. Er wordt gemikt op homogeniteit met een aanval op het hart die zowel comfort moet bieden. En wat dat betreft heeft Dewit wel begrepen waar hij naartoe wil. Weg zijn de onzorgvuldigheden van het debuut. Dat maakt het meer gestroomlijnde Still ergens minder verrassend, maar tegelijkertijd ook zuiverder. Het plaatje klopt. Voor de meesten onder ons toch.

Goede zaak: Still werd geen smaakloos en reukloos staaltje van kristalhelder perfectionisme. Dewit en co-producer Joris Peeters hebben hier duidelijk tijd en werk in gestoken, maar het is geen gladde ECM-perfectie, waarin elk geluidje dat er niet hoort, weggemoffeld wordt. Integendeel, het zijn net de kleine kraakgeluidjes en percussieve plofjes die van onder een fijn stoflaagje bedolven songs als “Still, It Is” en “Down In The Deep” zo’n innemende stukjes laatavondtroost maken. De combinatie van piano en Fender Rhodes levert samen met viool en cello voldoende dramatisch potentieel op om het album net afwisselend genoeg te houden. Dat Dewit en Peeters het albums nergens te overladen, te melodramatisch laten klinken, is ook een geruststelling. Die functie is weggelegd voor de relatief eenvoudige, zoetige melodieën.

Ergens lazen we dat Still een plaat voor de herfst is, iets wat nog versterkt wordt door een songtitel als “Autumn Falls”. Maar dit is wat ons betreft geen muziek om te associëren met rukkende windvlagen en doorregende jassen, de meteorologische tegenhanger van een portie mistroostige ellende, maar van een winter die het leven doet stilvallen. Dit is geen deprimerende treurnis, geen klaagzang bij een etterende wonde, maar een suggestie bij een verrassend uitzicht, een zucht bij een besneeuwd veld dat enkel geknisper toelaat en voor de rest gehuld blijft in die eigenaardige winterstilte. Enfin, genoeg gezemel. Still doet duidelijk wat het moet doen, met de slome beat van “Hug, Run” voorop. Dit is het pronkstuk van de plaat, even simpel als efficiënt. Veel uitbundiger zal het ook niet worden, want zelfs “Dance, Dance, Dance” (hier riep er plots eentje “Interstellar!”) wekt amper meer dan wat geschuifel op, een reeks variaties van beklemmende motieven, hier en daar lichtjes bewerkt met elektronica.

Erg mooi: “Autumn Falls”, in de kop alweer goed voor een Zimmer-referentie, maar daarna stevig verankerd in een droomwereld, een slaapvertelling waarin aanhoudende arpeggio’s de indruk van een aanwezige harp versterken, gekoppeld aan een melodie waar heel in de verte (maar dan echt telescoop-ver) een streep blues verscholen zit. Vlak erna rijdt “Down In The Deep” de afstand tussen Chopin en Richter dicht met een broos walsje dat je amper zou durven aanraken. En als Dewit in tegenstelling tot Jan Swerts geen zanger is, dan zorgt Peeters ervoor dat je in het teneergeslagen “Spring Sets In” (einde) en afsluiter “Winter Sleeps” (begin) omgeven wordt door een etherische stemmenstapeling, met “La Durée” ertussen als een nieuw aandoenlijk Chopin-moment, met een pianomotief dat muteert naar rinkelend klokkengelui.

Still zorgt niet voor een grote stijlbreuk en kan je ook moeilijk beschuldigen van al te veel vernieuwingsdrang. Het is wél duidelijk het werk van een artiest die z’n betrokkenheid coherent wist te vertalen in een verzameling songs die genoeg persoonlijkheid in huis hebben om overeind te blijven in dat stilaan overbevolkte wereldje. Want uiteindelijk gaat het niet om de stoten die je durft uithalen of de mate waarin je kan scoren, maar de manier waarop je erin slaagt om jezelf en je verhalen een plaats te geven in de wereld. En Wouter Dewit, die mag gehoord worden.

Wouter Dewit en Barely Autumn spelen op 17 december in de AB.

E-mailadres Afdrukken