Banner

Abdul Moimême

Exosphere

Guy Peters - foto's: Nuno Martins - 05 september 2017

Dat Lissabon meer is dan een bruisend centrum voor avontuurlijke jazz en vrije improvisatie, wordt met de regelmaat van de klok benadrukt door een label als Creative Sources (opgericht door violist Ernesto Rodrigues), waar voortdurend albums verschijnen die het niet zo nauw nemen met labels en vaker wel dan niet belanden in een stilistisch niemandsland. Een erg sterk voorbeeld van zo’n album buiten categorie is de nieuwe solorelease van gitarist Abdul Moimême.

Moimême (°1959) is zo een van die Portugese muzikanten die al even meedeint op die golf van vernieuwende geluiden. Hij leerde als kind al gitaar, woonde in de Verenigde Staten, Ierland en Spanje, om uiteindelijk, en na studies architectuur, terug in Lissabon te belanden. Daar is hij intensief deel gaan uitmaken van de creatieve muziekscene, zowel met soloprojecten als binnen grotere ensembles zoals ikb en het Variable Geometry Orchestra, die eigenlijk vaste huisbands van Creative Sources zijn. Na Nekhephthu (2009) en Mekhaanu (2013) laat hij nog eens solo van zich horen met Exosphere.

Het album bevat een concert dat in 2015 werd opgenomen in het 17de eeuwse Nationaal Pantheon, gelegen in een uithoek van volksbuurt Alfama en op een steenworp van de dokken naast de monding van de Taag. Het was een onderdeel van een concertreeks onder de noemer ‘Escuta Profunda’ (een verwijzing naar de deep listening theorieën van componiste Pauline Oliveros), en snel wordt duidelijk waarom. Moimême hangt immers uit in de zone tussen vrije improvisatie, abstract klankexperiment en de akoesmatische traditie van Pierre Henry & co. De veertig minuten durende performance werd uitgevoerd met twee zelfgebouwde gitaren, een voorversterker, EBow, gyroscoop, muziekdoosjes en allerhande objecten.

Dat volstaat op zich al voor een uitvoering die de luisteraar potentieel op de proef stelt, maar dan komt er nog eens bij dat de locatie van immens belang was. De ruimte in het Pantheon beschikt immers over een nagalm van twintig seconden, wat een enorme impact heeft op wat er gebeurt. Het vergt een grote concentratie van de uitvoerder, omdat die verplicht wordt om te reageren of, misschien nog beter, te anticiperen op wat er zal gebeuren, hoe iets gaat klinken. Een geluid dat je nu produceert, heeft een bepaalde, eindige levensduur, kan van zich laten horen als je alweer opgeschoven bent naar een volgend idee.

Het is, kortom, zo goed mogelijk inspelen op de akoestische eigenschappen en valkuilen van een immense luxe-galmbak. Moimême laat horen dat het ook kan leiden tot een luisterervaring die uitgevoerd wordt met een ijzeren discipline en de luisteraar en passant ook nog eens aanzet tot reflectie over wat hij/zij hoort. Je gaat je immers de vraag stellen wat muziek is, en wat klank, en of het eigenlijk wel zo belangrijk is om precies te weten wat er aan de hand is. Voor wie er toen aanwezig was, moet Moimêmes vaardigheid tastbaarder geweest zijn. Wie het zilveren schuifje beluistert, heeft minder houvast, maar krijgt – ondanks de vragen die de muziek oproept – eigenlijk wel meer autonomie om de geluiden te interpreteren, een plaats te geven.

Doorheen die veertig minuten word je deelgenoot van een constructie en reeks van frequenties, resonanties, lagen, ideeën en klankeigenschappen. Van het schurende metaal (dat je denkt te horen en dat de link legt met de nabijgelegen dokken) tot uitschieters die herinneren aan trombones, fluiten of trompetten; het is een komen en gaan van mogelijkheden. Moimême hanteert een strijkstok, schudt met dunne staalplaten, wrijft en roteert, en het resultaat zijn zingende golven, het gezeur van wat op een shruti box lijkt, sissende en sudderende schuifklanken, startende en opstijgende machines, brommende ruis en plotse ploffen die inslaan als sonische kruisraketten. Het is een onderzoek naar het ontstaan, de levensduur, de combinatiemogelijkheden én de ontbinding van klankeigenschappen, die Moimême eigenlijk modelleert met de behendigheid van een kleibeeldhouwer, met geluidsgolven, feedback en galm als weinig kneedbare materie.

Idealiter was je aanwezig bij de live performance, die 25ste oktober van 2015, in dit eeuwenoude monument en laatste rustplaats, waar je je respect kan betuigen aan o.m. dichter João de Deus, zangeres Amália Rodrigues en voetballer Eusebio, en die Stuart Broomer in zijn liner notes bij het album zo mooi omschreef als “(…) a monument to its own sonic deconstruction, a place so resonant that everything becomes a metaphor for itself”. Er hangt voortdurend een statige, gewijde sfeer, die ook z’n sporen nalaat op deze release, een open, bezwerende, suggestieve en zinderende performance die nog maar eens de veelzijdigheid en open blik van Moimême en bij uitbreiding ook de lokale muziekscene in de kijker zet.

E-mailadres Afdrukken