Banner

Sly & The Family Drone / Dead Neanderthals

Molar Wrench

Guy Peters - 31 juli 2017

“Zelfkennis is het begin van alle wijsheid”, echoën leerkrachten Nederlands en andere lieden met opgeheven vingertjes soms. Als daar iets van aan is (en waarom zou je zo’n klassieke Griek tegenspreken), dan zit het wel goed met deze twee bands, die hun eerst samenwerking treffend omschrijven: “Expect disgusting noise rock of titanic proportions ready to pound the muck out of your ears and the pus out of your eyes”. Zo, die zit.

Het God Unknown-label organiseerde al een paar keer een ouderwetse singles club, waarbij je kon intekenen voor een reeks 7”-split/singles waarop een resem underground bands bij elkaar gebracht werd. Met o.m. Gnod, White Hills, Mugstar, Terminal Cheesecake, Part Chimp en Grey Hairs werd zowat de hele zone tussen experimentele pyschedelica, freakrock en withete noise-rock verkend. In 2016 werd er ook eentje aan de lijst toegevoegd van het Britse Sly & The Family Drone en het Nederlandse Dead Neanderthals, twee bands die zich ophouden in een verborgen krocht van de experimentele muziek, om van daaruit even compromisloos als productief kabaal op de markt te gooien.

Niet lang na Craters, slaat het duo van Nijmegen opnieuw de handen in elkaar met de Britten, voor een eerste échte collaboratie. Die is, geheel volgens verwachtingen, niet echt bestemd voor gevoelige oren en mikt resoluut op de onderbuik en platenspeler van volk dat op tijd en stond graag om de oren geslagen rond met een lap pokkeherrie die toch net dat beetje anders is. Al was dat ook te verwachten door de combinatie van deze muzikanten. Matt Cargill (zang en (vooral) noise-effecten), Callum Buckland (drums), Colin Webster (sax), Otto Kokke (sax) en René Aquarius (drums) verkennen de zone tussen geïmproviseerde waanzin en noise met een gretigheid die op zich al de aandacht verdient.

Vier stukken, twee albumhelften, samen goed voor een minuut of vijfendertig die bedekt is onder een dikke korst van brommende, fluitende, zeurende noise, opgejaagd door drumwerk dat soms even lomp als moorddadig klinkt, met een tweespan van saxen dat soms eensgezind in de aanval gaat, maar net zo vaak andere richtingen uit ligt te trekken, als een stel uitgehongerde sneeuwhonden die hun zinnen gezet hebben op diametraal tegenover elkaar neergekwakte bloedbiefstukken. Vanaf “Ghoul Whispers” is het een komen en gaan van stoombootuithalen (Kokke, vermoedelijk) en alles kapot fuckende schreeuwsax. Brommende horzels, pruttelende soep en uiteindelijk een staccato gehamer dat zo mogelijk nog botter gaat. Alsof de oude Melvins iets met sax zouden doen.

”Muck Man (Part 1)” doet het zo mogelijk nog repetitiever, met een agressief hakkende ondergrond die uitmondt in een compleet uit z’n voegen barstende climax. Het goede (?) nieuws is dat de tweede albumhelft de wurggreep even lost en de luisteraar meer ademruimte gunt. Het saxgeschal en de aangeslagen toms schurken dichter aan bij drone-terrein, wat geenszins betekent dat het lekker dobberen wordt op dromerige sfeertjes, want het schrille gekwetter en de plotse slagen zijn al net zo ijzingwekkend als op die vorige plaat van Orthodox. En natuurlijk slaat het zootje iets voorbij de helft om in een rollende dodenmars met saxverneukerij die helemaal over de rooie gaat. Veel, veel heftiger en efficiënter dan de flauwe boel die dezer dagen ook al het ‘noiserock’-label opgekleefd krijgt.

De titeltrack, tenslotte, houdt ook een pervers slepend tempo aan, met een sax die als een irritant zeurende mug die je uit de slaap houdt rond je oren blijft neuzelen. En zo zet de processie zich voort, steeds zwaarder en logger, met een ouderwetse serenade die er even verloren gelopen door waait met een zieke grijns, tot het iets heeft van de laatste stappen van een stervende pad, de exit van een kapotgetergde, nutteloze vleeszak die de handdoek in de ring gooit. Dan kan je je zitten afvragen wie in hemelsnaam een boodschap heeft aan zo’n gedoe, maar kijk: wij beleven hier plezier aan, zeker met zo’n Martini en wat cocktailprikkertjes binnen handbereik.

De release verscheen op een beperkte vinyloplage van 300 stuks en is bijna uitverkocht. Dead Neanderthals speelt – samen met o.m. The Germans, Uniform, Whispering Sons en The Notwist- op 5 augustus op AFF, nog altijd het beste dat Genk ooit is overkomen. En nog goed nieuws: de nieuwe release van Dead Neanderthals, The Depths, volgt al binnen een paar weken.

E-mailadres Afdrukken