Banner

Jen Cloher

Jen Cloher

7.0
Bjorn Weynants - foto's: Tajette O’Halloran - 03 september 2017

Liefde, muziek en thuisland Australië. Dat zijn de thema’s van Jen Clohers vierde album.

Wat gebeurt er met een mens als je zelf al een aantal jaren gestaag aan een muziekcarrière bouwt en je veertien jaar jongere levenspartner plots uit het niets naar een wereldwijde doorbraak in de indierockscene gekatapulteerd wordt met haar eerste album? Dat is wat de Australische Jen Cloher overkwam toen haar levenspartner Courtney Barnett in 2014 met haar twee eerste EP’s en het daaropvolgende jaar met haar eerste langspeler vol ontwapenend alledaagse thema’s plots de nieuwe lieveling van de indierock werd. In openingsnummer “Forgot Myself” is Cloher verrassend openhartig over de dubbele gevoelens die dat bij haar opwekte: trots en blijdschap, maar ook jaloezie en het zichzelf wegcijferen om Barnett alle kansen te geven in haar carrière (“Reading between the lines is hazardous / A slow reply can really mess with your head / I was feelin’ kinda free / Now I’m desperate”).

Voor Jen Cloher -- haar vierde album ondertussen -- stelde Coher een band samen bestaande uit Courtney Barnett op gitaar en de ritmesectie van Bones Sloane (bas) en Jen Sholakis (drums). De aanwezigheid van Barnett, die zelf het onderwerp is van een aantal songs, zorgt meteen voor wat extra pigment in het album. Met haar herkenbare gitaarspel zorgt ze er tegelijk voor dat het album wat het geluid betreft soms relatief dicht aanleunt bij haar eigen werk. Toch zou het Cloher oneer aandoen om de invloed van Barnett te veel in de verf te zetten, want met dit titelloze album toont ook zij te weten van welk hout pijlen maken.

Het album wordt vooral gekenmerkt door nonchalant rammelende indierock waar de invloed van Pavement duidelijk in doorsijpelt, zoals bijvoorbeeld in het al eerder genoemde “Forgot Myself”. Andere jaren negentig-invloeden zijn er evengoed. De zacht-hard dynamiek van “Strong Woman” klinkt heel erg als de vroege PJ Harvey. “Kinda Biblical” heeft de ingetogen spanning van nummers zoals Kim Gordon ze begin jaren negentig schreef. “Shoegazing” is dan weer het soort rocker dat The Rolling Stones vroeger achteloos uit de pols wisten te schudden. Maar het kan er op andere momenten evengoed rustig aan toe gaan, zoals in het sterke “Regional Echo” of in het folky “Dark Art”. Het klinkt allemaal op het eerste gehoor misschien eenvoudig en onbekommerd, maar na herhaalde luisterbeurten merk je al snel dat de nummers in hun eenvoud best wel ingenieus in elkaar zitten.

Waar het werk van Barnett een zeker escapisme in zich heeft -- niemand heeft ooit zo mooi over organische voeding gezongen -- toont Cloher zich in haar teksten veel meer maatschappelijk bewogen. Dat Australië het homohuwelijk nog altijd niet wettelijk geregeld heeft, ligt haar in “Analysis Paralysis” zwaar op de lever (“I pay my fines / Taxes on time / But the feral right / Get to decide / If I can have a wife”). Opgroeien met een ontluikende lesbische geaardheid, is dan weer het onderwerp van “Strong Woman”. In tegenstelling tot veel andere Australische muzikanten woont en werkt Cloher nog altijd down under, ver weg van de belangrijkste centra van de rockmuziek. “Great Australian Bite” handelt expliciet over die moeilijke verhouding tussen Australische muzikanten en hun afgelegen vaderland.

Met dit titelloze album levert Cloher een uitstekend album af waar de liefhebbers van de alternatieve muziekscene uit de jaren negentig zeker hun gading in zullen vinden. Of ze er evenveel succes mee zal boeken als haar vriendin Barnett is twijfelachtig, want daarvoor mist ze misschien net een beetje unieke eigenheid. Maar de muziekscene aan de andere kant van de wereld is springlevend, en daar heeft Cloher haar rol in.

Op 24 september treedt Jen Cloher op in DOK (Gent).

E-mailadres Afdrukken