Banner

Lana Del Rey

Lust For Life

8.0
Philippe Nuyts - 21 augustus 2017

Weinigen die echt weten wat ze aan moeten met Lana Del Rey. Maar een van de meest enigmatische popacts in de puberteit van de 21ste eeuw heeft het ‘m toch maar weer geflikt: met een uitstékende vierde plaat haalt de geloofwaardigheid het finaal van de scepsis.

Al liep dat niet van een leien dakje. Met Video Games had Elizabeth Grant een van de mooiste debuutsingles in járen afgeleverd, dat wel ja. Vervolgens met Born To Die een te voorspellen teleurstellend debuut. Daarna concerten met een wisselvallige kwaliteit als barometers op hol: imposant op die eerste Werchter in 2012 (of gewoon beter dan verwacht), een vooral muzikale aanfluiting in Vorst in 2013, en een complete miscast als aperitiefhapje voor Springsteen op TW Classic in 2016. Maar wel steevast trouw aan haar eigen universum, mét songmateriaal dat in kwaliteit bleef stijgen.

Want op derde plaat Honeymoon werd al duidelijk dat ze niet zomaar weg te zetten valt als een one trick pony. Ook zonovergoten mysterie heeft meerdere lagen. Op Lust For Life kantelt het perceptiegevecht finaal in haar voordeel, cum laude. Het besef daarvan komt ten laatste bij song nummer twaalf, “Beautiful People, Beautiful Problems”, waarbij Stevie Nicks zich zonder de minste moeite aanpast aan Del Rey’s universum, en bijlange niet omgekeerd. Het is een song die niet zozeer uitsteekt boven de eerdere twaalf songs van Lust For Life, of zelfs de gehele voorganger Honeymoon. Maar doordat Nicks zich op een angstaanjagend natuurlijke manier in de song weet neer te vlijen alsof het háár album is, besef je: Del Rey heeft iets vast met deze plaat.

Te meer doordat ze het ook flikt met The Weeknd, iemand die doorgaans wordt ingehuurd om iemand DNA toe te dienen in plaats van zichzelf weg te cijferen in het DNA van een ander. Nee, met die slepende melodie en die eeuwig verzuchtende voordracht is “Lust For Life” van háár. “Take off all your clothes” is een gebod dat van háár komt, uit de mond van The Weeknd komt het hoogstens als een echo. Del Rey bepaalt de kamer, The Weeknd hoogstens de sfeerverlichting. Op al z’n andere samenwerkingen geldt minstens het omgekeerde.

Lust For Life lijkt aanknoping te zoeken bij debuut Born To Die in meerdere facetten. Let vooral op beide titels, die erop duiden dat Grant vandaag in a better place is. Dat toont ze ook door op de hoes voor dezelfde auto te poseren als op Born To Die, maar dan met een tandpastalach. Al kan die lach evenzeer een rookgordijn zijn in haar universum, waar ze ronddwaalt als Justine (de goddelijke Kirsten Dunst) in Von Triers Melancholia. Haast selffulfilling tristesse die ondertussen dieper gaat dan de “Summertime Sadness” op datzelfde debuut. Lust For Life zoekt aanknoping bij de hiphop van Born To Die -- daar zal de comeback van producer Emile Haynie ook voor iets tussenzitten. Maar die sound wordt verdiept in betere songs. Voorbeeldje: leg het nieuwe “Cherry” op na “Blue Jeans”. Of “In My Feelings” na “The National Anthem”.

Dan is er slechts één conclusie: Del Rey is danig gegroeid de afgelopen jaren, en dat op kousenvoeten. De lijzige zang plakt bij de songs als ochtenddauw bij de zonsopgang in haar luchtvochtige wereld. Maar die songs herbergen uitstékende zanglijnen en melodieën, en gaan ondertussen ook over meer dan “bad boys” en “money, power, glory”. In “When The World Was At War We Kept Dancing” vraagt ze zich af of die oranje clown het einde van een tijdperk in Amerika of Amerika tout court betekent. Om over de vrouwenrechten nog maar te zwijgen, die door een “pussy grabber” ook geen al te warme minnaar genieten. Die onrust giet ze in “God Bless America – And All The Beautiful Women In It”. Voorts is ze zich al te bewust van haar status als rolmodel voor haar doorgaans jeugdige fans: in nummers als “Love” of “Coachella – Woodstock In My Mind” uit ze zich als grote zus die met een troostende glimlach eigenlijk gewoon wilt zeggen niet te veel te piekeren. Omdat er toch niks te weten valt – afhankelijk van de songs klinkt dat bij Del Rey de ene keer positiever dan de andere.

Lust For Life staat ten slotte ook bol van verwijzingen naar bevriende muzikanten, die haar muzikale pad de afgelopen jaren ook duchtig verbreed hebben. Zo is datzelfde “Coachella” opgedragen aan Father John Misty. Soms gaat Grant/Del Rey daar al eens te meta in, zoals in het voorts puike “Tomorrow Never Came”, een duet met Sean Lennon: “Lennon and Yoko, we would play all day long / ‘Isn't life crazy?’, I said now that I'm singin' with Sean.” Koketterietjes waarmee ze zichzelf alsnog durft te tackelen. Nog een feit: de drie laatste songs voelen na de twee fantastische duetten met Nicks en Lennon echt aan als de sigaret na de seks. Lust For Life duurt voor een immer voortschrijdende plaat met z’n 71 minuten echt wel te lang. Maar slechte songs? Dat dan ook weer niet.

Zodus: vierde plaat, weer wellicht beste plaat voor Del Rey. Heerste de vrees dat ze gauw uitverteld zou zijn, blijkt niks minder waar. Het wordt steeds heerlijker onderdompelen in haar univers noir. Lust For Life doet met z’n knipogen naar het debuut wel de vraag stellen: is dit het einde van een cyclus of net het begin van een nieuwe? In het eerste geval is Lust For Life het perfecte orgelpunt, in het tweede een plaat die daadwerkelijk om méér vraagt. En dat voor een carrière die haast iedereen vijf jaar geleden inderdaad born to die achtte. Del Rey blijft onmiskenbaar een van de boeiendste popacts van deze eeuw.

E-mailadres Afdrukken