Banner

Cold Specks

Fool’s Paradise

7.0
Kim Timperman - 19 oktober 2017

“Three words: grown-ass woman. That's it. I do what I feel like, when I feel like doing it. And that's a beautiful thing,” liet Ladan Hussein zich in aanloop van de release van Fool’s Paradise ontvallen. Het is inderdaad hartverwarmend om vast te stellen hoe ze vrede heeft gesloten met haar achtergrond. En passant verandert Cold Specks van gedaante alsof het niks voorstelt.

Op Neuroplasticity hoorden we al een artieste die haar vleugels uitsloeg en haar eigen wereld schiep, maar nu horen we een vrouw die haar eigen identiteit niet langer wil verloochenen. Voorbij is de tijd dat ze zich verschuilde achter het pseudoniem Al Spyx (deels uit schrik voor de reactie van gelovige familieleden). Niet alleen gebruikt ze nu haar echte naam, ze zingt ook in haar moedertaal (het Somalisch) en laat haar moeder de plaat afsluiten met een gebed.

Het is daarom bijna niet meer dan logisch dat Fool’s Paradise qua sfeer mijlenver verwijderd is van zijn voorganger. Op Neuroplasticity leek de onderhuidse spanning bij wijlen tastbaar te worden, maar nu stralen songs als “New Moon” en “Exile” zowaar een zekere huiselijke gemoedelijkheid uit. Andere songs zoals het titelnummer en “Wild Card” grooven dan weer subtiel verleidelijk en klinken zelfs -- dare we say? -- sexy. Dat er tijdens “Solid” serieus wordt geflirt met r&b komt dan ook niet echt als een verrassing, en dat er van die doom soul en gothic gospel geen spoor meer valt te bespeuren al evenmin. Wie wanhopig op zoek is naar een morbide adjectief, is eraan voor de moeite.

Cold Specks verandert dus andermaal grondig van smoel en daar zit Husseins vader voor veel tussen. Tijdens haar zoektocht naar haar roots kwam Hussein tot de ontdekking dat haar vader in de jaren zeventig een van de medeoprichters was van een invloedrijke Somalische funkband, Iftin. De analoge synthesizers die Hussein daar hoorde, vonden hun weg naar Fool’s Paradise. En nog niet zo’n klein beetje. Samen met de drumcomputers zijn ze alomtegenwoordig. Dat leidt gelukkig niet tot een steriel geluid. Er zijn zelfs ettelijke luisterbeurten nodig om te beseffen dat er op Fool’s Paradise helemaal geen akoestische instrumenten te horen zijn.

Maar net als je gaat denken dat Cold Specks er andermaal is in geslaagd om met succes van gedaante te veranderen, begint er iets knagen: het gevoel dat Fool’s Paradise nooit echt weet te beklijven. Proberen te begrijpen waarom dat zo is, is een frustrerende bezigheid. Hussein zingt misschien wel beter dan ooit; haar stem heeft waarschijnlijk nog nooit zo centraal gestaan, maar haar teksten lijken ongrijpbaar; en welke emoties er door haar heen gaan, valt dan ook moeilijk vast te pinnen. Dat is vreemd als je bedenkt tegen welke achtergrond Fool’s Paradise werd gemaakt. Er was niet alleen de catharsis die Hussein in haar persoonlijke leven doormaakte, er was ook het inreisverbod van Trump waarmee haar familieleden in de VS en Somalië geconfronteerd werden. En haar verontwaardiging over Somaliërs die om te kunnen overleven tot illegale visserij werden gedreven, maar door westerse media als piraten werden afgeschilderd, lag aan de basis van “Void”. Maar afgezien van de beats die wat agressiever klinken, is er van enige woede geen spoor te bekennen.

Het grootste pijnpunt is waarschijnlijk het feit dat zowel de songs op zich als Fool’s Paradise in zijn geheel een spanningsboog missen. Op het moment dat er naar een hoogtepunt zou moeten toegewerkt worden, blijft “Witness” ter plaatse trappelen en net daarvoor mis je tijdens “Two Worlds” de drums die de songs op Neuroplasticity voor zich uit jaagden.

We zijn streng voor Fool’s Paradise. Niet omdat het een slechte plaat is, want dat is ze verre van, maar omdat Hussein in het verleden al heeft bewezen dat ze zoveel beter kan. Wat Fool’s Paradise wel voor eens en voor altijd duidelijk maakt, is dat geen enkele Cold Specks-plaat ooit hetzelfde zal klinken. En dat is op een vreemde manier een enorme geruststelling.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Cold Specks