Banner

Joe Henry

Thrum

6.5
Nout Van Den Neste - 10 november 2017

Toen Joe Henry zijn vorige plaat Invisible Hour had uitgebracht, waren we laaiend enthousiast: eindelijk hadden we het gevoel dat deze artiest zijn eigen glazen plafond had doorbroken, we hoorden enkele van zijn mooiste melodieën in jaren, in combinatie met uitdagende, kronkelende composities die met modderpassen door een Amerikaans deltalandschap sjokten. Boven alles was het gewoon een wondermooie ode aan de liefde. Thrum is echter weer een stap terug: na meer dan een handvol luisterbeurten blijven er veel te weinig nummers naspoken.

Spoken is hier wel degelijk het juiste woord: van de ijle violen tot de krakende piano's en aarzelende drums van Jay Bellerose in combinatie met Joe Henry's rokerige stem en de klarinet die een absolute glansrol op deze plaat toebedeeld kreeg, klinken deze elf songs als schimmige silhouetten van Amerikaanse rootsmuziek, met hier en daar knipogen naar Tom Waits, Van Morrison of klassieke muziek (zoals de erg "En Bateau" aandoende violen van "Now And Never"). De songs op deze plaat, zoals op bijna alle Henry-platen sinds Civilians, zwerven met een zaklantaarn door een zompig middernachtmoeras in lange, zwarte overjassen en kijken u mysterieus en indringend aan terwijl u traag met uw tweedehands-Buick voorbijrijdt. Daar is op zich niets mis mee, maar de verrassing is er na al die jaren nu wel een beetje vanaf.

Of wat anders te maken van dertien in een dozijn Henry-nummers als "Believer" of "Quicksilver", nummers waar an sich niets op aan te merken valt, maar waar we Henry weinig nieuws horen doen of zeggen en waar de akoestische gitaren te slap tegen de speakers aan zwaffelen. Henry de Vakman die al nummers heeft geschreven voor grootheden als Solomon Burke neemt hier te vaak de overhand van Henry de Ziener die de klassieke rootsvormen van zich afschudt om ze vervolgens tot iets nieuws te maken.

Neem nu afsluiter "Keep Us In Song" of "Blood Of The Forgotten Song": twee ballades waarvan we tijdens de eerste luisterbeurt het gevoel hadden dat we die al eens eerder gehoord hadden en waarvan we ons tijdens de tweede luisterbeurt hebben afgevraagd of ze nu klassiek of cliché zijn. Beide nummers houden vast aan een typische “Dylanesque” structuur waarin de titel van het nummer als een soort van refrein herhaald wordt. Henry kent zijn metrum en misschien kent hij het wel te goed. Zowel "Keep Us In Song" en "Blood Of The Forgotten Song" zijn prachtige, Iersgetinte walsjes die met een slok whisky in de keel hun van metaforen doorspekte verhaal doen, maar die net zo goed aangenaam voorbijkabbelen zonder meer.

Deze Thrum springt eigenlijk veel te weinig uit de ban, of het moet op het meesterlijke "Dark Is Light Enough" zijn, een soort van zeeziek zeemanslied geserveerd op een bedje van overstuurde drums, knarsende gitaren en zwalpende violen. In het begin bonken de drums zo hard als onze kop na een nacht abdijbieren heffen en is de sfeer bijna industrieel te noemen. Tot die gospelgekleurde piano invalt en Henry's schurende stem begint te zingen. Dan weet je plots weer naar welke artiest je luistert. Het hele nummer schippert ergens tussen hopeloosheid en fatalisme en is een bijtende sneer naar demagogen en religieus zwart-wit denkwerk. Het knettert, het vonkt en op het moment dat die klarinet gespeeld door zoon Levon Henry het nummer dronken de uitgeleide doet terwijl de andere instrumenten ontrafelen, weet je dat je naar geïmproviseerd vuurwerk hebt geluisterd.

Gelukkig is er inderdaad die klarinet die een beetje de vlam in de pan steekt. Zoals op de mysterieuze opener "Climb" waarin de klarinet op de achtergrond de toonladder op-en-af klautert en het statige akoestische gitaartje wat meer tegengewicht geeft. De instrumentele begeleiding is over het algemeen dusdanig sterk en sfeervol dat het soms moeilijk is om die los van de songs an sich te zien, zoals op "River Floor”, waarin een bijzonder sterk pianoriedeltje om de halve zin naar boven en dan weer naar beneden gaat. Spitsvondig, kippenvelwekkend, mooi, mooi, mooi, ja, maar of we het nummer zonder de prachtige begeleiding ook zo goed zouden vinden, we zijn er niet helemaal uit.

Waar we wel uit zijn: voorlaatste nummer "Now And Never" heeft een plaatje in de Henry eredivisie verdiend. De band die Henry rond zich verzameld heeft speelt werkelijk op de toppen van zijn kunnen en heeft een prachtig arrangement uitgedacht dat met de dwarsfluit aan de impressionistische composities van Claude DeBussy doet denken met een van de mooiste, meest bucolische intro's die we dit jaar al gehoord hebben tot resultaat. Ook het nummer zelf blijft nazinderen: gedrenkt in verlangen, onmacht en wiegende melodieën is dit een absoluut hoogtepunt waarop inhoud en vorm perfect in elkaar haken (dat kolderieke pianootje! Dat hoopgevend orgeltje! Die moerasstemmen op de achtergrond) en de luisteraar echt aangrijpen.

Het is jammer dat Thrum dat voor de rest te weinig doet. Of het aan de nummers ligt of aan Henry's uiteindelijk toch relatief beperkte stem of gewoon aan Henry's vasthouden aan klassieke songstructuren en teksten die te veel binnen bepaalde afgelijnde melodieën vast lijken te zitten, we weten het niet. Het maakt van Thrum een typische Joe Henry-plaat die we alleen maar aan de doorwinterde liefhebbers zouden aanraden: degelijkheid, muzikaal vakmanschap, een handvol transcendentale momenten maar ook hier en daar gewoonweg geluidsbehang.

E-mailadres Afdrukken