Banner

Nele Needs A Holiday

Love Yeah

7.0
Matthieu Van Steenkiste - 09 oktober 2017

"No singing!" Zo schoot een koning in Monty Python & The Holy Grail steevast in beeld als zijn halfzachte zoon aanstalten maakte in een musicalnummer uit te barsten. Het moet ook de ouders van Nele Van Den Broeck vaak door het hoofd zijn geschoten -- vermoeiend opvoeden zo, meneer -- maar Love Yeah is haar grote wraak. Het tweede album van veelkoppig soloproject Nele Needs A Holiday laat een songschrijfster horen die meer in haar mars heeft dan flauwe humor.

Afgelopen week een volledige avond in een tapasrestaurant met "We'll See" in ons hoofd gezeten. De smachtende soulballade van Nele Van Den Broeck bleef maar rondzingen, werd uiteindelijk een mash-up met de eurotrash van "Bodybuilder". Irritant? Toch wat, maar vooral gaf het zin om bij thuiskomt de hele Love Yeah nog eens op te leggen. Onweerstaanbaar snoepgoed? Nog geen beetje. Dat is nu al drie weken dat we Love Yeah in huis hebben en elke dag gaat ‘ie een keer meer op. We zijn ondertussen al lang voorbij het punt "dat was toch dat halfgare wicht van de Rock Rally editie 2010?" We brullen nu luidkeels mee met haar prettig gestoorde pop.

Leunde debuut It's My Party nog wat te veel op gimmicks en grappen, dan is Love Yeah het moment waarop Nele Needs A Holiday keuzes moet gaan maken. De zelfrelativerende humor is er nog steeds, het novelty-aspect al iets minder. Van Den Broeck toont zich op deze tweede als een sterke, uiterst wendbare songschrijfster, en de pastiche grotendeels is ontstegen. Daarvoor zorgen de teksten die de stomme mop nog steeds niet schuwen, maar ook hart-op-de-tong eerlijk zijn.

Je hoort ook dat Van Den Broeck dezer dagen in Londen, ergens off Westend, musicals in elkaar timmert. Het grote muzikale gebaar smeekt om een dramatisch verhalende setting, maar dat heeft ze voorzien in een vermoeiende, bezopen biografie. Als we even parafraseren en alle onzin achterwege laten komt het neer op: Nele werd verliefd, maar Nele is niet goed in de liefde. Love Yeah -- goeie titel, zo beschouwd -- chronikeert meticuleus alle stadia van een weinig gezonde relatie.

Er is de ongezonde vertwijfeling van "CV", getoonzet op een swingende melodie die van Herman Düne had kunnen zijn. De tekst is Engels, de backings "Dikke Nele!" overduidelijk Brabants; een heerlijke clash. "Next Girl" begint daarna jazzy, maar heeft ook alweer een dikke vette calypso-vingerknip zitten. In "Just Like My Mom" wordt kwansuis een heerlijk bruggetje vol stemharmonie gebracht. De toon is gezet: Van Den Broeck verkent op Love Yeah veel hoekjes van de muziek, maar sleurt ze met haar dramatisch acteren steevast ook de musicalwereld in.

Je ziet de enscenering voor je. "We'll See" is het moment dat de protagoniste na een zoveelste ruzie eenzaam op het voorplan achterblijft, en haar solomomentje neemt. "I am nobody's Plan B" poneert ze strijdvaardig, maar het kalf is al lang verdronken. Dan maar "Buddhism" uitproberen, want "As long as there is karma there is hope", en dan moet de catharsis maar komen. In al zijn naaktheid laat het nummer horen hoe goed Van Den Broeck is als verteller. De opbouw is perfect. Het is het keerpunt van de plaat; de breuk is voltrokken. Wat volgt is de wederopstanding: "This is the part where you're lying on the floor, where you cry and you can't take it anymore / But you know you can and you know you will, you know this is part of the drill", zoals het over de bliepende synth van "Bodybuilder" gaat. Een chorus line komt de coulissen uitgedanst: take that, slecht lief.

Dat is de sterkte van Love Yeah: een narratieve kracht die je meeneemt door het verhaal. Want dat is het dus. Tim Rice en Andrew Lloyd Webber glimlachen goedkeurend bij de eindspurt die de vuisten balt. Strijdbaarder dan "If" wordt het niet. "Hoooow can you be not in love with me?" schampert Van Den Broeck als een furie, terwijl een gitaartje van zich laat horen en de zangeres haar tirade verder zet. Het verhaal nadert zijn ontknoping, maar de meidenpopbeat van "B Sides" is misschien iets te makkelijk; genre-vingeroefeningetje. Te véél musical, net als de al te opzichtige afsluiter "For A While". Mooi, alleen is daar geen artieste maar een vakvrouw aan het woord.

Want zo dun is de lijn die Van Den Broeck bewandelt wel. Dat ze songs kan schrijven is duidelijk, maar misschien is het soms iets te veel showboating zonder persoonlijke investering, zelfs al komt alles uit eigen navel. Het zijn de momenten dat je hoopt dat de zangeres ooit van haar eigen leven loskomt, en als een Randy Newman met borsten -- probeer u dat vooral niet in te beelden -- de maatschappij rond haar van commentaar voorziet. Maar dan weer: de droge, sarcastische manier waarop La Nele haar leven onder de loep legt voor ons vermaak, is zo charmant dat we ondertussen toch alweer aan een vijftigste draaibeurt toe zijn. Wat doe je dáár tegen?

E-mailadres Afdrukken