Banner

King Krule

The OOZ

7.0
Lennert Hoedaert - 06 november 2017

Met zijn derde plaat balanceert de Londense brombeer Archy Marshall op de grens van triphop, postpunk, blues, soul en jazz. Er zijn vandaag bitter weinig artiesten die dat allemaal kunnen combineren, maar toch is The OOZ even geniaal als frustrerend.

Nochtans begint het album ijzersterk met de duistere trip “Biscuit Town”, “The Locomotive” (wat een fascinerende opbouw en krachtig refrein!) en het tegelijk subliem en excentrieke “Dum Surfer”. Een machtig trio. Stuk voor stuk verschroeiende nummers, zonder dat ze volgestouwd zitten. “Dum Surfer” behoort zelfs tot een van de beste schijven die dit jaar al uitgebracht werden. Jammer genoeg zijn de zestien (!) daaropvolgende nummers niet allemaal even kwalitatief.

Was de start allerminst vrolijk qua sfeerschepping, dan is “Slush Puppy” zeker moeilijk verteerbaar. En bevreemdend. Nihilistisch zelfs. En chaotisch, zoals Marshalls gedachten. Writer’s block, depressie en zelftwijfel: de twintiger heeft het de laatste jaren allemaal zien passeren. The OOZ leest soms als een dagboek met enkel de miserabelste pagina’s uit die moeilijke periode. Hier en daar wordt Marshall bestempeld als de stem van de millennial-generatie, maar we denken dat dat het laatste is waar deze introverte, tengere Brit aan denkt.

Er werden geen pogingen ondernomen om de gedachten te ordenen in een muzikale structuur of genrehokje. Zo croont, kreunt en rochelt Marshall tegen een achtergrond van spooky beats, flarden piano, zweverige saxofoons en knarsende riffs. Alles zweeft kriskras door elkaar. Groot nadeel van deze aanpak: na het vierde nummer deemstert de euforie over de songschrijverij stilaan weg. Wanneer Marshall te diep in persoonlijke reflecties verzinkt, is het (sowieso al broze) evenwicht wel zeer ver weg.

Voor Marshall zijn al die experimenten (“Bermondsey Bosom (Left)”, “Sublunary” en verder op de plaat “A Slide In (New Drugs)”) wellicht broodnodig en therapeutisch geweest, de luisteraar zal véél moeite moeten doen om te worden meegesleurd. Maar mochten er iets meer productionele ingrepen gebeurd zijn (lees: nummers in de vuilbak gooien), zou de magie van de plaat deels verdwenen zijn. En dat willen we nu ook weer niet.

Zo zijn “Logos” en “Sublunary” niet meer dan overgangen naar “Lonely Blue”, dat klinkt als een waanzinnig slome maar meesterlijke jamsessie. “Cadet Limbo” en “Emergency Blimp” lijken ook geïmproviseerde nummers die tijdens een nachtelijke repetitie tot stand kwamen, met veel weed en drank erbij, en waar achteraf amper aan gesleuteld werd. En plots zijn we muzikaal weer op de goede weg.

Wat zeggen we? Zéér goede weg! Vooral met het sublieme “Czech One”, “Vidual” (de rauwste song op de plaat) en het opruiende “Half Man Half Shark” worden weer erg hoge toppen gescheerd. Hier en daar doet Kring Krule denken aan de zwalpende, getormenteerde soul van Amy Winehouse en het krachtige, karaktervolle van The Clash of zelfs Pixies. Of Syd Barrett. Noem maar op. De medemuzikanten van deze unieke artiest, nog altijd maar 23 jaar, verdienen ook alle lof.

Hoewel ze bij momenten uitmuntend klinken, laten ze ook soms steken vallen. Op het einde van de plaat bijvoorbeeld. “Midnight 01” is een goeie illustratie voor nog andere nummers op de plaat: eerder de teksten (“Why did you leave me? Because of my depression?”) dan de dwarse muziek blijven hangen. Moeilijke band, nietwaar? En zo is The OOZ al gauw een van de vermoeiendste platen van het jaar. Soms te weinig meeslepend. Maar slepend? Dat wel. Op een ander moment is King Krule dan weer tegelijk rustgevend en loodzwaar. Wie doet hem dat na?

Hoewel we de show liever op een lazy Sunday hadden: King Krule speelt op maandag 11 december in De Roma in Borgerhout. Wij hopen alvast op een grauw Brits weertje.

E-mailadres Afdrukken
Tags: King Krule