Banner

James Elkington

Wintres Woma

7.0
Bjorn Weynants - 18 juli 2017

Niet elke muzikant voelt zich geroepen om per se in de spotlights te staan. Maar wanneer een gewaardeerde sessiemuzikant als James Elkington eindelijk een eigen album uitbrengt, dan richten wij toch graag de aandacht op hem.

De naar de Verenigde Staten uitgeweken Britse gitarist James Elkington heeft er tot nu toe vooral een carrière als sideman op zitten. Zo speelde hij mee op platen van schoon volk als Steve Gunn, Richard Thompson, Michael Chapman, Jeff Tweedy en recent nog op het nieuwe album van Joan Shelley. Onder eigen naam bracht hij tot op heden enkel twee duoplaten uit met gitarist Nathan Salsburg. Met Wintres Woma debuteert hij nu op 46-jarige leeftijd eindelijk als soloartiest met een album opgenomen in Jeff Tweedy’s The Loft studio in Elkingtons thuisbasis Chicago.

De titel van het album is een verwijzing naar een Oudengelse uitdrukking die zoveel wil zeggen als “het geluid van de winter”. Het is muziek die vooral aansluit bij het vallen van de bladeren en waar een zekere weemoed over hangt. Het geluid leunt nauw aan bij de Britse folk van de overgang naar de jaren zeventig en roept herinneringen op aan het werk van muzikanten als Bert Jansch, Richard Thompson en Davey Graham, maar ook aan pakweg John Fahey. Zijn fingerpicking gitaarspel is tegelijk virtuoos maar evengoed een toonbeeld van beheerstheid.

Opener “Make It Up”, met zijn kirrende gitaarspel en meeslepende melodie, is meteen een uitstekend voorbeeld van Elkingtons kunnen. Op het ingetogen “Wade The Vapors” zorgen de subtiele strijkers voor een tegenstribbelende ondertoon. De instrumentatie is over het hele album uiterst sober en geeft aan Elkington de ruimte om zijn talent op gitaar te etaleren zonder dat hij ook maar op een moment in de val van egotripperij trapt.

Vernieuwend is Wintres Woma nergens, maar een zwak nummer is er tussen de tien eigen composities van Elkington -- enkel de instrumental “The Parting Glass” is gebaseerd op een traditional -- niet te vinden. Van het pastorale “When I Am Slow” over het wat experimentelere “Any Afternoon” tot het uitbundige “Greatness Yet To Come” weet Elkington zich de folktraditie eigen te maken en er zijn eigen ding mee te doen. “Sister Of Mine” situeert zich ergens tussen de folkclubs van Greenwich Village en Nick Drake in.

Met zijn debuutalbum toont James Elkington dat hij meer is dan gewoon een zeer gewaardeerde sidekick. Het is een album dat als gegoten past bij de huisstijl van het label Paradise Of Bachelors: diep geworteld in de folktraditie zonder er een slaafse kopie van te zijn. Dit is geen muziek die bestemd is voor een groot publiek, maar voor wie zijn folk graag Brits en een tikje melancholisch heeft, is het een geapprecieerd kleinood.

E-mailadres Afdrukken