Kevin Morby

City Music

8.0
Lennert Hoedaert - 26 juni 2017

Kevin Morby tourt niet alleen als een bezetene, hij is ook een enthousiaste liedjesmaker — City Music is zijn vierde soloplaat sinds 2013. En hij blijft maar kwaliteit aan kwantiteit koppelen.

City Music zal op het eerste gehoor niet als Morby’s beste klinken. Beter dan Still Life (2014) is dan ook moeilijk, dachten we eerst. Voor wie nog niet mee is: dat was de tweede, meesterlijke plaat van de Amerikaan die graag herinneringen oproept aan de muzikale genieën van de jaren zestig en zeventig. Sindsdien blijft de ex-bassist van Woods en oprichter van Babies een van onze favorieten in het genre. Maar de doorbraak mag nu wel komen na drie, en nu vier, superieure platen — ook Harlem River (2013) en Singing Saw (2016) blijven hartverwarmende schijfjes.

Deze plaat is een ode aan alle aspecten van het stadsleven, maar lijkt bij de eerste luisterbeurt voorzichtig andere muzikale richtingen op te zoeken. Dus toch niet veel nieuws onder de zon? Speelt Morby op veilig? Nee, toch niet. Meer zelfs: als je City Music een aantal luisterbeurten gunt, is het misschien wel zijn strafste plaat.

Inderdaad, er staan een paar nummers op City Music die typisch Morby klinken: ze zijn meeslepend, goudeerlijk en dromerig. Maar terwijl andere muzikanten muzikaal verbreden en hun verleden volledig verloochenen, klinkt deze man nog altijd als een twintigste-eeuwse versie van Lou Reed en Bob Dylan. En tegelijk zijn deze nummers nog beter uitgewerkt. Zo zijn er de vintage Morby-nummers “Crybaby”, “Tin Can” en “Downtown’s Lights”. Zelfs een cover, “Caught In My Eyes" van The Germs, weet hij zich met de vingers in de neus eigen te maken.

We keren even terug naar het begin. Het soulvolle en melancholische “Come To Me Now” moet een van zijn gevoeligste nummers zijn. En op de twaalf nummers tellende plaat zit ook een sober "Dry Your Eyes” verscholen. Het is ons een raadsel hoe Morby bescheidenheid en kracht in één nummer bundelt.

Aan de andere kant van het muzikale spectrum bevindt zich het swingende en up-tempo nummer “1234”, levendige rock-'n-roll met een duidelijke verwijzing naar The Ramones en een van de hoogtepunten van de plaat. Ook "Aboard My Train" is een vrij opgewekte brok muziek en daarin valt dan weer een smerig gitaarriffje op.

Maar het beste moet nog komen: het titelnummer. “City Music” is meteen ook het langste nummer van de plaat. Eerst komt het aantrekkelijk de boel opleuken, daarna gaat het langzaam open bloeien en brengt een tempoversnelling nog wat meer muzikale diepgang. Net als “Pearly Gates” is het balsem voor de ziel. Ja, ook dat voorlaatste nummer is een topper op de plaat.

Morby is nog altijd maar 29 jaar terwijl het erop lijkt dat hij een troubadour van een paar decennia ouder is. Maar hij is een echte zwerver die al in drie verschillende delen van de VS (Kansas City, New York en Los Angeles) heeft gewoond. Om nog maar te zwijgen van zijn tourleven. Hoe meer deze muzikant reist, hoe beter hij wordt. Van ons mag hij dus nog even blijven zwerven.

City Music klinkt niet alleen gevarieerder en bij momenten iets opgewekter, de plaat herbergt ook zijn beste nummers. Alleen al om die reden moet je Morby’s prachtige solopareltjes op plaat proberen. En nu wordt het tijd dat Morby’s harde werk wordt beloond met volle zalen.

Kevin Morby speelt op zondag 9 juli in het prachtige kader van het Cactus Festival en op zaterdag 15 juli op Dour. In het najaar is hij te zien in De Zwerver in Leffinge (1 november) en Botanique (3 november).
Mochten we kunnen: we zouden alle data doen.

E-mailadres Afdrukken