Banner

Primus

The Desaturating Seven

8.0
Jan Van Steenbrugge - 31 oktober 2017

De blauwdruk voor een ondergronds bacchanaal, waar kleine morrende monsters de scepter zwaaien over het leven in de duisternis: dit is de nieuwe plaat van Primus, The Desaturating Seven.

Bassist Les Claypool vond inspiratie voor het album in een boek waaruit hij zijn koters voorlas voor het slapengaan. In “The Rainbow Goblins” beschrijft auteur Ul de Rico hoe zeven goblins met hun honger naar kleur een schrikbewind plaveiden. Ze voedden zich met regenbogen die ze vingen met hun lasso's. Er is slecht een plaats die gespaard gebleven is van hun terreur, en dat is de Regenboogvallei, een diep verborgen magische plek. Een boek over hebzucht, gulzigheid en bedrog. Toen wij destijds voorgelezen werden, bleef het braafjes bij Kikker en de Boeboeks. Vreemd boek om de fantasiewereld van kinderen mee te vormen, maar als inspiratiebron voor een nieuwe plaat kan het tellen. The Desaturating Seven, of de onverzadigbare zeven, is de negende plaat van dit progrocktrio uit Californië.

Sinds hun debuutplaat in 1990, “Frizzle Fry”, is Primus niet veel veranderd. Een bas die ronkt als een hangaar vol Harleys, een drummer met overwerkte rechtervoet en een gitarist die speelt alsof hij de hoofdrol heeft in The Texas Chain Saw Massacre, respectievelijk Les Claypool, Tim Alexander en Larry LaLonde. Duikt “Too Many Puppies” nog eens op, dan worden we overmand door nostalgische gevoelens. Of het creepy “My Name Is Mud”, en de themasong van South Park: ook Primus-materiaal. Leuk trio die de houdbaarheidsdatum al twee decennia overschreden heeft, maar weigert te beschimmelen.

The Desaturating Seven start met “The Valley”, een introductie tot het goblinverhaal. "Once there was a land that lived in fear of seven goblins/The goblins fed on color". Misschien dat het verhaal kinderen kan paaien, maar met de soundtrack die Claypool en co erbij maakten, zal dat moeilijker zijn. Afwisselende rifjes -- een iel gitaartje, een griezelig kinderlijke strijkstok op bas en kurkdroge trommels -- bouwen op naar een onbereikbaar hoogtepunt. Het feest geraakt op gang met “The Seven”, deel twee van hun goblinhoofdstuk. Strakke korte drumslagen en scherpe gitaarrifs in een onregelmatige maatsoort: blijf niet te lang hangen, want je wordt er draaierig van.

De nominatie voor kabouterdans van het jaar gaat naar “The Trek”. Dit staaltje industrieel avant-gardisme à la Einstürzende Neubauten moet het leutigste nummer van de plaat zijn. Een expressief, theatraal deel gevolgd door psychedelic funk. Wie niet bevangen wordt door een gloeiende dansroes, geraakt minstens een tijdlang gedesoriënteerd. “Don't lose heart, comrades/it's over that hill/the very next hill”, zing gerust mee. En geniet van die baslijn, ze heerst van hier tot in het hiernamaals.

”The Scheme”, centraal op de plaat, is op een vreemde manier een van de hoogvliegers op de tracklist. Er valt kop noch staart aan te krijgen en toch heeft het een onweerstaanbare aantrekkingskracht. In een spel van aantrekken en afstoten krijgen we oosterse klanken en botte ritmes, Claypools nasale stem en een lappendeken aan ideeën. Hóe ze het gedaan krijgen, weten we niet, maar het werkt verslavend. Van hieruit leidt het trio ons naadloos naar het einde. Weidse klanken symboliseren de terugslag van de hallucinatie. Meer dan ooit voel je je onverzadigd. Eindigen doen ze met het laatste hoofdstuk “The Ends?”.

Wie ongeduldig is, zal deze conceptplaat maar niks vinden. Maar wie op masochistische manier openstaat voor de heerschappij van de goblins, zal smullen van de nieuwe Primus-plaat. Soms ontgroeien we onze angsten, soms niet. Leg je er dan bij neer en probeer er gewoon van te genieten.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Primus