Songhoy Blues

Résistance

7.0
Bjorn Weynants - 21 juni 2017

Als het eerste album van een band de titel Music In Exile draagt en het tweede Résistance, dan weet je het wel. Dit is muziek in tijden van oorlog.

Sinds er in 2011 een burgeroorlog uitbrak in Mali en het noorden van het land onder de controle kwam van de Islamitische MNLA die er de sharia oplegde, werden muzikanten en andere kunstenaars er opgejaagd wild. Zo ook de leden van Songhoy Blues die noodgedwongen hun heimat verlieten en naar de hoofdstad Bamako in het zuiden van het land trokken. Daar werden ze ontdekt door Damon Albarn en namen ze onder auspiciën van Nick Zimmer (Yeah Yeah Yeahs) hun debuutalbum op. In 2015 maakten ze deel uit van de documentaire They Will Have To Kill Us First, waarin regisseur Johanna Schwartz nagaat hoe een aantal Malinese muzikanten omgaat met de muziekban.

Voor hun tweede plaat trokken ze met producer Neil Cromber (Django Django, Crystal Castles) naar The Pool Studio in Londen. Het resultaat ligt duidelijk in het verlengde van de voorganger, maar tont tegelijk ook aan dat de groep in de voorbije jaren matuurder is geworden en veel nieuwe invloeden heeft laten binnensijpelen in hun muziek. Bij Malinese muziek denk je spontaan aan de woestijnblues van Ali Farka Touré of Tinariwen, maar in de muziek van Songhoy Blues zitten niet alleen de traditionele elementen verwerkt, maar ook veel moderne Westerse invloeden, van Led Zeppelin tot hip hop.

De weerstand uit de titel uit zich in het feit dat ze niet bij de pakken willen blijven zitten, maar evengoed dat ze ook willen tonen dat Afrika ondanks alles meer is dan burgeroorlogen en hongersnoden. Zo is er de discofunk van het aan Prince schatplichtige “Bamako”, een ode aan het nachtleven van de gelijknamige hoofdstad. De gitaar van Garba Toura kronkelt zich onweerstaanbaar door het nummer dat even beklemmend is als een zwoele Afrikaanse tropennacht. Even opwindend is de opzwepende funk van “Voter”. De muziek van Songhoy Blues is een onweerstaanbare mix van Afrikaanse ritmes, R&B, rock en funk. Dit is muziek voor een stomend zweetkot, om te dansen tot de uitputting erop volgt.

Het dichtst bij de traditionele woestijnblues komt de band op “Sahara”. Het nummer, waarop ook een gastrol is weggelegd voor Iggy Pop, is mysterieus en bezwerend en roept beelden op van mysterieuze figuren in opstuivend woestijnzand. Een andere gast is de Londense grime-artiest Elf Kid die een handje komt toesteken op het hypnotische “Mali Nord”. Het vertrouwen dat de band ondertussen opgebouwd heeft, toont zich op Résistance in een aantal opvallende zijstapjes. Zo zijn er strijkers prachtig geïntegreerd in het akoestische “Hometown” en slaat zanger Aliou Touré aan het rappen in “Alhakou”. Het meest verrassend is misschien nog het door een kinderkoor opgesmukte “One Colour”. Zoiets is zelden een goed idee, maar hier geeft het de lome groove van het nummer wat extra cachet.

Waarschijnlijk vindt u Résistance in uw lokale platenzaak terug in de afdeling “wereldmuziek”. Dat is een beetje jammer, want dit is muziek die eigenlijk weinig vandoen heeft met wat daar traditioneel onder verstaan wordt en dus ook een ruimer publiek kan aanspreken. Met een prima album als dit mag dat geen probleem vormen.

Op 8 juli staat Songhoy Blues op het podium van Les Ardentes.

E-mailadres Afdrukken