Banner

Courtney Barnett & Kurt Vile

Lotta Sea Lice

7.0
Maarten Langhendries - 15 oktober 2017

Een album waarop de namen Kurt & Courtney staan: je zou voor minder een plaat vol drama verwachten. Niets is minder waar. De eerste van dit “indie superduo” voelt aan als een aangename bries, een avond op café met vrienden waarmee het eindeloos gezapig lullen is.

Mocht er in de indierockwereld ooit een koningskwestie uitbreken, weinig mensen zouden bezwaar maken dat Kurt Vile of Courtney Barnett mee zouden dingen naar de kroon. Gelukkig is muziek geen wedstrijd (of zou dat toch niet mogen zijn), maar zeggen dat beiden in de hogere regionen van de indierock spelen is nauwelijks een controversiële stelling. Kurt Vile deed er met zijn slakkengang weliswaar iets langer over (of hoeveel platen van vóór Smoke Ring For My Halo heeft u in huis?) dan Barnett die met enkele sterke en aanstekelijke singles, gevolgd door de bevestigende debuutplaat Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit aan sneltempo het publiek op haar hand kreeg. En blijkbaar zijn ze ook fan van elkaars werk, een bewondering die in dikke druppels van deze samenwerking Lotta Sea Lice (hoe nonchalant kan een titel zijn) druipt en haar ook veel van haar charme geeft. Want charmant is de plaat zeker.

De sterkte van Lotta Sea Lice is dat ze echt als een samenwerking aanvoelt. De stemmen en gitaren van Courtney en Vile vermengen zich in elk nummer, en de songs staan telkens ook voldoende af van hun eigen werk om hun samenspel een meerwaarde te geven. Daardoor voelt de plaat nooit aan als een verzameling aparte nummers van aparte muzikanten (iets waar Monsters Of Folk van de gelijknamige “supergroep” bijvoorbeeld onder leed). Muzikaal is de plaat minder rommelig dan Barnetts platen, minder gefocust op kleine anekdotiek ook. Tegelijk is ze minder somber dan de laatste van Kurt Vile. Wat hen bindt, is hun onpretentieusheid, hun verlangen gewoon goede, simpele muziek te maken en daarbij vooral heel veel lol te hebben. Iets te veel zelfs.

”Over Everything” is een eerste langzame kennismaking, waarbij je als het ware getuige bent van de conservatie tussen de songschrijvers Courtney Barnett en Kurt Vile. Tegelijk krijg je zo zelf een beetje inzicht in hun interne keuken, en dat allemaal op een bedje van knarsende gitaren die heen en weer springen. De ritmesectie staat ondertussen lichtjes aan een joint te trekken. “Let It Go” gaat op hetzelfde elan verder, al doen de twee iets meer hun best in de meeslepende zanglijnen. Tweede single “Continental Breakfast” is een heerlijke zomerse zondagmiddag waarop Barnett en Vile hun vriendschap bezingen. Het is die muzikale gelukzaligheid waardoor je de lichte navelstaarderigheid van de tekst vergeet. En om zéker te zijn dat de luisteraar het vooral allemaal niet te serieus gaat nemen, serveren de twee verder op de plaat nog een nummer over blauwe kaas.

Niet alle nummers komen uit de koker van Barnett en Vile: “Fear Is Like A Forest” is een stevige herinterpretatie van een nummer van Jen Cloher, de vriendin van Barnett (een goedmaking voor al die eenzame avonden thuis terwijl Barnett aan de andere kant van de wereld zat?). Afsluiten doet Lotta Sea Lice met “Untogether” van Tanya Donnelly. De twee spelen daarnaast ook elk een nummer van elkaar. Barnett brengt het daarbij (beetje verrassend genoeg) beter vanaf dan Vile. Haar versie van “Peeping Tom” is scherp in al zijn soberheid. De gitaar sneert en de tekst (“I don’t wanne change/ but I don’t wanne stay the same) is de zangeres op het lijf geschreven. Hier krijgt de plaat toch nog een donker randje. Kurt Vile rekt “Outta The Woodwork” daarentegen veel te lang uit en zijn typerende lijzigheid doet de song geen goed.

Met het songmateriaal zit het over het algemeen dus wel goed op deze eerste samenwerking. De voornaamste gebreken van Lotta Sea Lice situeren zich vooral bij het album als geheel. De plaat is heel erg op zichzelf en haar makers gericht. Lotta Sea Lice voelt soms een beetje aan als een album dat vooral over zichzelf gaat. Met twee covers en een aantal songs die nadrukkelijk over hun samenwerking en vriendschap gaan, zijn de songs minder herkenbaar dan bijvoorbeeld de kleinmenselijke verhalen van Barnett. De voornaamste zwakte van Lotta Sea Lice is echter haar vrijblijvendheid. Het songmateriaal is sterk genoeg, maar heel de plaat baadt in een warme sfeer van een zomerse barbecue, een feestje waarop je ben uitgenodigd maar waarvoor je je vooral niet verplicht moet voelen om te komen. Maar gelukkig heeft niet elke plaat zo’n dwingende noodzakelijkheid nodig, en valt er genoeg te genieten om Lotta Sea Lice toch te koesteren voor wat ze is.

E-mailadres Afdrukken