Banner

Jim White

Waffles, Triangles & Jesus

Guy Peters - 21 november 2017

Er was een tijd dat Jim White niks verkeerd kon doen, want White, dat was een figuur die de term outcast een positieve weerklank gaf. En passant tekende hij voor een ongrijpbaar oeuvre dat geworteld was in de ons zo dierbare Amerikaanse rootsmuziek, maar ook zoveel meer was. Op soloalbum #6 is ’s mans befaamde eclecticisme helaas doorgeslagen naar een onsamenhangende kleurboel die regelmatig kant noch wal raakt.

Rond het midden van het vorige decennium leek White te pieken. Die eerste twee uitstekende albums hadden zijn reputatie als begaafde einzelgänger gevestigd en hij reeg de successen aan elkaar. Searching For The Wrong-Eyed Jesus, White’s eigenzinnige exploratie van de spirit van het diepe Zuiden blijft voor altijd een sleutelwerk in onze collectie, op DVD én cd. Net als Chainsaw Of Life, het album dat hij in 2006 maakte met collega-outsider Johnny Dowd. Die werd door White’s label Luaka Bop echter zo gesjeesd bevonden, dat het album niet mocht verschijnen in de VS. Imago, weet u wel. Maar White ploegde voort, en leverde met Transnormal Skiperoo weer een fijne plaat op.

Het ging de voormalige filmstudent, surfer, model, taxichauffeur voor de wind aan een rotvaart, maar dat bleef niet duren. Het duurde vijf jaar voor er een nieuwe soloplaat was (Where It Hits You, deze keer niet bij Luaka Bop) en nu opnieuw vijf jaar, al was White intussen wel in de weer met andere projecten. Waffles, Triangles & Jesus klinkt net als de vorige titels compleet willekeurig, maar terwijl die andere albums garant stonden voor uren gefascineerd ronddwalen om uiteindelijk iets te ontdekken dat leek op samenhang in een resem sterke songs, blijft die je nu steeds ontglippen.

Dat White z’n songs nog altijd samengesteld zijn uit cryptische teksten vol metaforen en geladen beelden, maakt het al niet makkelijker. Doe daar nog eens de eindeloze gelaagdheid en details bij, en de bouwsels worden zo complex dat er een enorme vindingrijkheid en concentratie voor vereist is om het boeltje overeind te houden. Dat lukt prima in opener “Drift Away”, een song die start als een ongemakkelijke ochtendvaart op een zijarm van de Mississippi en gaandeweg open bloeit als een stukje Southern gothic, waarin je elk moment David Eugene Edwards of Harry Crews verwacht.

Leg er vervolgens “Far Beyond The Spoken World” naast, en het folky eclecticisme – een schuifelende bluegrassband, een tinkelende triangel, falsettozang, strijkers, fluiten (!) – dreigt de nog vrij rechtlijnige structuur onderuit te halen. Het helpt ook niet dat in de kop van het album een paar songs zitten die al te sterk inzetten op joligheid, met het scoutsgefluit en de koorzang van “Long Long Day” en de overdreven lullige hee-haw van “Playing Guitars”, dat eigenlijk klinkt als een pastiche van… een pastiche.

Hier en daar zijn er wat songs – of eerder: stukken van songs – die beterschap bieden, zoals het poppier “Silver Threads” of “Reason To Cry”, maar ze slepen te lang aan, aarzelen te lang om een punt te maken, een vuist te ballen. Andere songs, met “Prisoner’s Dilemma” en “Earnest T. Bass At Last Finds The Woman Of His Dreams” op kop, zijn brokjes collegekunst die werken als je ze één keertje gebruikt op een album, maar niet als ze de zoveelste in de rij zijn. En zo word je op sleeptouw genomen door een met haken en ogen aan elkaar hangende totaalvertelling die zo lang inhakt op je geduld dat je waarschijnlijk afhaakt voor je bij het mooie, (relatief) ontmantelde “Sweet Bird Of Mystery” belandt. Misschien dat je dan pas ten volle gaat beseffen hoe virtuoos die delicate balanceeroefening op vroegere albums plaatsvond.

Kortom: Waffles, Triangles & Jesus is een wat teleurstellende plaat van een artiest die nog altijd uitblinkt in eindeloze verbeelding en excentrieke franjes, maar er deze keer maar moeilijk in slaagt om ze een plaats te geven in een steekhoudend geheel. Het is een plaat als een boek waarin niet enkel de hoofdstukken, maar ook de alinea’s door elkaar geschud werden, en daardoor een indruk van voluptueuze vluchtigheid geeft. We geven het nog niet op, daarvoor heeft White ons in het verleden te veel luistergenot bezorgd, maar het is volhouden met een wrang gevoel. Of misschien moeten we gewoon eens de naakte versies horen. Iets zegt ons dat de concerten soelaas bieden. Hopelijk. Laat het ons weten.

White speelt op 1 december in Herent (Gc De Wildeman), 2 december in Antwerpen (De Studio), 7 december in Scherpenheuvel (GC Den Egger) en 8 december in Diksmuide (4AD).

E-mailadres Afdrukken
Tags: Jim White