Banner

Queens Of The Stone Age

Villains

7.0
Evert Peirens - 07 september 2017

Kijk eens aan: er ligt een nieuwe Queens Of The Stone Age in de rekken. Na …Like Clockwork uit 2013, “een album zonder opwinding”, zullen de woestijnrockers flink uit hun pijp mogen komen. Dat treft: Villains is alweer het beste album aller tijden, zegt toch Josh Homme zelf.

Eerst misschien even slikken: voor de productie klopten Homme en kornuiten aan bij Mark Ronson, en die gaf graag thuis. Welaan dan. Als de Britse producer to the stars achter de knoppen kruipt, dan mogen we – verwachten we dan – alle QOTSA-voorkennis overboord gooien. En toch: het valt mee, en soms werkt het zelfs. Villains is zeker hipper en spannender dan de vorige albums die Queens op de wereld loslieten. Homme zou bij de producerkeuze geïnspireerd zijn door een zekere danspassie die ook “Uptown Funk” behelst.

“I was born in a desert, May 17, 1973/When the needle hit the groove, I commenced to move”: de plaat is nog geen twee minuten bezig en Hommes’ ego – altijd al wat van een olifant in een porseleinwinkel geweest – tekent present. Uiteraard nogal wiedes, maar er is meer aan de hand. Homme lijkt met Villains een statement te willen maken over jong versus oud. Want hoewel Villains jong en hip klínkt – Ronson, nietwaar – verkoopt Homme de jeugd van tegenwoordig, of ook wel zij die de vergeefse moeite opbrengen om hun jeugd terug te vinden, een welgemikte trap in de radijzen.

Luister maar naar “Domesticated Animals”, met zinsneden als “Beat the kids to the punch”, en “Where’s your revolution now”. Wat is het geluid van een geprivilegieerde millennial die staat te mekkeren in een woud als er geen getuigen bij zijn? Of op topper “Un-Reborn Again”: “You could be young again/.../Frozen in pose/Locked up in amber eternally”, en uiteindelijk: “Everybody was drowning in the fountain of youth”.

Niet dat de Queens oud en verbitterd zijn, want ook voor troost is er plaats op Villains. “Fortress”, een bijna dromerige bedoening en duidelijk rustpunt vlak voor de helft, gooit de drenkelingen een reddingsboei toe. Ze hebben die wel nodig om de furieuze stamper “Head Like A Haunted House” te overleven. Villains heeft dus de variatie en ook de deftige ideeën mee: dat koortsachtige rijzende keyboard dat door groovy opener “Feet Don’t Fail Me” sluipt, of die huilende gitaarherrie achterin sterkhouder “The Evil Has Landed”. De seventies zouden er trots op zijn.

En toch. Echt vervelen doet de plaat wel zeker één keer, op “Hideaway”, waar we maar geen flarden van tussen de oren kunnen houden. The thinking man’s redhead zal Homme ook niet gauw worden . “My heart’s a dingaling, a puppet on a string/C’est la vie, yeah” (“Like The Way You Used To Do”), is dat nu pertinent en serieus te nemen, of lollig en weg te lachen? De song hengelt ook wat te nadrukkelijk naar afgehaakte zieltjes.

Alles bij elkaar genomen is Villains nog niet de tour de force waarmee QOTSA zich opnieuw in de gratie zal werken. Het is wel een aardige terugkeer naar een zeker vormpeil, met de juiste hedendaagse toetsen. Een dansplaat willen we Villains echt niet noemen, maar het was nog nooit leuker kontschudden en voetenstampen op een QOTSA-album. Ook een verdienste.

E-mailadres Afdrukken