Banner

Triggerfinger

Colossus

7.5
Philippe Nuyts  - 25 augustus 2017

Plaat vijf alweer, de overstap naar een grotere platenfirma die het album meteen wereldwijd releaset en een band die beter en scherper dan ooit klinkt: Triggerfinger is klaar voor het grote werk.

Met de vorige twee platen All This Dancing Around en By Absence Of The Sun werden de zalen groter, de plaatsen op de affiches hoger en de bands voor wie ze het voorprogramma speelden nog eminenter. Om die opgang te bezegelen, was het tijd voor een forse nieuwe stap vooruit. En zoals zowat alles bij deze band, gebeurt dat meer met hart en onderbuik dan met het hoofd. Dat reduceert de foutenlast van Triggerfinger al jarenlang tot quasi nihil, omgekeerd evenredig met hun naturel.

Zo werden de vorige twee platen immers ook gemaakt. Daarop slaagde het triumviraat z’n van meet af aan verschroeiende livereputatie in de studio te vatten en op plaat te persen – beter dan op hun eerste twee albums. Dat mondde al eens uit in de ontregelde waanzin van “Black Panic” of “My Baby’s Got A Gun”. Die is er niet meer bij, maar wat we in de plaats krijgen zijn tien gebalde, snedige songs waarin de band het venster wijd openzet met toevoeging van synths, blazers en vervreemdende klanken. En toch spat er van Colossus geen spat minder zweet af dan van de twee voorgangers.

Het DNA van Triggerfinger, een botergeile groove die met het gat doet schudden, blijft immers intact. Meer nog: blinkt prominenter dan ooit. Een handvol songs werden met dubbele bas opgenomen, zoals het fantástische titelnummer “Colossus”, een brok dampende bluesrock die eerdere broertjes als “Let It Ride” perfectioneert. “Flesh Tight” maakte als single eerder al duidelijk dat de song meer dan ooit primeert op de sound.

Maar een song staat bij Triggerfinger niet gelijk aan hapklare refreinen: “Candy Killer” gromt en blaft onderhuids, met een opvallende rol voor een jaren tachtig-synth als de daarbij horende kwijl. Het is een van de opvallendste toevoegingen op Triggerfingers vijfde, maar ook dat gebeurt op een ontzettend natuurlijke manier. Zoals in prijsbeest “Afterglow”, een zowaar bloedmooi rustpunt voor wie z’n melancholie dreigend wil. Op “Bring Me Back A Live One” mag die andere verrijking, de saxofoon van Los Lobos-bandlid Steve Berlin, de bandensporen van de song in de fik steken -- die voorts samen met “Breathlessness” trouwens het best op de voorgangers had gepast.

Afwisseling en verfrissing troef dus op Colossus, maar toch klinkt het als een solide, gebald geheel. Een verdienste ook van producer Mitchell Froome en mixer Tchad Blake (Pearl Jam, The Black Keys, Arctic Monkeys, Paul McCartney …) die de focus scherper dan ooit leken te houden. En die er mee voor zorgen dat er in een verre boog rond de eendimensionele rimramrock van pakweg Foo Fighters wordt gelopen. Daar ontbreekt het net aan die groove, bij Triggerfinger is dat net de essentie.

Dat zal ook live weer blijken. Colossus is een plaat die meer doet dan de livereputatie van de band bevestigen, maar zal die door een batterij uitstekende songs wellicht nog aanscherpen. Als een band als pakweg Royal Blood furore kan maken, is er geen zinnige reden te bedenken waarom Triggerfinger internationaal niet dezelfde status kan verwerven met pure rockmuziek die geilheid aan intelligentie koppelt. Een betere stap dan met Colossus konden ze alvast niet gezet hebben.

E-mailadres Afdrukken