Banner

William Patrick Corgan

Ogilala

6.5
Jeroen Verschakelen - 07 november 2017

Wat Mark Kozelek (Sun Kil Moon) op zijn 47ste met Benji deed, zien we de frontman van The Smashing Pumpkins niet gauw nadoen. Op zijn 50ste probeert hij nog steeds ernstig genomen te worden, en daarom gaat hij voortaan niet meer als Billy maar als William Patrick Corgan door het leven. Maar zichzelf heruitvinden, dat doet hij niet bepaald.

Hoewel Corgans oeverloze gevoel voor dramatiek juist de kracht van meesterwerken als Siamese Dream en Mellon Collie And The Infinite Sadness vormde, zorgde diezelfde karaktertrek ervoor dat zijn muzikale parcours een op zijn zachtst gezegd grillig vervolg kende. Aangezien Corgan altijd het brein achter de Pumpkins geweest is – zelfs de gitaarpartijen van James Iha, die zowaar gastmuzikant speelt op Ogilala, waren doorgaans van zijn hand – is het duidelijk dat de boomlange kaalkop uit Chicago als enige verantwoordelijk is voor zowel zijn eigen succes als het latere tanen ervan.

Natuurlijk stond het in de sterren geschreven dat zijn tweede soloalbum – wie herinnert zich TheFutureEmbrace uit 2005 nog? – hem niet terug de status van alternatieve rockgod zou bezorgen. Tegelijkertijd is het evenmin verrassend dat Corgan op Ogilala enkel gebruikmaakt van een akoestische gitaar en wat toetsen: die aanpak hanteerde hij eerder namelijk al op het onderschatte Adore, zij het dat de synthesizers nu spaarzamer worden gebruikt en er van een ritmesectie in het geheel geen sprake is.

Waar Corgan bij de Pumpkins nog als een tiran de scepter zwaaide in de studio, gaf hij voor Ogilala de controle over het opnameproces uit handen aan superproducer Rick Rubin. Al zorgt ook diens inbreng niet voor een nieuw geluid: de songs zijn hier immers net zo onbeschaamd melodieus als op de laatste Pumpkins-releases Oceania en Monuments To An Elegy. “It’s a long way to get back home,” klinkt het bijvoorbeeld emotioneel in “Processional”, het tweede nummer van de plaat dat zelfs countryregisters durft opentrekken.

Helaas doet de breekbare, uitgeklede aanpak van het album het nasale stemgeluid van Corgan geen eer aan. Zijn hoogst herkenbare vocalen hebben het publiek altijd al verdeeld, maar bij The Smashing Pumpkins zat er tenminste nog dynamiek in zijn vertolkingen: zo schipperde hij in een nummer als “Thru The Eyes Of Ruby” (een hoogtepuntje uit Mellon Collie) voortdurend tussen zeemzoete fluistering en furieus gekrijs. De juxtapositie van die uitersten was juist een van de sterktes van de Pumpkins, die ervoor zorgde dat luisteraars aan Corgans lippen bleven hangen.

Is de Ierse Amerikaan met ouder worden naar stabiliteit beginnen zoeken, waardoor niet alleen de woedende rockuitspattingen maar ook de edge steeds meer uit zijn muzikale creaties verdween? In ieder geval staat het vast dat Ogilala op sommige momenten wat eendimensionaal aanvoelt. Terwijl opener “Zowie” – een ode aan David Bowie maar vooral rauwe Corgan op een bedje van droge piano – al meteen zwaar is op de nuchtere maag, zakt “The Spaniards” helemaal door het ijs dankzij een klagerig “Take me as I am/Take me as I am/Take me as I am”. Doseren staat nog steeds niet in Corgans woordenboek.

En hoewel hij ook het verzinnen van pretentieuze songtitels klaarblijkelijk nog steeds niet verleerd is (zie onder andere “Amarinthe” “Antietam” en “Mandarynne”), is het duidelijk dat de man af en toe nog steeds een genietbaar liedje in de vingers heeft. Zo ook “Half-Life Of An Autodidact”, dat kan teren op een energiek riffje en nostalgisch klinkende synthstrijkers. In het midden van het refrein roept Corgan de mallemolen een halt toe met het catchy “Forty years to finally wake up/And nine more to sling the snakes out of view”, en prompt vragen we ons af of hij misschien naar Ed Sheeran heeft zitten luisteren (grapje natuurlijk hé Billy – sorry, William). Verder mag ook de single “Aeronaut” best gehoord worden, met zijn melancholische strijkers die het vermoeden sterken dat de ietwat cryptische lyrics in feite mijmeringen over sterfelijkheid zijn.

Al bij al is dit misschien wel Corgans meest pakkende release sinds Adore, al is Ogilala maar half geslaagd en zal het album ook geenszins een remonte van ’s mans carrière inluiden. De frontman van The Smashing Pumpkins neemt zichzelf nog steeds te serieus om echt te charmeren.

E-mailadres Afdrukken