Banner

J. Bernardt

Running Days

7.5
Matthieu Van Steenkiste - 29 juni 2017

Een mens wordt dertig, en kijkt zichzelf eens in de ogen. Bij Balthazar gebeurt het dit jaar in drievoud, hekkensluiter van dienst is J. Bernardt. Jinte Deprez graaft zich op Running Days autobio, en stort zich op het soort uitgepuurde r&b dat dezer dagen hip is. In één beweging steekt hij het contingent concurrenten in zijn zak. Talent, heet dat.

Dat wil allemaal niets zeggen, dat Maarten Devoldere ergens tussen Cohen en Gainsbourg is beland, en Jinte Deprez vijftig jaar verder met hippe beatjes en laptopklanken gaan stoeien is. Echt niet. Een mens moet gewoon iéts doen. Een richting kiezen. "I wouldn't whine about a misread sing"; voorwaarts, en niet omkijken. Het bleek voor Deprez ook gewoon de juiste keuze, want lijzigheid was altijd al Balthazars troef, en hij geeft hem niet uit handen. Hij heeft de tijdgeest mee. Loom is hip. Beats mogen tegenwoordig slenteren, beetje achter de tel aan hangen. J. Bernardt is méé met de dag van vandaag, en Running Days sjokt met het gemoedelijke tempo van iemand die geen gebrek aan zelfvertrouwen heeft.

Uit de teksten blijkt nochtans van niet. "The Other Man" is een nuchtere blik in de spiegel, en het gesprek dat daar uit voortvloeit bevalt niet. "Joke's on me", gaat het dan weer in "The Question". “Crydisco” noemt Deprez het: dansend wenen, altijd het beste wenen. Tien songs lang wordt er getwijfeld en gedubd, desnoods, zoals in "High Low (Interlude)" de microfoon aan de ex -- Elke De Mey van Love Like Birds -- gelaten, maar uiteindelijk zit het antwoord al in die derde song: "surely I got this all planned".

Muzikaal houdt Deprez het simpel. Een beat bepaalt de richting, een piano, marimba of strijkers kleuren in, en de zanger heeft zijn bedje gespreid. Het vereist dat alle elementen top zijn, en dat lukt aardig op de eerste helft van deze plaat. Als dit een strip was, dan zo één van net na de Tweede Wereldoorlog met slechts twee steunkleuren. De Familie Snoek heruitgevonden als coming of age-verhaal.

"On Fire" zet walsend de toon, met zware triphopbassen en beats die à la Protection van Massive Attack klikken en tikken. "Calm Down" heeft het soort melodie dat niet anders kan dan meeslepen. "The Other Man" drijft op swagger, diepe blazers en een zanglijn die je van bij de eerste lettergreep dwingt te luisteren. In "The Question" introduceert Deprez exotische invloeden die zullen terugkomen. De beat is hier van rubber, blijft terugbouncen, een riedel op de Ngoni danst een eind weg, en J. Bernardt gaat swingend met het geheel aan de haal. Een interlude verder is er "Wicked Streets", dat een piano laat omverblazen door schetterende blazers, en vervolgens het hoge woord aan een stel Arabisch aandoende strijkers geeft. Dichter bij rappen dan in dit nummer komt Bernardt niet.

De consequentie van het kale geluid bevalt, maar botst ook op zijn limieten. "My Own Game" heeft verdienste, maar is nauwelijks zes nummers ver in Running Days al een herhalingsoefening, het instrumentaaltje "Motel" is meer Bondfilmmuzak dan song. En ook "Running Days" kan niet genoeg meer toevoegen aan wat gezegd is. Wie begint met vijf potentiële singles, heeft nu eenmaal zijn kruit te snel verschoten. Dat is niet erg, hoogstens onevenwichtig. Running Days garandeert niettemin een zomer lang dansen. Of we daar om gaan wenen, durven we echter niet te garanderen.

E-mailadres Afdrukken
Tags: J. Bernardt