Banner

Melanie De Biasio

Lilies

8.0
Peter Vanwijnsberghe - foto's: Foto: Olivier Donnet - 16 oktober 2017

Met de gekende gratie daalt Melanie De Biasio af in haar eigen ziel, waar ze verstilde schoonheid vindt.

Melanie De Biasio zoekt naar zuiverheid. Vorig jaar zocht ze die in de stad, waar ze de gold junkies observeerde. Mensen zoals zij, die zich aangetrokken voelen tot iets essentieels; iets dat hen op de been houdt in tijden van oorlog, armoede en andere afbrokkelende realiteiten. Hun zoektocht, en daarmee de hare, condenseerde ze tot Blackened Cities, een vijfentwintig minuten durende compositie die telkens wanneer je er naar luistert een andere gedaante aanneemt. Hij kan enigszins verschroeid en hol klinken, als het verlaten mijnterril dat fotograaf Stephan Vanfleteren voor De Biasio vastlegde. Op andere momenten kan de plaat net levenslustig klinken, als een fietstocht door Brussel na een lenteregen. In ieder geval leek het erop dat De Biasio gevonden heeft waarnaar ze op zoek was.

De tocht die ze dit jaar aanvangt, is moeilijker te volgen. Lilies is introvert; een duik in het innerlijke. De Biasio danst er achter de gordijnen, haar silhouet nu eens een bijna stilstaande schaduw, dan weer vol drang. Daar komt weerbarstige muziek van – muziek die vaak schraal is en leeg, maar evengoed diepmenselijk.

Muziek die niet wil settelen bij jazz. In opener "Your Freedom Is The End Of Me" staan Dré Pallemaerts’ drums op troebele triphop. De bas is moody, De Biasio zelf sleept met haar stem zoals Beth Gibbons dat kon ten tijde van Dummy. De lyrics zijn aardedonker, net als de toon. Tot enkele pianonoten schakeringen toevoegen. Ze spelen een betoverend spel: elke heldere noot is een zonnestraal door een zuilengalerij. Een bloedmooie ouverture.

Titeltrack "Lilies" en "All My Worlds" trekken het spaarzame door. De eerste is een slowburner van een verpletterende schoonheid. De sfeer komt overgewaaid uit die rokerige livesessie bij Jools Holland – het optreden in 2014 dat De Biasio wereldwijd renommée zou geven. De tweede song is een futuristische dystopie in klanken. Een orgelgeluid deint op een beat, middenin gaat een lijzige kreun op die van Thom Yorke had kunnen komen. Van een melodie kan je amper iets bespeuren, maar De Biasio’s stem is een lichtend baken.

Twee keer springt De Biasio op een zijspoor. "Afro Blue" is een escapade naar Cubaanse rootsmuziek. Mongo Santamaria’s klassieker uit 1959 kreeg al veel nawerking, onder meer door John Coltrane en Erykah Badu en Robert Glasper. Dat De Biasio’s koortsige, elektrische herwerking zich in die reeks staande houdt, spreekt voor haar artistiek intellect. "Gold Junkies" geldt evengoed als een cover, zij het er een van De Biasio’s eigen werk. Een snoeporgeltje, snelle drum en een radiovriendelijke lengte geven het origineel ("Blackened Cities") een groovier tenue.

De rest van de plaat blijft intimistisch. Al wordt het op Lilies nergens écht persoonlijk. De Biasio is het altijd meer te doen geweest om hoe ze haar woorden op een cadans kan zetten dan om wat ze ermee wil zeggen. Het is haar manier om leegte te vinden. Dat doet ze het meest efficiënt op afsluiter "And My Heart Goes On", een conceptnummer met evenveel oosterse twang als industrial. Anne Clark en Liesa Van der Aa zijn niet ver weg. In bedekte termen maakt De Biasio de balans op van de voorbije 33 minuten, waar een gebroken liefdesverhaal voortdurend in en uit de marges kringelt – een relaas van mutilatie, van de eigen ziel en die van een ander. “What have I done?”, is de ontnuchterende vaststelling die volgt. Enkele seconden lang vallen de beat en de uitgebeende dwarsfluit uit. Alles is stil, behalve De Biasio zelf, die ademt als een gewond dier. Ze heeft haar nulpunt gevonden.

E-mailadres Afdrukken