Banner

Oh Wonder

Ultralife

6.5
Erwin Knieper - 12 september 2017

Je kan blijven graven zonder ooit op goud te stoten. Voor Josephine Vander Gucht en Anthony West elkaar vonden, hadden ze beiden al een aantal muzikale wateren doorzwommen zonder bijzonder veel aandacht naar zich toe te trekken. Als Oh Wonder lukte het dan toch eindelijk. Met Ultralife doet het duo een eerste serieuze poging om een internationaal publiek in te pakken.

Een eerste poging? In 2015 probeerde het duo met debuutplaat Oh Wonder al wat potten te breken, maar meer dan wat serieuze naamsbekendheid in Groot-Brittannië zat er toen niet in. Aan inzet ontbrak het hen toen alvast niet; zowat elke grote zaal in het land mocht het duo verwelkomen. Bovendien werd het album al vrij snel gretig opgepikt door verschillende radiostations. Ga je de cijfers na, dan kom je al snel te weten dat Oh Wonder ondertussen al meer dan vijfhonderd miljoen keer gestreamd werd. Van waar dan die oorspronkelijke geringe bekendheid? Je zou kunnen beweren dat in tegenstelling tot Ultralife, het debuutalbum van de Britten eerder wat grossiert in een minimalistische aanpak die al snel gaat vervelen. Best leuk, maar na een nummer of tien mag er voor de gemiddelde Europeaan wel wat schwung in zitten.

In dit opzicht is het dan ook niet meer dan logisch dat Ultralife net iets meer gewicht in de schaal gooit. Aan hand van tracks als “Ultralife” en “High On Humans” hoor je een eindresultaat dat niet meteen erg veel vrolijker klinkt, maar dat wel gemakkelijk aansluiting vindt bij de rest van het alt-poplandschap. Aanstekelijk, luchtig en dansbaar zonder al te snel in herhaling te vallen. “Slip Away” en “My Friends” trekken het tempo weer naar beneden. Maar aan de hand van de onderlinge afwisseling die het album rijk is, weet je dat ook te appreciëren. De absolute uitschieter is misschien nog wel “Overgrown”; een tekstueel dramatisch nummer dat in elk opzicht een eerbetoon lijkt aan James Blake: die trage opbouw, die schemerende bassen en die allesomvattende zwaarte van het bestaan. Compleet overbodig is “Waste” dan weer; een vier minuten durend niemendalletje dat nooit echt van de grond komt. Vergelijk het nummer gerust met een slaapliedje dat je koppig blijft herhalen om je kleuter toch maar in slaap te krijgen.

Een erg duidelijke richting lijkt Oh Wonder niet meteen in te slaan. Je krijgt dan ook eerder een elektronisch geheel dat vrijwel iedereen gaat weten te bekoren. Of je het album nu tegenkomt in de muzakroulatie van de Carrefour om de hoek of een deeltje van een de betere tracks in een van de laatste remixen van Sven Van Hees hoort; je kan hier weinig fout mee doen. Hoe storend dat is, bepaal je uiteraard zelf, maar het is bijzonder jammer om een ijzersterke single als “Ultralife” ergens wat verloren te horen gaan in een oceaan van radiovriendelijke middelmatigheid. Iemand als pakweg Jessie Ware maakt in grote lijnen net dezelfde muziek, maar weet aan de hand van een doorleefde stem het geheel net dat tikkeltje interessanter te maken. Toegegeven: als muzikaal duo hebben Vander Gucht en West elkaar inderdaad gevonden. Maar als resultaten uit het verleden enigszins wijzen op wat de toekomst brengt, dan is het vet na een volgend album wel degelijk van de soep. Maar kijk; in december doet het duo Brussel aan. Ga en oordeel vooral zelf.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Oh Wonder