Banner

Tyler Childers

Purgatory

7.5
Bjorn Weynants - foto's: David McClister - 30 augustus 2017

De geschiedenis herhaalt zich.

Net zoals in de jaren 70 outlaw country-muzikanten in de slipstream van succesvolle artiesten als Waylon Jennings en Willie Nelson mee tegen de schenen van het country-establishment in Nashville schopten, is er ook nu weer een nieuwe lichting jong talent dat boven komt drijven. De grote namen heten deze keer Chris Stapleton en Sturgill Simpson. Zij tonen dat het ook mogelijk is om countrymuziek te maken die tegelijk artistiek hoogstaand is en een groter publiek kan bereiken. Muziek die niets gemeen heeft met de verdufte poppy eenheidsworst die het grote publiek met country associeert. Daarnaast zijn er ook nu weer een hele reeks beginnende artiesten die mee op de voorgrond kunnen treden. Zo brachten Brent Cobb of de uit Canada afkomstige Colter Wall recent fel gesmaakte langspelers uit.

De nieuwste artiest in dat rijtje is de 26-jarige Tyler Childers -- zie ook zijn gastrol op Walters album -- die met Purgatory zijn eigenlijke debuutalbum uitbrengt, een aantal in eigen beheer uitgebrachte live-opnames niet meegerekend. Voor deze plaat deed Childers een beroep op Sturgill Simpson -- net als hijzelf afkomstig uit Kentucky -- om het geheel als producer in goede banen te leiden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dat een sound oplevert die relatief nauw aansluit bij Simpsons doorbraak Metamodern Sounds In Country Music, zonder daar een doorslagje van te zijn. Want als Childers hier iets duidelijk maakt, is het dat hij over nummers beschikt die af zijn en dat hij een eigen muzikale persoonlijkheid heeft ontwikkeld in de jaren die hij voordien als broodschrijver doorbracht.

Childers brengt op Purgatory muziek die varieert van opwindende honky-tonk (“I Swear (To God)”) over pure country (“Born Again”) tot bluegrass (“Banded Clovis” en het titelnummer) en countryrock (hoogtepunt “Whitehouse Road”). Heel af en toe wijkt hij wat af van het traditionele Nashville-geluid. Zo is “Lady May” breekbare folk en wordt het buitenbeentje “Universal Sound” gedragen door een spacey gitaar. Het zijn nummers waar hij al langere tijd mee bezig is en dat hoor je ook. Het resultaat klinkt dan ook heel matuur.

Volgens Childers is het centrale thema van de plaat de zoektocht naar je eigen identiteit. De meeste nummers schreef hij toen hij het ouderlijke huis verliet en zijn eigen weg in de wereld zocht. Zo zijn er talrijke verwijzingen naar (zelfgebrouwen) drank of naar drugs. Ondanks -- of eerder: omwille van -- Childers relatief jeugdige leeftijd stralen ze een zekere ontwapenende onschuld uit. En dan is er de liefde, natuurlijk. Net zoals in het echte leven loopt het de ene keer mis (“Born Again”), maar is het de andere keer wel raak (“Honky Tonk Flame” en “Lady May”).

Purgatory is meteen een geslaagd staaltje van Childers’ talent. Erg vernieuwend mag het dan wel allemaal niet zijn, maar gedurende tien nummers toont hij zich een uiterst getalenteerd songschrijver. Afwachtend hoe hij verder zal evolueren als muzikant, maar dit debuut is alvast heel erg veelbelovend.

E-mailadres Afdrukken