Banner

Daan

The Player

Matthieu Van Steenkiste - 06 november 2006

Heeft iemand als het gaat over Daan ooit al de omschrijving "erover" gebruikt? Dat was te vroeg geschoten: op The Player — een verdomd clevere plaat — vindt de man met de discofixatie een paar extra overtreffende trappen van het begrip uit. Daan heeft de leukste Belgische plaat sinds jaren gemaakt.

Waarschuwing vooraf: "Wink-wink, nudge-nudge, say no more, say no more!", The Player is in de verste verten niet serieus te nemen. Na het duistere Victory mag het speels en vrolijk. Met een cowboyhoed werd Daan "The Player", een charlatan, een Don Juan, een promiscue type ex. Zo fout als dat klinkt, zo is ook de muziek. En wel nog erger.

Op The Player laat Daan zich werkelijk door niets of niemand meer tegenhouden. Alle remmingen gaan los, geen invloed is te gek of te gay. Er wordt hier meer over the top gegaan dan Fabiola met haar hoedencollectie. Ten bewijze "Type Ex": synths die aan eurotrancenummers van halfweg de jaren negentig doen denken, pompende beats en dan op zijn Gainsbourgs gemompeld: "my life was disco/now it’s a discount, a shopping mall of lust". Zoek gerust die deuk op, wij zijn er net uit rechtgekrabbeld.

Nog meer dan op zijn voorganger, lijkt de muziek hier geschreven met een decadente show in gedachten, waarbij opener "Mirror" ook dan de binnenkomer zal zijn. "Adrenaline" doet denken aan het meest clubby werk van de Pet Shop Boys. In "Deserter" horen we opnieuw de venijnige staccatostemmetjes van "Galaxy" op Victory.

"1969" is Eurosong op zijn France Galle’s verklaard voor de jaren nul, "Le Vaurien" paart diepzeebassen aan een jaren zeventig-discotune. We wanen ons plots op een thé dansant in de Provence, zo anno 1977 environs. Punk was iets van Londen en de gitaar was de CVP van de muziek: wie vooruitstrevend was, gebruikte plastieken synths en mechanische beats.

De as Parijs-Berlijn in ere houdend, begint "Promis Q" als een Franstalige Duitse schlager, om dan maar meteen over te schakelen naar de taal van Horst, Heinz und Helga. On est quand même tous des Européens, dus mag er op zijn Arno’s ook nog Engels in de ratatouille. "komm in mein Kino, come drive my road": met een schalkse grijns, de tongue stevig in de cheek, komt Daan ermee weg.

Het gaat allemaal wel wat vervelen aan het eind. "OK" is iets té ongeïnspireerd om langer dan twee beluisteringen mee te gaan, ook "Mountains Of Time" mist een zeker je-ne-sais-quoi. Het afsluitende "Drama" wil teveel, maar maakt niet veel waar. Tegen dan hebben we hoe dan ook telkens opnieuw een brede grijns op het gezicht, dus dat is snel weggelachen.

Daan smijt ons met een smak twintig jaar terug in de tijd, naar het moment dat we de popmuziek ontdekten middels de oude singletjes van onze moeder. Geen Beatles, Rolling Stones of ander Angelsaksisch vreten, maar ABBA, Eurosong, Dalida. Al die invloeden werden vermalen tot een postmoderne, nadrukkelijk Europese cocktail. "The Player" is ronduit hilarisch, rete-aanstekelijk en over het algemeen lichtjes geweldig. Daan for Eurosong volgend jaar!

E-mailadres Afdrukken
 
Daan

Uit ons archief
Banner

TEST