Banner

Jozef Van Wissem

Nobody Living Can Ever Make Me Turn Back

8.0
Lennert Hoedaert - 24 november 2017

We leerden Jozef Van Wissem kennen door zijn meeslepende soundtrack voor Jim Jarmusch’ vampierenfilm Only Lovers Left Alive, waarmee hij een Soundtrack Award won op het Filmfestival van Cannes. Dat was geen toevalstreffer, want sindsdien laat de vanuit New York opererende Nederlander ons niet meer los. En opnieuw heeft Van Wissem een meesterwerkje uit waarop de luit een centrale rol speelt.

Als je er de albumhoes bijneemt, zal de schedel misschien doen denken aan een thema uit de kunstgeschiedenis: de vanitas. Dat werd in de zestiende en zeventiende eeuw gebruikt om de tijdelijkheid en vergankelijkheid van het leven centraal te zetten. Luxe en decadentie, het was allemaal overbodig met de dood in het vooruitzicht. Schedels, klokken en uitgedoofde kaarsen waren om die reden populaire attributen op schilderijen.

Ditmaal gaat het om een modernere vanitas van de Belgische kunstenares Cindy Wright. Ze blaast op indrukwekkende wijze een barokthema nieuw leven in, terwijl Van Wissem iets gelijkaardig doet met zijn eeuwenoude luit. Het is dus meer dan een gewone platenhoes: Van Wissem liet zich er namelijk door inspireren. Elk nummer op Nobody Living Can Ever Make Me Turn Back is zelfs een verwijzing naar het schilderij.

Van Wissem is hiermee niet aan zijn proefstuk toe. Reeds in 2008 werd hij door de National Gallery in Londen gevraagd om een soundtrack te schrijven bij De Ambassadeurs van Hans Holbein, een renaissancewerk met tal van voorwerpen die wijzen op de dood en memento mori; niet alleen schedels maar ook een luit met een gebroken snaar. Ook deze rijke en perfect ogende lieden werden geconfronteerd met hun eindigheid.

De dood is voor iedereen gelijk en iedereen is daar eenzaam in: dat lijkt soms de centrale boodschap op deze bloedmooie maar desolate plaat, die veel mensen kan raken. “Virum Illarum”, dat ook spoken word en schaarse elektronica bevat, baadt in een donkere sfeer die we van Van Wissem gewend zijn.

Toch sluimert er hoop in het album. In “Golden Bells Ring In The Ears Of Earths Inhabitans” worden subtiele ambientlagen vervlochten met de bijna speelse, weliswaar sobere luitpassages. “Enable With Perpetual Light The Dullness Of Our Blinded Sight” heeft een gelijkaardige, fascinerende sound, al hadden in dat nummer gastvocalen niet misstaan. Maar ditmaal kreeg Van Wissem geen hulp van een zangeres, niet zoals op When Shall This Bright Day Begin.

Het mooiste nummer op de plaat? Ongetwijfeld “Your Days Gone Like A Shadow”, waarin Van Wissems vocalen het meest op voorgrond komen. Ook instrumentaal is het raak: het tokkelen op de luit is zo naakt als de schedel op de cover, maar o zo mooi. In “Hands Are All The Corners” gaat het tempo lichtjes, zeer lichtjes, de hoogte in, en wordt de toon iets opgewekter. En zo blijven we in een grijze zone hangen, tussen het positieve en het pikdonkere.

De rode draad blijft minimaal gebruik van de luit, dus ook Nobody Living Can Ever Make Me Turn Back zal flirten met het geduld van sommige luisteraars. Maar geduld is een schone deugd, zegt men. En dat maakt deze plaat nog mooier én interessant genoeg om ten minste één luisterbeurt te geven. Jozef Van Wissem heeft dus een herfst-winterplaat gemaakt met negen nummers (en vooral “Our Bones Lie Scattered Before The Pit”) die een overweldigende atmosferische rust uitstralen.

E-mailadres Afdrukken