Banner

Malcolm Holcombe

Pretty Little Troubles

7.0
Bjorn Weynants - 09 juni 2017

Wanneer er een nieuw album van Malcolm Holcombe op de deurmat valt, weet je ondertussen waaraan je je mag verwachten. Dat is met zijn nieuwste werkstuk Pretty Little Troubles niet anders.

Het is ondertussen het vijftiende album van de 66-jarige rootsmuzikant uit North Carolina sinds hij in 1994 debuteerde. Vijftien albums die allemaal een gelijkaardig recept volgen. Een warm, organisch geluid dat ergens het midden houdt tussen country, blues en folk uit zijn geboortestreek, de Appalachen. Het zijn songs die uit elke porie vakmanschap ademen. Producer Darrell Scott bracht deze keer een iets ruimere begeleidingsband samen dan we gewoon zijn van eerder werk van Holcombe, zonder dat het echter een grote invloed heeft op het eindresultaat. De stem van Holcombe klinkt nog altijd rauw, korrelig en afgeleefd.

Holcombe bezingt zoals gewoonlijk de besognes van de gewone man, verhalen van tegenslag en brute pech. Maar tegelijk is hij niet blind voor de toestand van zijn land. Het is moeilijk om in de countryblues van opener “Crippled Point O’View” geen verwijzing te zien naar de huidige politieke toestand in zijn thuisland (“Big money fills my pocket with words/Puppets poison my mind”). Nog explicieter is “Yours No More” waarin hij aanklaagt dat zijn land, dat groot geworden is dankzij immigratie, nu de deuren sluit voor nieuwkomers (“Ellis Island is yours no more”).

Nostalgische gevoelens hangen als een sluier over het album. Het zwierige, met mandoline opgedirkte “Good Ole Days” doet dat op een ironische manier door het harde leven van een mijnwerker in vroegere tijden te vertellen. “Fifty cents a bloody day/no child labor laws/most them lil’ babies died” luidt het. In het Dylanesque “Bury, England” haalt Holcombe dan weer herinneringen op aan een optreden in het Engelse stadje en aan de vorig jaar overleden Guy Clark.

Hoewel het album een heel homogene eenheid uitstraalt, zijn er tussen de verschillende nummers toch een paar accentverschillen te bespeuren. In “South Hampton Street” geeft een accordeon het geheel een exotisch tintje. “Damn Weeds” is dan weer enkel Holcombe met z’n gitaar: in wezen een poepsimpel liedje maar het is de doorleefde vertolking die dat nummer boven zichzelf uittilt. Met een paar eenvoudige beelden maakt Holcombe er een treffende karakterstudie van een getroebleerde eenzaat van. De geest van The Pogues huist dan weer in het Keltische “The Eyes O’Josephine”, een van de meer extraverte nummers op het album.

Verrassingen vallen er zoals eerder gezegd niet te rapen op Pretty Little Troubles. Net zoals op zijn vorige albums toont Malcolm Holcombe dat hij nog steeds een van de meest consistente rootsmuzikanten is op het gebied van kwaliteit. Een zwak nummer is met de beste wil van de wereld niet te vinden op dit album. Het onmiskenbare vakmanschap dat Holcombe hier weer tentoonspreidt verdoezelt een beetje dat het toch wat jammer is dat hij je niet af en toe eens compleet weet te verrassen. Maar zolang hij platen van dit niveau weet af te leveren is het een kniesoor die daar om maalt.

E-mailadres Afdrukken