Banner

Wolf Parade

Cry Cry Cry

7.0
Line Tuymans en Matthieu Van Steenkiste - 23 oktober 2017

Ze moeten af en toe hun ei elders kwijt, maar elkaar helemaal loslaten, zal Spencer Krug en Dan Boeckner nooit echt lukken. En dus werd die zoveelste pauze in de relatie een zoveelste nieuw begin. Na de verbluffende liveterugkeer in 2016, is er met Cry Cry Cry nu de vierde van Wolf Parade. En het is een goeie.

alt"Indefinite hiatus". Als één groep het gebruik van die ooit door Godspeed You! Black Emperor uitgevonden schaamterm geperfectioneerd heeft, dan wel Wolf Parade. Nooit weet je zeker waar je het hebt met de bende rond Boeckner en Krug. Zien we ze ooit nog terug? Was die vorige plaat nu echt de laatste? "We zien wel", was steevast het minst vage antwoord.

En dan, net wanneer je dacht dat het nu echt wel gedaan was -- Krug druk bezig met allerlei Moonface-incarnaties, Boeckner verdwenen in de mist na de implosie van zijn Handsome Furs -- stond de groep in zomer 2016 op Best Kept Secret de beste versie van zichzelf te zijn. Een EP met nieuwe nummers had de appetijt aangescherpt, en de goesting spatte van het podium.

Een jaar later zijn de zweetdruppels van toen gedistilleerd op een nieuwe plaat, die Cry Cry Cry heet en terugkeert naar het geluid van debuut Apologies To The Queen Mary. Was voorganger Expo 86 vooral een geval van de loudness wars, absoluut willen winnen en hard te rammen, dan wordt hier onder alle traditionele Wolf Parade-pathos de subtiliteit herontdekt. In de beste momenten proef je hoe hard Krug en Boeckner zin hadden om deze songs te schrijven en op te nemen.

Er wordt geëxperimenteerd met nieuwe klanken. De samenzang die “Lazarus Online” aan het eind van een extra brok emotie voorziet -- “If we’re all just gonna fall like autumn leaves / Into some nihilistic season / Each one an ever falling reason / An ever falling down cathedral”, Krug en Boeckner zijn nog steeds geen lachebekjes -- een dolgedraaid hoempa-orgeltje dat haperend hoogtepunt "Baby Blue" inkleurt en blazers die toeteren in datzelfde nummer. Samen met "Weaponized" is dit ook een van de zeldzame momenten dat Cry Cry Cry voluit de epische kaart trekt. Zes minuten lang stuwt en steunt Krugs orgeltje, kriept Boeckners gitaar en roffelen de drums een typisch Wolf Parade-marsritme, om in een niet aflatende finale helemaal loos te gaan. Wordt “Baby Blue” een triomfantelijke setcloser? Als ze een beetje bij zinnen zijn; voor de volgende tien jaar.

"Weaponized" is dan weer eentje van de Boeckner-school. Minder drama, meer rock; droger, zo u wil. Eenvoudig aanstekelijker ook, met een heerlijk bruggetje dat lijkt op te bouwen naar een onweerstaanbaar refrein, maar net voordien een afslag maakt naar eentje dat net iets minder hitgevoelig is. Je moet je publiek nu ook de pap niet in de mond geven, en met zo'n pianootje is het zo al plezant, al is die "Everything Now"-break een gek geval van muzikale telepathie -- want no way dat Wolf Parade de laatste Arcade Fire heeft afgewacht.

Rond dat geweldige centrale duo vinden we songs van de categorie "zeer goed" (het vrolijk weghamerende “You’re Dreaming”) tot slechts "degelijk". In die laatste moeten we in elk geval het bij momenten vervaarlijk langs de verveling scherende "Am I An Alien Here" rekenen, ook "Incantation" heeft veel tijd nodig om ter zake te komen en wordt pas gered wanneer de blazers het uit Wolf Parade-by-numbers-land sleuren. En hoe minder we over "Who Are Ya " kwijt moeten, hoe beter.

Wel lekker dan weer is dat heerlijke solootje van Boeckner aan het einde van "Flies On The Sun", een dramatisch slepend gitaarnummer. Het vrolijk doldraaiend "Artificial Life" is dan weer zijn tegendeel. Het is daar, met de belofte "We'll learn to love flyover states", en vooral ook in het grootse "King Of Piss And Paper", dat op Cry Cry Cry de in deze tijden onvermijdelijke politieke overpeinzingen opborrelen. En niet eens op cryptische Wolf Parade-wijze: “Saw a generation under me / Crying on the news / Oh, I guess they have the blues" -- en wie die papieren piskoning is, kunt u zelf wel invullen.

Keer op keer legt Krug in dat slot zijn twijfel op tafel: “How can we sing about ourselves? / How can we sing about love? / How can we not sing about love? / How can we not sing about ourselves?” Eerlijk? Al zongen Krug en Boeckner over hondjes op een fiets, het had nog geweldig geklonken. De essentie van Cry Cry Cry blijft immers onveranderd: Wolf Parade is terug, en dat is voor iedereen, Krug en Boeckner incluis, het beste dat kon gebeuren.

Wolf Parade staat op 24 november in de Botanique in het kader van Autumn Falls.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Wolf Parade