Banner

Roméo Elvis x Le Motel

Morale 2

8.0
Laurent Mertens - 19 juni 2017

Er bruist iets in Brussel. Ja, allerhande schandalen met schaamteloze en weinig scrupuleuze figuren die hoge functies bekleden, dat ook, maar belangrijker is de frisse wind die er door het Franstalige hiphoplandschap waait. Een van de spilfiguren uit de Brusselse scene is tekstschrijver-rapper Roméo Elvis, die samen met partner in crime en klanktovenaar Le Motel recentelijk deze Morale 2 baarde.

Sinds Roméo Elvis vorig jaar Bruxelles arrive feat. Caballero – een ander zwaargewicht – losliet op het web, is zijn ster beginnen stijgen als een NASA-raket. Morale, de eerste, werd vorig jaar nog in eigen beheer uitgebracht. Deze opvolger wordt gedistribueerd door Universal. Terecht, zo blijkt. "Bruxelles est la capitale d'un pays qui va mal / C'est ce qu'ils veulent nous faire croire à travers ces foutus journaux" opent de plaat, meteen pal in de roos. Het is een thema dat vaker terugkomt: een sterk "wij vs. zij"-gevoel. De politiek en de media hebben er een zootje van gemaakt en komen steeds afdraven met hun onheilspellende verhalen; eerder dan ons er druk in te maken laat ons hen gewoon middelvingergewijs negeren en een feestje bouwen met de vrolijke bende die ons omringt.

Niet dat het album zo geweldig politiek geladen is. Elvis maakt niet zozeer “du rap conscient” zoals dat heet, maar wil muziek maken die verder kijkt dan dat en die, zonder dat het een belediging is, door een breder publiek gesmaakt kan worden. Er is plaats voor vanalles en nog wat. Eerder aangehaalde opener “Nappeux” is in feite een ode aan Brussel, een stad die het hard te verduren krijgt de voorbije jaren (Europa, extremisme, etc.) maar die nog steeds verdomd veel te bieden heeft. Wat verder legt Elvis het met het luchtige en poppy "Drôle De Question", gitaar in de hand, bij met zijn vriendin. "Bébé Aime La Drogue" beschrijft op prachtige wijze kleinschalig beginnend en steeds verder escalerend druggebruik. Het geestige "Interlude" lult wat tongue in cheek over hoe Elvis en Le Motel een muzikaal koppel zijn geworden en afsluiter “Ma Tête” gaat over zijn tinnitusprobleem. Ach, we kunnen ze allemaal overlopen maar onthoud vooral: er is variatie.

U heeft niet zo goed opgelet tijdens de lessen Frans, zegt u? Geen probleem, Elvis heeft een stem waar de vrouwen spontaan bij beginnen te ovuleren en de mannen hun borsthaar van begint te krullen. Bovendien weet Le Motel als geen ander de juiste klankbedjes in elkaar te timmeren om deze te slaap in te leggen. De producties zijn tot in de puntjes verzorgd en zouden meermaals instrumentaal als een huis overeind staan, maar lopen toch nooit in de weg van de vocals. Pure synergie noemen ze zoiets. Sterker nog, ook de magie is vaak aanwezig. Luister maar eens naar het introverte “J’ai Vu” dat de overspannen zenuwen zalft als ware Temesta. Dat nummer, gedragen door een simpele elektrische piano, spaarzame beat en soulvolle guest vocals is wederom een voorbeeld van de variatie die deze plaat weet te bieden alsook het lef van het duo om dit erop te zetten; voor hetzelfde geld gingen ze plat op hun buik. Meer voorbeelden? Ook hier kan quasi elk nummer worden aangehaald, maar snel: “Thalys”, een verbroedering tussen Brussel en Parijs, smeekt om op repeat gedraaid te worden met Elvis en gastrapper Lomepal die over de beat rollen als water van de berg, en “Diable”, dé schijf waar deze zomer menig BBQ mee zal aangestoken worden.

Voor zij die geen al te hoog petje ophebben van de hele (t)rap van de voorbije jaren, inclusief overstuurde treble, zijn de zachte, warme brouwsels van Le Motel overgoten met de niet steevast self-obsessed teksten en vocals van Roméo een streling voor het gehoor. Daar waar de originaliteit schrijnend atrofieert bij concurrenten die halsstarrig proberen Amerikaantje te spelen, injecteert dit duo een hoogstnodige dosis zuurstof. Als u maar één ding onthoudt van deze plaat laat het dan dit zijn: de postcode van Linkebeek is 1630. Strauss!

E-mailadres Afdrukken