Banner

Isolde Lasoen

Cartes Postales

8.0
Jurgen Boel - 24 oktober 2017

Isolde Lasoen was al enige tijd actief als (sessie)muzikante vooraleer ze, na opgepikt te zijn door Daan, ook bij het brede publiek bekendheid verwierf. Toch was het wachten op Isolde Et Les Bens (2013) vooraleer ze onder eigen naam naar buiten trad. De EP L`Inconnu bevatte zes Engelse en Franse songs die zich duidelijk in een Franse chansontraditie plaatsten, maar waar een noodzaak of meerwaarde ontbrak. Het was een mooi visitekaartje dat te weinig een eigen gezicht had.

Mogelijk gold de EP als een vingeroefening of aanzet tot meer, want nog geen vier jaar later treedt Lasoen opnieuw aan met een bijna identieke bezetting en gelijkaardig geluid, met dien verstande dat op Cartes Postales alleen eigen nummers gebracht worden. Het vakmanschap van de verschillende muzikanten stond al lang buiten kijf evenals de toonvastheid van Lasoen, waardoor vooral de vraag luidt of ze op haar debuut ook haar eigen stem weet te brengen, dan wel een verdienstelijke hommage brengt aan de Franse vrouwelijke popidolen van weleer. Het antwoord ligt na enkele luisterbeurten min of meer in het midden, met een overhelling naar een eigen gezicht en geluid.

Vooruitgeschoven single “Les Belles” mag al meteen zoveel duidelijk maken, de ingehouden zuivere manier van zingen roept ongetwijfeld herinneringen op aan een resem Franse lolita`s, maar Lasoen weet haar hijgen en kinderlijke klanken te beperken terwijl ze de Franse taal als een volleerde diva naar haar hand zet. Hoewel het meteen hoorbaar is dat het niet haar moedertaal is (Axelle Red klinkt in vergelijking veel natuurlijker), is het genot waarmee ze de taal hanteert overduidelijk. Daarenboven houdt ze de strijkersarrangementen perfect onder controle, zodat ze volop mogen schitteren zonder ooit met de song aan de haal te gaan.

Het nummer zet in die zin meteen de toon voor de plaat, die veel meer dan L`Inconnu met het bronmateriaal weet om te springen en er een eigen verhaal van maakt. Vooraleer de plaat met deze song echt van start gaat, is er evenwel nog het eerste nummer Ouverture dat naar grootsheid en filmsoundtracks hint. Het is een interessante aanzet waar evenwel te weinig mee gedaan wordt om meteen een filmscore te verzilveren, al werkt het uitstekend als aanzet tot het vermelde “Les Belles”. Ook het daaropvolgende “Pas D`Amour, Pas De Retour” weet meer dan te charmeren. Niet in het minst omdat Lasoen uit een ander vaatje tapt en voor een soberheid kiest die treffend contrasteert en aansluit bij de vorige song.

Voor “Reines Des Plages” geldt dan weer dat langoureuze strijkerspartijen een prachtig duet vormen met een loopse baslijn, terwijl Lasoen op de achtergrond blijft en slechts wanneer de song daarom vraagt voorzichtig en ijl van zich laat horen. Vergelijkingen met Air liggen voor de hand, zij het dat Lasoen een organischer geluid laat horen dan de bastaardzonen van Gainsbourg. Bij het zomerse “Majorettes” is het vrolijk meefluiten en marcheren, maar tezelfdertijd is het een nummer dat even snel weer vergeten is als het opkomt. Toch mag aangestipt worden dat sinds Jan De Wildes “De Fanfare Van Honger En Dorst” geen Belgische artiest zo schijnbaar achteloos een heuse fanfare wist te incorporeren in een song.

“Cartes Postales Francaises” verwijst naar oude pornografische kaarten en weet na een valse start te charmeren met een jaren tachtig toets die even klef onschuldig klinkt als de bezongen prenten voor een ervaren erotomaan. Amusant, maar ook weinig opzienbarend. Het is pas met “Hurt”, een van de weinige Engelstalige songs dat Lasoen weer weet aan te sluiten bij de eerste songs door voor een broeierige stemming te kiezen met aan Gainsbourg schatplichtige strijkers, al had ze net wat meer dreiging in haar stem mogen leggen. De Engelse weg wordt verder ingeslagen op het soulvolle “Stay Gold” dat breed mag uitwaaieren en meer dan eens knipoogt naar John Barry, waarbij Lasoen perfect haar minder volle zangstem naar een voordeel weet om te buigen.

”Provocateur” is het enige Franstalige nummer op de tweede helft maar weet opnieuw de juiste toon te vinden door voor een valse onschuld te kiezen die toetsen en stem voorop stelt terwijl de ritmesectie de juiste klemtonen legt. Het haast rockende “Road No 1” mag dan wel geen yeye zijn, de mix van pop en rock werkt wel degelijk uitstekend, niet in het minst dankzij de uitgekiende intermezzo`s van de blazers en de haast onopgemerkte pianotoets. Ondertussen mag het haast een constante heten dat na elke uitbarsting een stap terug gezet wordt, al zet “Long Time Love” de luisteraar op het verkeerde been door een pulserend ritme te koppelen aan subtiele uitbarstingen. Lee Hazlewood knikt ongetwijfeld goedkeurend mee, en gooit nog een blik op het afsluitende “Sometime Far Away” dat zich lui uitstrekt en enkele psychedelische toetsen aanstipt terwijl de song hogere sferen opzoekt.

De voorbije jaren heeft Isolde Lasoen meer dan haar leergeld betaald bij verschillende artiesten en onder de vleugels van Daan gewend geraakt aan het spotlicht. Op haar vorige EP zocht ze duidelijk nog naar een evenwicht en geluid, wat zijn vruchten afwerpt op Cartes Postales. Samen met haar begeleidingsband (de leden van Les Bens) weet Lasoen op wat ze zelf haar officiële debuut noemt, terug te grijpen naar het soms breed uitwaaierende Franse chanson en de al even orkestrale filmsoundtracks. Hier en daar valt nog een onvoldragen geluid te horen, maar als visitekaartje heeft het meer dan zijn merites. Lasoen heeft met haar debuut bewezen dat ze perfect weet hoe een song te schrijven en te brengen. Nog even en Daan mag een vacature uitschrijven voor een nieuwe drummer.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Isolde