Banner

Margo Price

All American Made

7.0
Bjorn Weynants - foto's: Angelina Castillo - 30 november 2017

Anderhalf jaar nadat ze haar debuutalbum Midwest Farmer’s Daughter uitbracht op Jack Whites Third Man Records label is Margo Price al terug met haar tweede worp. Een album waarmee ze haar blik naar buiten richt en haar reputatie als een van de boeiendste nieuwe namen in de countryscene weet te bevestigen.

Dat debuut was een album waarop ze vooral inspiratie haalde uit haar eigen, bewogen levenswandel: een moeilijke jeugd met het bankroet van de boerderij van haar ouders, haar zoontje dat overleed, drank en zelfs een verblijf in de gevangenis. Om maar te zeggen dat het leven van Price niet altijd van een leien dakje liep. Het waren echter allemaal elementen die ze knap wist te verwerken op dat debuut. Wat qua thematiek een persiflage op klassieke countrythema’s had kunnen zijn, werd zo een puur en doorleefd album.

Net zoals op die eersteling leunt de muziek op All American Made niet alleen nauw aan bij de country van zangeressen als Dolly Parton en Loretta Lynn, maar zijn er evengoed sporen in te vinden van de outlawcountry van Willie Nelson en Waylon Jennings. Het is muziek die ondanks de twang en obligate pedal steel toch mijlenver verwijderd is van de eenheidsworst die per lopende meter door Music Row in Nashville uitgebraakt wordt. Heel af en toe maakt Price een zijstapje, zoals op het knappe “Do Right By Me” dat ergens tussen Lucinda Williams en pure gospel zit.

Het grote verschil met Midwest Farmer’s Daughter is dat Price hier kijkt naar de wereld rondom haar en een politiek statement niet schuwt. Geen evidentie in country, de meest conservatieve van alle muziekgenres. “Pay Gap” is een aanklacht tegen seksisme en de minderwaardige behandeling van vrouwen in de maatschappij (“Pay gap, pay gap / Ripping my dollars in half”). Op “Learning To Lose” komt de ondertussen 84-jarige Willie Nelson meezingen. Het is een nummer over economische tegenslag, over overleven in moeilijke tijden. Diezelfde Nelson wordt samen met Neil Young genamechecked in “Heart Of America”, een exploratie van small town America waar de bewoners -- zij die tegen beter weten in gebleven zijn -- zich noodgedwongen beperken tot overleven.

Het cruciale nummer op het album is echter het titelnummer, dat helemaal op het einde van het album staat. Hoewel het geschreven was voor de verkiezing van Trump is het tegelijk een soort inventaris van het vergeten Amerika dat hem in het zadel hielp (“All the Midwest farms are turning in plastic homes / And my uncle started drinking when the bank refused his loan”) en een aanklacht over het Amerikaans beleid met verwijzingen naar Ronald Reagans Irangate. De aanwezigheid van een kinderkoor op een nummer is zelden een goed idee maar hier stoort het niet, ook al omdat hun bijdrage beperkt blijft.

Al zou het Price wat tekort doen door All American Made een puur politiek album te noemen. Evengoed zingt ze over menselijke gevoelens als onzekerheid (“Weakness”) of over gevangen zitten in een slechte relatie (“Don’t Say It”). “A Little Pain” verwijst tekstueel even naar Tom Waits (“A little pain never hurt anyone”) maar is vooral een rustige, pakkende song. Iets meer uptempo is het swingende “Cocaine Cowboys”, dat niet toevallig vlak voor zijn tegenhanger “Wild Woman” gezet is.

Met All American Made levert Margo Price een op het eerste gehoor bedrieglijk eenvoudig album af dat pas na herhaalde luisterbeurten zijn verschillende lagen openbaart. Het maakt misschien geen even verpletterende indruk als dat debuut, maar het toont wel dat ze iemand is die vast van plan is koppig haar eigen ding te blijven doen. En zo hebben we ze graag.

E-mailadres Afdrukken