Banner

Fred Hersch

Open Book

Guy Peters - 08 september 2017

Goed nieuws voor Fred Herschliefhebbers: voorlopig komt er nog geen einde aan de productieve stroom van kwalitatieve releases die al bijna een decennium aanhoudt. Kwam hij vorig jaar solo naar ons land met een nieuw trioalbum onder de arm, dan brengt hij deze keer z’n trio mee en werpt hij ons z’n elfde soloplaat in de schoot. Die herhaalt nog eens alles wat Hersch zo bijzonder maakt, maar voegt ook een nieuwe dimensie toe aan ’s mans imponerende oeuvre.

Het gaat Hersch voor de wind. In New York wordt zijn Leaves Of Grass nog eens uitgevoerd, zijn autobiografie Good Things Happen Slowly staat eraan te komen, en met Open Book verschijnt zijn derde solorelease in een jaar of zes. Het album, live opgenomen in Seoul in november 2016 en april dit jaar, zal voor liefhebbers meteen herkenbaar klinken. Hersch is de koning van de elegantie en emotionele diepgang, wat zich nu al jarenlang vertaalt in albums en concerten die jazz en klassiek in elkaar laten overvloeien, met eigen en andermans composities die een nieuw leven krijgen en labels die eigenlijk onbruikbaar worden, net omdat de man alles zo virtuoos naar z’n hand zet. In z’n eigen woorden: “(…) I delight in obscuring those structures so that each performance becomes a continuous musical expression from variation to variation – musical freedom within limits, with a song that I love as my subject.”

Open Book (vermoedelijk zo getiteld vanwege de simultane boekrelease en het feit dat Hersch nooit een geheim gemaakt heeft van zijn geaardheid en hiv-infectie) heeft dan ook iets van een suite, een overkoepelend geheel waarin jazz- en popcomposities hand in hand gaan met eigen werk en een vrij geïmproviseerd stuk van twintig minuten (“Through The Forest”), waarmee de pianist ook zichzelf verraste. Hij start het album trouwens met het meest tedere stuk, “The Orb”, een ode aan zijn geliefde. Gracieus, langoureus, door en door romantisch. Even mooi is zijn versie van Antônio Carlos Jobims “Zingaro”. De voorliefde voor de Braziliaanse componist gaat al mee sinds de jaren 1970, toen hij diens werk leerde kennen als sideman bij Stan Getz, en leidde in 2009 nog tot het magistrale Fred Hersch Plays Jobim. Het bossa-gevoel is deze keer zachtjes afgevoerd, maar toch weet hij weer naar de essentie te gaan en laat hij zichzelf afdwalen. Het klinkt even bitterzoet als zijn live-uitvoeringen van “Insensatez”, maar hij permitteert zich hier meer uitweiding.

Ook de oudere jazzstukken zet hij naar z’n hand. “Whisper Not” van Benny Golson, de saxofonist die lange tijd deel uitmaakte van Art Blakeys Jazz Messengers, maar ook, en dat is binnen deze context nog belangrijker, een vaste speelpartner van Art Farmer, een van Hersch’ vroege mentoren, krijgt een trippelende start die gaandeweg openbreekt en verkend wordt met een gematigde gulzigheid. Het is jazz, maar het lijkt wel alsof er ook flarden Gershwin en Bach in kruipen. Ook al is zijn temperament heel anders, toch doet het wat denken aan de hybride vorm die een Nina Simone ook soms uitprobeerde. Even geslaagd is de speelse dartelheid die hij in zijn versie van Monks “Eronel” weet te steken.

Die vormt wel een groot contrast met het lange “Through The Forest”, uitgevoerd op een dag die niet zo goed begon (overslapen), maar dan toch een opmerkelijke tour de force bleek: “(…) I just went wherever it took me until it felt right to arrive at a musical and emotional destination.” Het is een wandeling door een droomwereld met iele en fragiele passages, maar ook donker gedender, met kringelende lijnen en een dynamisch gebruik van het sustainpedaal, waardoor het stuk soms ter plekke drentelt en even later weer vrijpostiger uitzet. Het lijkt ook alsof er passages van Stephen Foster, Chopin en Hongaarse volksmuziek doorheen waaien, maar bovenal is het Fred Hersch in een flow van expansieve introspectie, hoe contradictorisch dat ook mag klinken.

Blijven dan nog over: de dromerij van “Plainsong”, een delicate, eigen compositie, en een uitvoering van Billy Joels “And So It Goes”. Een stuk dat meer dan eens herinnert aan hymne “Jerusalem”. Hier weet Hersch net de grens met het pathetische te vermijden en vooral een mooie invulling te geven aan Joels centrale zinsnede in de originele uitvoering: “My silence is my self defense.” Dat klinkt dan misschien wel alsof Hersch de poptoer opgegaan is, maar wie vertrouwd is met deze muzikant, weet beter. ’s Mans werk bulkt dan wel van een onmiskenbare emotionele geladenheid; het is intussen ook uitgegroeid tot een stijl hors categorie, die even avontuurlijk als zachtmoedig grenzen en contouren laat vervagen. Op Open Book leidt het, nog maar eens, tot ronduit prachtige resultaten.

Vrijdag 24 november speelt het Fred Hersch Trio in Flagey (Brussel). Het concert wordt voorafgegaan door een vertoning van de film The Ballad Of Fred Hersch. Een dag later speelt het trio in Tivoli Vredenburg (Utrecht).

E-mailadres Afdrukken